Ruzie opsporingsteams duurt voort; Klacht over rol van hoofdofficier justitie

HAARLEM, 30 APRIL. De persoonlijke verhoudingen in het ressort Amsterdam bij de strijd tegen de zware misdaad zijn opnieuw ernstig verslechterd. De Amsterdamse hoofdofficier van justitie J. Vrakking heeft zich “onfatsoenlijk” en “zeer bedroevend” gedragen toen hij zich twee weken geleden uitsprak over het nemen van personele maatregelen bij de Haarlemse politie en justitie, vindt burgemeester J. Pop van Haarlem.

Daarmee is “een ernstig beletsel” opgeworpen voor samenwerking tussen politie en justitie in Amsterdam en Haarlem bij de opsporing van de georganiseerde criminaliteit, aldus de Haarlemse burgemeester vandaag in een vraaggesprek met NRC Handelsblad.

Pop kondigt aan dat hij deze week in een gesprek met de Amsterdamse procureur-generaal C. Ficq zijn beklag over de handelwijze van Vrakking zal doen.

Voorzitter A. Docters van Leeuwen van het college van procureurs-generaal wees er vorige maand in een brief aan minister Sorgdrager (Justitie) op dat er een “basaal wantrouwen” bestaat in het opsporingsapparaat van het Amsterdamse ressort. Dit onstond twee jaar geleden in de IRT-affaire, toen politie en justitie in Amsterdam en Haarlem elkaar de schuld gaven van de ontbinding van het IRT-team Noord-Holland/Utrecht. Volgens Pop heeft Vrakking het wantrouwen nieuw leven ingeblazen.

De toorn van Pop is gewekt door interviews die Vrakking twee weken geleden gaf aan deze krant en Het Parool. Daarin zei de Amsterdamse hoofdofficier van justitie het onvoorstelbaar te vinden als maatregelen tegen Haarlemse politie- en justitiefunctionarissen zouden uitblijven na het vernietigende oordeel dat de rijksrecherche velde over de Criminele Inlichtingendienst (CID) van de politie in Haarlem. Volgens Pop “kan [die uitspraak] van geen kanten”. “Hij fietst daarmee door de broze verhoudingen heen”, aldus de Haarlemse burgemeester, die vindt dat Vrakking “onbevoegd en voor zijn beurt” sprak.

Pop wijst erop dat de Tweede Kamer volgende week, als met het kabinet wordt gedebatteerd over het rapport-Van Traa, geen enkele mogelijkheid meer heeft maatregelen tegen de Haarlemse politiechef M. Straver af te dwingen. Pop zegt dat hij het aanblijven van Straver vorige week woensdag met Dijkstal heeft “afgekaart” en schriftelijk vastgelegd. “Mijn afspraken met Dijkstal zijn duidelijk en ik hou hem daar aan”, aldus Pop, die volhoudt dat Straver geen enkele blaam treft voor het CID-schandaal in zijn korps. De meeste Tweede-Kamerfracties hebben in het vorige debat gezegd dat maatregelen bij politie en justitie in Haarlem onvermijdelijk zijn.

Pop beklaagt zich ook dat Docters van Leeuwen en de ambtelijke top van het ministerie van Justitie hem hebben bedrogen tijdens de voortgang van het onderzoek van de rijksrecherche. Aan Pop zouden willens en wetens tussenrapporten over het onderzoek zijn onthouden onder het valse voorwendsel dat deze niet bestonden. Maatregelen tegen CID-chef Langendoen werden daardoor onnodig opgehouden, aldus Pop.

Een woordvoerder van het college van PG's zegt dat Pop “naar behoren is ingelicht” over de voortgang van het onderzoek.