Deze chauffeurs zijn de slaven van de weg

Karel Brenna zit eigenlijk al vijf jaar in het verdachtenbankje. Dat is een hele tijd voor iemand die je in geen enkel opzicht een beroepscrimineel kunt noemen.

Brenna is een gewone burger die één keer in zijn leven een grote, onherstelbare fout heeft gemaakt.

Dat gebeurde op 3 april 1991, om vier uur in de morgen. Brenna reed in Engeland als vrachtwagenchauffeur op de weg naar Harwich. Het was een heuvelachtig gedeelte met weinig overzicht in de bochten. Op een bepaald moment moet Brenna op de rechterweghelft terecht zijn gekomen.

Was hij in slaap gevallen? Vergiste hij zich, door vermoeidheid overmand, en koos hij voor de 'Nederlandse' weghelft?

Het moeten vragen blijven, want het enige wat Brenna zich van het fatale moment zegt te herinneren is een lichtflits. “Toen was alles voorbij.”

De vrachtwagen botste frontaal op een personenauto. De bestuurder, een 49-jarige man, was op slag dood. Hij had de vrachtwagen niet kunnen zien aankomen op 'zijn' weghelft, omdat een heuveltje hem het uitzicht belemmerde. Brenna bleef ongedeerd. Hij is nu een 66-jarige man die alweer geruime tijd in de vut zit.

Nog anderhalf jaar heeft hij na het ongeluk gereden. Daarna maakte het bedrijf een einde aan zijn, ook letterlijke, lijdensweg.

Veertig jaar was hij beroepschauffeur geweest, en - behalve die ene keer - had hij nooit méér schade veroorzaakt dan een simpel deukje.

Brenna zegt dat hij nog steeds moet dromen van het ongeluk.

Maar dromen bevatten geen objectieve informatie, en dat is wat de rechtbank nodig heeft.

De voorzittende rechter van de Haagse rechtbank, mevrouw mr.

M. Tan, dringt tevergeefs bij Brenna aan. Zij laat hem foto's zien en stelt hem, in allerlei varianten, steeds weer diezelfde vraag: “Weet u echt niet meer waarom u op die rechterweghelft terecht bent gekomen?”

Nee, nee en nog eens nee.

De nasleep - die zal hem langer heugen.

Brenna werd na het ongeluk gearresteerd en op borgtocht (2.500 gulden) vrijgelaten. Volgens de officier van justitie, mevrouw mr.

M. Horstman, is hij daarop naar Nederland gevlucht. Zijn advocaat, mr. A. Roelofs, bestrijdt dat. Hij zegt dat er geen voorwaarden aan de borgtocht waren verbonden, behalve dat Brenna zich tezijnertijd moest melden voor de rechtzitting in Engeland.

Hij kreeg zijn paspoort terug en vertrok openlijk naar Nederland.

Dat klopt, maar bij nader inzien besloot Brenna zich aan de voorwaarde te onttrekken. Hij keerde niet terug voor de rechtzitting.

Een Engelse advocaat had het hem afgeraden. In Engeland zou hem voor dit delict - dood door schuld bij een ongeval - een maximumstraf van vijf jaar te wachten staan tegen slechts één jaar in Nederland. Bovendien hadden collega-chauffeurs Brenna verzekerd dat de Engelse gevangenis “een van de slechtste plaatsen is waar je in Europa kunt zitten”.

In Engeland was de verontwaardiging over Brenna's houding groot.

De pers bemoeide zich ermee, een Engelse Europarlementariër stelde lastige vragen. Achter Brenna's rug ontwikkelde zich een ingewikkeld juridisch steekspel.

Moest hij nu wel of niet aan Engeland worden uitgeleverd? Ja, vonden de Engelsen, en wel subiet. Nee, vond staatssecretaris Kosto ten slotte. Hij wilde Brenna alleen uitleveren als de Engelsen bereid waren hem zijn straf in Nederland te laten uitzitten. Dat is conform Europees recht. Waren ze dat ook van plan? Engeland zweeg hierop in alle talen, zelfs in het Engels. Dan maar geen uitlevering, besliste Kosto.

Dat was in september 1993.

Tweeënhalf jaar later staat Brenna in Nederland terecht. Een onvergeeflijk lange periode, vindt zijn advocaat. Des te onvergeeflijker, stelt hij, omdat Brenna al die tijd geen signalen kreeg dat hij alsnog in Nederland vervolgd zou worden. De advocaat stelt daarom voor het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren.

Over het ongeluk zelf zegt mr.

Roelofs nog: “Niemand weet waarom hij iets over de as van de weg terechtkwam. Misschien was er wel een verkeersnoodzaak op dat moment.”

Hij herinnert aan de zaak van een mevrouw die op de weg van Roermond naar Sittard links ging rijden en ook een dodelijk ongeval veroorzaakte. Het hof sprak haar vrij, omdat het onduidelijk bleef waarom zij op de verkeerde weghelft was beland. Daarom moet ook voor Brenna vrijspraak volgen, vindt de advocaat.

De officier voelt daar niets voor.

Zij stelt dat Brenna 'zeer onvoorzichtig' moet hebben gereden. Zij eist een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden - eventueel om te zetten in dienstverlening - en een voorwaardelijke rij-ontzegging van negen maanden.

Onervarenheid met het Engelse verkeer kan Brenna geen parten hebben gespeeld: hij reed tweemaal per week in Engeland. De rechter confronteert hem met de snelheid waarmee hij gereden moet hebben: 80 kilometer per uur in plaats van de toegestane 64 kilometer. Brenna zegt dat hij het niet kan bevestigen.

“Volgens het rapport kan de snelheid overigens niet de oorzaak zijn geweest”, constateert de rechter. “De oorzaak was de verkeerde weghelft. Ook als hij 20 kilometer per uur had gereden, zou het fataal zijn geweest.”

Dan is er de kwestie van de voorgeschreven rusttijden voor vrachtwagenchauffeurs. Had Brenna zich daaraan gehouden? “Ik weet het niet meer”, zegt hij weer. Een chauffeur moet tijdens een week minstens één dag rust nemen, de rechter stelt dat hij daaraan niet is toegekomen.

“Deze chauffeurs zijn niet de ridders, maar de slaven van de weg”, zegt de advocaat. “Brenna had de hele week gereden. Toen hij wilde pauzeren, zei zijn baas: “Rijd nog één keertje.” En hij hield hem een worst voor: de hele volgende week vrij. Het is niet voor niets dat veel chauffeurs weglopen bij hun bedrijf en acties beginnen. Ze worden uitgebuit.”

Het bedrijf was ook niet al te chic omgesprongen met de nabestaanden van het slachtoffer. De verzekeraar had weliswaar 261.000 gulden aan de familie uitgekeerd, maar het bedrijf had verder nooit iets van zich laten horen. Brenna had dat evenmin gedaan, omdat de afspraak was dat het bedrijf zich van deze morele plicht zou kwijten.

“Het is verschrikkelijk wat er gebeurd is”, zegt Brenna, “maar ik kan er verder ook niks aan doen. Ik heb er de grootste ellende van gehad. Daarom ben ik ook opgehouden met werken.”

Als hij de rechtszaal wil verlaten, stuit hij op een jonge man, een familielid van het slachtoffer. Brenna steekt zijn hand uit. De man aarzelt, twee, drie seconden. Dan aanvaardt hij de hand. Maar hij zegt wel in het Engels: “Eén ding begrijp ik niet: u komt het nog steeds tegen in uw dromen, maar toch zegt u dat u zich niets meer kunt herinneren. Blijf maar dromen.”

Het klinkt hard, en zo is het ongetwijfeld ook bedoeld.

Brenna knikt en zoekt met onzekere pas de uitgang van de rechtszaal.

(Het vonnis, twee weken later: een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden, die omgezet wordt in 140 uur dienstverlening, en een voorwaardelijke rij-ontzegging van negen maanden.)

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.