Surinaams ziekenhuis drijft alleen nog op inzet

Gezondheidszorg Suriname, woensdag 1 mei, Ned.3, 20.57u.

Een ziekenhuis waar een rij wegwerphandschoenen aan een droogrekje hangt - net gewassen om opnieuw gebruikt te worden. Waar het eten voor de patienten in twee ketels wordt bereid omdat de rest stuk is. Waar, onder tropische temperaturen, vrijwel geen airconditioning werkt. Dat trieste beeld van het Academisch Ziekenhuis in Paramaribo rijst op uit de documentaire van Frank Zichem die de NPS morgen uitzendt.

Het enige academisch ziekenhuis in de regio, ooit de trots van Suriname, raakte in de militaire jaren tachtig in een neerwaartse spiraal. Mismanagement, financiële tekorten, chronische conflicten tussen directie, staf en ministeries, en het wegtrekken van gekwalificeerd personeel brachten het ziekenhuis aan de rand van de afgrond. De regering-Venetiaan heeft plannen om het ziekenhuis te verzelfstandigen - dat wil zeggen los te maken van de veelal verlammende overheidsbemoeienis - maar de hervormingen verlopen moeizaam en vooral traag.

Voorlopig worstelt het ziekenhuis met de gevolgen van bezuinigingen in de gezondheidszorg, die er bijvoorbeeld toe leiden dat een gloednieuw scan-apparaat vrijwel alleen door de meest gefortuneerde Surinamers kan worden gebruikt (een scan kost de patiënt honderdduizend Surinaamse guldens).

De documentaire van Zichem maakt duidelijk dat verbeteringen vooral het werk zijn van individuen als de algemeen directeur Parmessan, leden van de medische staf en verpleegkundigen. Hun doorzettingsvermogen komt in de film treffend naar voren, evenals de trots waarmee op het oog kleine verbeteringen worden gepresenteerd - zoals een nieuwe rouwkamer in het mortuarium. Met zo'n inzet is de hoop nog niet vervlogen, lijkt de boodschap van de film. Die beperkt zich overigens tot beelden uit het ziekenhuis maar geeft geen cijfers of andere informatie over de toestand van de Surinaamse gezondheidszorg. Onduidelijk blijft daarom de aankondiging in het begeleidende persbericht dat de documentaire “aan de vooravond van de parlementsverkiezingen van 23 mei” de vraag oproept of “de politieke euforie rondom de sociaal-economische stabiliteit van Suriname gerechtvaardigd is”. Eerder roept hij de vraag op waar mensen de overtuiging vandaan halen om zich onder zulke omstandigheden zo hard in te zetten.