Vrijmarkt maakt stoepje honderden guldens waard

UTRECHT, 30 APRIL. Languit ligt O. Garcia op de stoep in de Utrechtse Breedstraat en kijkt tevreden naar de voorbereidingen voor de Vrijmarkt. Zij houdt een plek vrij voor het huis van vrienden. Nu is het nog leuk, maar op Koninginnedag zelf zal ze niet van de partij zijn. “Dan ga ik een NS-wandeling maken langs de Linge. Overdag vind ik de Vrijmarkt niet leuk, want dan wordt er te veel gedronken.”

Op dat moment duurt het nog twee uur voordat het straatspektakel officieel begint. Pas om zes uur 's avonds mogen de spullen worden uitgestald en kan de handel beginnen, maar de meeste plekken zijn reeds lang bezet. Vorige week dinsdag werden de eerste wachtposten al gesignaleerd rond de Van Asch van Wijcksbrug. Voor de vrije handelaar is dit een toplocatie: een stukje asfalt is hier honderden guldens waard.

Gisterochtend vroeg was er even ruzie op de brug. “De stoelen vlogen het water in”, aldus een buurtbewoner. Het betrof geen overspannen territoriumdrift, maar slechts enkele dronken mensen, verzekert een 'bewaker'.

Een week lang heeft hij met vrienden zijn plek verdedigd om hier shoarma, patat en hotdogs te kunnen verkopen. “Af en toe heb ik in de auto geslapen. Vorig jaar zijn we drie dagen tevoren begonnen. Misschien moeten we volgend jaar twee weken eerder gaan staan. Ik heb er geen moeite mee, als ik maar goed slaap.”

Intussen sleept een politietruck een patatkraam van de brug. De eigenaar is een uur te vroeg. Auto's met 'meuk' moeten voordat de markt begint op reguliere parkeerplaatsen worden gestald. Alleen vergunninghouders mogen vooraf een eet- of drinktent installeren.

Slapen op een plek is evenmin toegestaan. Zitten op een stoel mag. Tatjana geeuwt uitbundig.

Zij had een riante oplossing bedacht, een hangmat. “Maar ik geloof dat het niet helemaal legaal was. Je mag het jezelf niet al te comfortabel maken.” Via de draagbare telefoon krijgt Tatjana bericht dat de aflossing in zicht is. “Mooi, dan kan ik nog even boodschappen doen.”

Iets verderop verdedigt J. Voorn de stoep van kennissen. “Ik heb het gevoel dat ik met landveroveraartje bezig ben. Het wordt alsmaar erger. Er komen nu zelfs mensen uit België en Duitsland. Hoe los je dat op?”

Veel bewoners reserveren hun stoep via een briefje op het raam. Niemand hoeft zich daaraan te storen, want het is openbare weg. Maar wonderwel wordt zo'n reservering vaak gerespecteerd, mits de bewoner niet té lui is.

Op de Weerdsingel is de zaak keurig geregeld. Zo'n tien jaar is F. Links, getooid met trouwhoed, hier tijdens de Vrijmarkt de 'burgemeester'. Sinds donderdag bezet hij de oevers van de singel, maar de stoepen aan de overkant van de weg houdt hij ook in de gaten. “Ik wil dat de mensen iets leuks beleven zonder dat anderen er ellende van hebben“, zegt Links, eens Stadsprins van het carnaval, maar dezer dagen handelaar in 'incourante maten'. Bewoners hebben het morele recht op een plek op hun eigen stoep, stelt de burgemeester. “Zij hebben een privilege, want zij hebben er last van dat wij hier zitten.” Zijn aanpak jegens andersdenkenden is simpel: “Heel veel praten.”

Het veroveren van een plek blijft een sport, vindt Links. “Een marathonloper moet heel lang lopen om een goede plaats te bereiken, zo is het hier ook.”

In de strijd om de vierkante meter worden kinderen ontzien. Voor hen is ruimte gereserveerd op het plein voor de hogeschool. Edwin de Preter (13) is vol lof over het werkklimaat. Een half uur voordat de Vrijmarkt officieel begint, heeft hij al zeven gulden verdiend. Hij heeft zelfs nog geen tijd gehad om zijn puzzles uit te pakken. Het kostte hem geen enkele moeite een plek te vinden.

“Ik ben met een winkelwagentje vanuit Tuindorp hierheen gelopen. Mijn vader zei: jij komt er wel.”

De familie De Bruin heeft evenmin een locatieprobleem. Zij resideert aan het begin van de Vleutenseweg, aan de andere kant van het station, ver van de toegestane vrijhandelszone. Temidden van het voortrazende verkeer maakt de uitgestalde waar een verloren indruk, maar de familie De Bruin weet wel beter. Hier passeren de bewoners van Lombok op weg naar de koopjes. “In de binnenstad kom je er niet tussen. We pakken gewoon het karretje van Albert Heijn en gaan hier zitten. Het stelt niks voor en de mensen vinden twee kwartjes al te veel geld, maar het is gewoon gezellig.”

    • Bert Determeijer