Dienstbodes op Antillen: aandacht voor uitbuiting

WILLEMSTAD, 30 APRIL. Dertien voormalige dienstbodes, die op de Nederlandse Antillen en Aruba hebben gewerkt voor Indiase handelaren, hebben in een open brief de aandacht gevestigd op “de grove wijze van uitbuiting” waaraan ze hebben blootgestaan.

“Wij werden uitgesloten van de normale werk- en levensomstandigheden die gelden in het Koninkrijk der Nederlanden”, aldus de open brief. Die werd geschreven in het kader van 1 mei, de dag van de arbeid. De dertien dienstmeisjes zijn allen van Indiase afkomst. Sommigen zijn geboren in Suriname en Ecuador.

Huishoudelijk personeel, en met name inwonende dienstmeisjes, valt op de Antillen en Aruba niet onder de normaal geldende arbeidswetten, zo schrijven de dertien dienstbodes. “We moesten twaalf tot veertien uur per dag werken, zeven dagen per week.

Maar we kregen niet eens het minimumloon uitbetaald''.

De meisjes krijgen bij indiensttreding geen werkcontract aangeboden en hun paspoort wordt afgenomen. Bovendien mogen ze de straat niet op en de telefoon niet gebruiken. Hierdoor wordt voorkomen dat ze contact met de buitenwereld hebben en daardoor de aandacht op hun situatie kunnen vestigen.

Sommigen zijn zelfs mishandeld. “Ik kreeg voortdurend slaag en slechts eenmaal per dag te eten. Ik weeg nu maar veertig kilo”, schrijft Sangeeta Ransingh, die bij de open brief een persoonlijk schrijven heeft gevoegd.

De autoriteiten van de Antillen en Aruba wordt verzocht de situatie te verbeteren van de naar schatting 75 Indiase dienstmeisjes die op de Antillen en Aruba werkzaam zijn. Onder-directeur Adriaan Moen van het Departement van Arbeid in Willemstad bevestigt dat de inwonende, buitenlandse dienstmeisjes “op bijzonder schandalige wijze” worden uitgebuit door, vooral op de eilanden gevestigde, handelaren uit India.

“Sommigen krijgen hun loon zelfs in Indiase valuta uitbetaald.”

Moen heeft zich jarenlang persoonlijk ingespannen om het lot van de inwonende dienstmeisjes te verbeteren. Via enkele rechtszaken die Moen heeft aangespannen, werden enkele Indiase handelaren verplicht alsnog de achterstallige lonen en toeslagen te betalen.

“Dit is echter een druppel op de gloeiende plaat. Over de hele linie moet het lot van deze vrouwen worden verbeterd”, zegt Moen.