Huntingdonshire, zeldzaam Tory-bastion in regionale verkiezingen

Conservatieve partij is een hoofd zonder lijf Huntingdonshire, zeldzaam Tory-bastion in regionale verkiezingenDonderdag worden in Groot-Brittannië regionale verkiezingen gehouden. Van de 346 districten zijn er nog maar vier in handen van de Conservatieven. Een daarvan is Huntingdonshire.

HUNTINGDON, 30 APRIL. De mensen zien er niet welvarender uit dan in andere provinciesteden. Ze dragen dezelfde uitgezakte kleren over dezelfde uitgezakte lijven. Afgetobde moeders duwen er dezelfde monumentale kinderwagens voort over straten die al net zo slecht zijn onderhouden als elders in het Verenigd Koninkrijk.

Toch is Huntingdon anders dan Amesbury, Loughborough, Lowestoft en al die andere slaperige plattelandsgemeenten waarvan in Nederland nog niemand ooit gehoord heeft. Niet omdat koppensneller Oliver Cromwell en dagboekschrijver Samuel Pepys hier ooit zijn schoolgegaan, want elke plaats, hoe klein ook, kan wel bogen op een paar beroemde dochters of zonen. Zelfs niet vanwege Darjeeling dat volgens fijnproever John Major het beste Indische afhaalrestaurant van Groot-Brittannië is.

Na zeventien jaar Conservatieve regering is het graafschap Huntingdonshire een van de laatste regionale bolwerken die de Tories zijn gebleven. Van de 150 Engelse districten waar donderdag lokale verkiezingen worden gehouden zijn er nog maar vier in handen van de Conservatieven. In zeker drie dreigen ze hun meerderheid te verliezen. Maar niet in Huntingdonshire waar ze nog altijd 30 van de 53 zetels bezetten. Van Huntingdonshire de victorie? Huntingdonshire als reservaat voor de laatsten der Conservatieven? Of valt zelfs het laatste Tory-bastion?

Landelijk maken de Conservatieven nog altijd de dienst uit. Maar regionaal zijn de Conservatieven de laatste jaren vrijwel weggevaagd, zelfs in streken als Midden- en Zuidoost-Engeland waar ze van oudsher domineren. In 1979 beheersten ze in Wales en Engeland nog 188 van de 346 districtsraden. Sinds de laatste verkiezingsnederlaag van vorig jaar zijn daar nog dertien van over. In Schotland hebben ze in geen enkele van de 29 districtsraden meer een meerderheid.

Britse politicologen noemen de Conservatieve partij een hoofd zonder lijf, een beweging zonder basis. Naarmate de regering de macht almaar verder centraliseerde, het lokaal bestuur steeds verder uitholde, keerden kiezers zich regionaal massaler van de Tories af. In veel districtsraden zijn ze niet eens meer de grootste oppositiepartij. Elk jaar worden er in Groot-Brittannië lokale verkiezingen gehouden omdat elk jaar een deel van de zetels vrijkomt.

Dat mei-ritueel eindigde de laatste jaren telkens in een bloedbad voor de Conservatieven. Vorig jaar haalden ze maar eenkwart van de stemmen, 22 procent minder dan Labour, bijna net zoveel als de Liberaal-Democraten. Van de 12.000 zetels in 346 kiesdistricten die er op het spel stonden, veroverden ze er niet meer dan eenzesde. Ze verspeelden ruim de helft van hun 4.000 zetels. Een historisch dieptepunt.

Zo rampzalig als vorig jaar kunnen de verkiezingen van donderdag onmogelijk voor de Conservatieven verlopen. Al was het alleen maar omdat dit jaar maar 3.000 zetels beschikbaar komen in 150 districten. In Schotland, Wales en Londen blijft de kiezers de gang naar de stembus bespaard.

Maar donderdag verliezen de Conservatieven toch weer zetels, zelfs al halen ze meer stemmen dan de 25 procent van het rampjaar 1995. Om de zetels die dit keer op het spel staan werd namelijk vier jaar geleden voor het laatst gestreden. Dat was een maand nadat de Conservatieven voor de vierde achtereenvolgende maal de landelijke verkiezingen hadden gewonnen. Nog in triomfstemming haalden de Tories destijds regionaal 42,3 procent van de stemmen, 12,3 procent meer dan Labour, ruim twee keer zoveel als de Liberaal-Democraten.

Dat was de laatste lokale verkiezingsoverwinning van de Tories. Zelfs de altijd optimistische partijvoorzitter van de Conservatieven, Brian Mawhinney, verwacht niet dat het percentage van 42,3 procent dit jaar geëvenaard zal worden. Met een aandeel van 30 procent zou hij al blij zijn. Dan blijft het verlies beperkt tot 400 zetels. Minder dan een jaar voor de algemene verkiezingen wachten de Conservatieven wanhopig op een teken dat het dieptepunt voorbij is, dat het electorale tij begint te keren. De lokale verkiezingen van donderdag moeten het keerpunt zijn.

Huntingdonshire is de Conservatieven ook in slechte tijden trouw gebleven. De bedrijfsleider van kapperszaak Scizzors heeft wel een verklaring. Dat komt omdat de meeste van de 150.000 mensen in het Oostengelse graafschap zich niet voor de landelijke politiek interesseren, zegt de plattelands-barbier. Of de Conservatieven voortdurend met elkaar overhoop liggen in het Lagerhuis, of Groot-Brittannië al dan niet meedoet met een Europese munt, dat kan ze niets schelen. Zolang ze maar met rust worden gelaten door Londen. Ze staan huiverig tegenover de bemoeizucht van Labour. Ze hebben al generaties op de Conservatieven gestemd.

Dat de landelijke neergang van de Tories aan Huntingdonshire voorbij is gegaan, dankt de partij ook aan John Major, zegt Anthony Hawkswell, hoofdredacteur van het regionale weekblad Huntingdon Town Crier. De premier is parlementslid voor Huntingdon en omgeving. Zijn meerderheid bij de laatste verkiezingen werd nergens in het land zelfs maar benaderd. “De mensen zijn hier trots op hun parlementslid”, zegt Hawkswell bijna excuserend. “Al schrijven de landelijke kranten nog zo neerbuigend over Major, in Huntingdonshire blijft hij razend populair.

De bakker, de slager, de uitbater van het café Dog & Bone, allemaal voelen ze zich vereerd omdat de premier hun zaak frequenteert. Dat geldt nog in versterkte mate voor Achab Chowdhury, de eigenaar van Indisch restaurant Darjeeling. Hij heeft zijn etalage zelfs volgehangen met foto's van John Major. Hijzelf met John Major. Zijn vrouw met John Major. Zijn dochter met John Major. Volgens Chowdhury trekken die foto's extra klanten. Het beste bewijs, zegt hij, hoe Tory-gezind de streek nog altijd is.

In het kale pand van de districtsraad dat eruit ziet als een fabrieksgebouw, weergalmt de bas van Richard Turpin als hij verklaart dat de bewoners van Huntingdonshire ook alle reden hebben om Conservatief te stemmen. Turpin is de Conservatieve leider van de districtsraad en gepensioneerd beroepsmilitair. , Wij leveren tenminste waar voor ons geld'', zegt hij op een toon die geen tegenspraak toestaat.

Belangrijker, erkent Turpin, is misschien wel dat het de streek economisch voor de wind gaat. Huntingdonshire is de snelst groeiende regio van het land.

Firma's als Nokia en Philips hebben zich er onlangs gevestigd. De werkloosheid ligt er dertig procent onder het landelijk gemiddelde.

Landelijk kampen de Conservatieven nog altijd met het uitblijven van het consumentenvertrouwen. Dat wat de Britten de 'feel-good-factor' noemen. De Britse economie is gezond maar wat kopen kiezers daarvoor zolang ze dat niet merken in de huishoudpot? Toch zullen de economische zegeningen van het Conservatieve beleid binnen een jaar voor iedereen zichtbaar worden, weet Turpin. Voor de volgende verkiezingen zullen de Britten zich weer massaal tot de Conservatieven bekeren. Omdat ze niks moeten hebben van onzekerheden en vernieuwingen. Huntingdonshire wijst Groot-Brittannië de weg.

    • Dick Wittenberg