Architect Moneo luistert naar locatie

Wanneer de Spaanse architect Rafael Moneo (58), die dit jaar de Pritzker Prijs krijgt, zijn opvattingen over architectuur moet ontvouwen, neemt hij graag zijn toevlucht tot het Engelse woord foundation.

Dit woord heeft twee betekenissen: iets oprichten en basisstructuur. Iets oprichten doe je op een bepaalde plek, op een locatie, en een basisstructuur bevat een idee, een concept.

Door de locatie wordt aan het toekomstige gebouw een omgeving aangeboden. De architect gaat daarop de ruimte domineren en hij zal aan het gebied een stijl opleggen.

Moneo vindt dat de ontwerper dat uitsluitend mag doen nadat hij zich de eigenschappen van de plek heeft eigen gemaakt.

“Leren luisteren naar het gemompel van de locatie is een van de meest noodzakelijke ervaringen die een architect tijdens zijn opleiding moet opdoen”, zei Moneo in 1993 bij de aanvaarding van een eredoctoraat aan de Katholieke Universiteit van Leuven. En hij voegde eraan toe: “De aard van de locatie begrijpen en beantwoorden sluit de mogelijkheid van een radicale verandering van haar karakter niet uit.” Deze stellingname behoort tot de natuurlijke vrijheid van de architect. En maakt hij de juiste keuze, dan zal een architectuur ontstaan die als enige thuishoort op de betreffende plek.

Het oeuvre van Moneo laat zien dat hij een gevoelig oor heeft voor het gemompel van de locatie. Bovendien bezit hij het vermogen om op al die ongearticuleerde geluiden een klinkend en origineel antwoord te geven. De plekken waar Moneo tot nu toe heeft gebouwd en waar projecten van hem zullen verrijzen, zijn vaak zo uitzonderlijk dat het de vraag is of hij de locatie heeft gekozen of de locatie hem.

Het Museum voor Romeinse Kunst in Mérida - het Rome van Spanje - werd door Rafael Moneo gebouwd tussen 1980 en 1986 en is een indrukwekkend voorbeeld van hoe moderne en klassieke architectuur samen tot ongekende culturele hoogte kunnen opstijgen. Romeinse opgravingen vormen de letterlijke ondergrond van het museum en Moneo heeft een ruimtelijk, roodbruin metselwerk over de archeologische resten gespannen waardoor de klassieke beelden en zuilen in een dramatisch decor worden opgenomen. De nieuwe gedaante van het Museo de Arte Romano de Mérida kent een van de mooiste museumramen van Europa: een ronding die met ijle, stalen middelen in een stenen muur is getekend maar niet tot driehonderd zestig graden is voltooid. Wat resteert is een thermenvenster, een halve cirkel die het licht overvloedig naar binnen laat in een aureool van smalle baksteen.

Het verzekeringsgebouw Prevision Espanola in Sevilla, vlakbij de Toro del Oro, levert zich organisch uit aan de historische omgeving zonder zelf historiserend te zijn. In San Sebastián liggen de twee hoekige, maar kwalachtige vormen van het Kursaal-project als wonderlijke prisma's op een kuststrook. En in Stockholm is het eiland waar het Museum voor Moderne Kunst naar ontwerp van Moneo tot stand komt, een gedroomde ondergrond.

Plekken met een geschiedenis doen Rafael Moneo goed. Deze locaties inspireren hem tot gebouwen die onderdeel zijn van deze tijd, maar tevens de ambitie hebben om tot de eeuwigheid te behoren, zoals het Fundación Pilar y Joan Miró in Palma de Mallorca, het Davis Museum and Film Center van Wellesley College in Massachusetts en het prominente Edificio Diagonal in Barcelona.

Rafael Moneo heeft de Pritzkerprijs verdiend omdat hij gevarieerde, maar karaktervaste architecuur ontwerpt en gelooft dat gebouwen niet voor de tijdelijkheid zijn bestemd. De economie mag weliswaar gebieden dat een bouwwerk een kort leven is beschoren; voor Moneo is dat een onverdraaglijke gedachte.

    • Max van Rooy