Vrouw president Soeharto met militaire eer begraven

De vrouw van de Indonesische president Soeharto, Tien (72), is gisteren aan een hartaanval overleden. Vandaag is ze met militaire eer en volgens de Javaans-islamitische rite bijgezet in een praalgraf ten oosten van de stad Solo op Midden-Java, haar geboortestreek.

JAKARTA, 29 APRIL. Toen zes officieren op zondagmiddag de kist met het stoffelijk overschot van mevrouw Suhartinah (Tien) Soeharto de echtelijke woning aan de Sandelhoutstraat uitdroegen, keek haar echtgenoot haar na. Op dat moment, haarscherp geregistreerd door de camera van de staatstelevisie, leek hij zich te realiseren dat Tien voorgoed vertrok. Arm in arm met zijn jongste dochter Mamiek, veegde hij met een zakdoek de tranen uit zijn ogen. Indonesië had Bapak (vader) nog nooit zo geteisterd gezien.

Al jaren breken generaals, ministers, politicologen en andere paleiskijkers zich het hoofd over de vraag wanneer de langst zittende president ter wereld de scepter zal overdragen of het moede hoofd neerleggen. Niemand leek rekening te houden met de mogelijkheid dat Ibu (moeder) Tien hem zou voorgaan naar het hiernamaals. En niemand heeft zich afgevraagd wat dit zou betekenen voor Soeharto's presidentschap.

Moeder Tien was voor haar man veel meer dan een toegewijde Javaanse echtgenote. Soeharto's Amerikaanse hagiograaf, O.G. Roeder, beschreef haar in zijn boek The smiling general als de beste kameraad en, in tijden van politieke crises, enige vertrouweling van de president. Luitenant-generaal Soeyono, chef algemene zaken van de strijdkrachten en vier jaar lang persoonlijk adjudant van Soeharto, karakteriseerde Tien vanmorgen als een 'echte soldatenvrouw'.

Javanen van de oude stempel zagen in haar Soeharto's tumbal, een persoon met bijzondere gaven die het ongeluk kan afweren. Meer afstandelijke waarnemers beschouwden Tien als de drijvende kracht achter Soeharto's lange mars naar het hoogste ambt en als de belangrijkste steunpilaar van zijn presidentschap. Haar tomeloze energie, ijzeren wil en, ondanks haar zorgvuldig opgebouwde moederimago, tyrannieke trekjes waren te herleiden tot haar familiegeschiedenis.

Raden Ajeng Siti Suhartinah stamt uit een verarmde tak van het prinsengeslacht Mangkunegaran. In de achttiende eeuw viel het koningshuis Mataram, dat heerste over een groot deel van Java, als gevolg van hofintriges en listig verdeel-en-heersspel van de Verenigde Oostindische Compagnie in drieën uiteen: het sunanaat Surakarta, met een koninklijk paleis in Solo, het sultanaat Yogyakarta en het autonome prinsdom Mangkunegaran, eveneens met een zetel in Solo.

Pag.4: Familie Tien van hoge adel

Tiens familie stamt rechtstreeks af van Mangkunegoro III, die onder Nederlands oppergezag hof hield van 1835 tot 1853. Kort na de eeuwwisseling werd Tiens grootvader, de regent van Wonogiri, het slachtoffer van een dynastieke ruzie aan het Mangkunegaranse hof. De regent had uit loyaliteit met de regerende prins één van de pretendenten onderdak geweigerd in zijn ambtswoning. Dat bleek later een misrekening, want de man die hij de deur had gewezen, beklom in 1915 de prinsentroon en ontsloeg de regent. Een Solonese hoveling: “De familie is van hoge adel, maar verarmde. Een Javaanse edelman die gekwetst wordt in het sociaal-economische valt terug op zijn stamboom. Hij draagt zijn armoede en put kracht uit zijn aristocratische afkomst”.

Tiens vader, Raden Mas Soemoharjomo, bracht het tot wedana (districtshoofd) van Wuryantoro, een lagere, 'inheemse' ambtenaar in het Binnenlands Bestuur van Nederlands-Indië. Zij was het tweede van negen kinderen, bezocht de lagere school in het dorp Wuryantoro en de Hollands-Inlandsche School in de regentschapshoofdplaats Wonogiri. Van de lagere school kende ze, zij het oppervlakkig, Soeharto, een half verweesde boerenzoon uit het Yogyase. Hij zat twee klassen hoger, maar maatschappelijk gezien stond hij mijlenver beneden de adellijke dochter van de wedana.

Soeharto's pleegvader was landbouwvoorlichter in Wuryantoro en was in de leer bij dezelfde Javaanse mysticus als de streng ascetische Soemoharjomo. Toen de voormalige KNIL-sergeant Soeharto in de revolutiejaren was opgeklommen tot de rang van luitenant-kolonel in het nationalistische leger werd door de wederzijdse (pleeg)ouders een huwelijk gearrangeerd. Volgens een betrouwbare bron sprak de jonge officier tegenover zijn pleegmoeder twijfel uit over dit huwelijk: “Vinden haar ouders dat wel goed? Ik kom uit de kampong en zij is van adel.”

Wellicht hadden de Soemoharjomo's een vooruitziende blik: de revolutionair won Hartinah's hand. Veel later, toen Soeharto al president was, verleende de inmiddels machteloze prins Mangkunegoro VIII Tien's ouders grafelijke titels en kregen zij een fraaie woning aan de rand van Solo, waar mevrouw Soeharto gisteren en vandaag lag opgebaard.

Na de huwelijksvoltrekking in 1947, tussen twee militaire campagnes door, vertrok Tien met haar officier naar Yogyakarta. Sindsdien week ze niet meer van zijn zijde. Behalve de opvoeding van hun zes kinderen (drie jongens en drie meisjes) rekende ze het tot haar taak om Bapak waar zij kon tot daden aan te sporen en hem op momenten van wankelmoedigheid over de streep te trekken. De gekrenkte trots van de familie gaf haar de kracht om voor haar man te bereiken wat voor haar verwanten niet was weggelegd: het hoogste ambt van het land. Door de adellijke connecties van Tien kreeg Soeharto toegang tot de Javaanse elite, die deze dorpsjongen anders nooit in zijn rijen had geduld.

Wijlen sultan Hamengkubuwono IX van Yogyakarta, in de jaren zeventig Soeharto's eerste vice-president, vertelde ooit de volgende anecdote. Aan het einde van zijn eerste ambtstermijn overwoog Soeharto zich terug te trekken en hij besprak dit met de sultan. Plotseling werd het gesprek onderbroken door Moeder Tien, die op besliste toon zei: “Nee! Pak Harto moet zijn leven lang president blijven. Er kan dus geen sprake zijn van terugtreden.”

En zo geschiedde. Moeder Tien waagde zich, zoals zovelen van haar klasse, in het grensgebied van goede werken en zaken doen. Zij zette tal van stichtingen op voor sociale doeleinden en bedong in het voorbijgaan aandelen in grote overheidsprojecten, wat haar de bijnaam 'Tien Procent' opleverde. Daarnaast ontfermde ze zich over de cultuur. Aan de zuidrand van Jakarta liet zij een uitgestrekt conferentieoord annex cultuurtuin aanleggen met vogels en planten uit de hele archipel en fraaie proeven van inheemse architectuur: Taman Mini Indonesia Indah (Mooi Indonesië in het Klein). In de vorm van dit troetelproject beschikte Tien over het vaderland op schaal.

Soeharto creëerde een Familiestaat met één ideologie, één loyale bureaucratie en één vaderlijke leider. En bij een vader hoort een moeder. Langs de doorgaande wegen van Jakarta staan naast reclames voor het nieuwste hoofdpijnmiddel meer dan levensgrote borden waarop president Soeharto is afgebeeld, docerend voor een schoolklas of doende een injectie te geven aan een zuigeling. Hij is steevast vergezeld van Hartinah, die glimlachend haar tas vasthoudt of haar echtgenoot de helpende hand reikt. Pak (vader) Harto en Ibu (moeder) Tien, het nationale ouderpaar, hoofd en sub-hoofd van de Indonesische familie.

    • Dirk Vlasblom