Tennis om Fed Cup mist nog sfeer van Davis-Cupstrijd

KAMPEN, 29 APRIL. Het vrouwentennis staat nog steeds in de schaduw van het mannentennis. Die conclusie is gerechtvaardigd na de door Nederland gewonnen Fed-Cupontmoeting tegen Australië, dit weekend in Kampen. Waar een wedstrijd om de Davis Cup bij de mannen doorgaans bol staat van passie, drama, hectiek en verbetenheid, heerste bij Nederland-Australië (4-1) een ontspannen sfeer. Daarin was geen plaats voor uitbundigheid.

De Nederlandse tennisbond (KNLTB) werkt eraan de achterstand van de Fed Cup te verkleinen. “Over een paar jaar heeft de Fed Cup dezelfde uitstraling als de Davis Cup”, verzekerde voorzitter Ruurd de Boer gistermiddag. “De sfeer was dit weekend al veel beter dan vorig jaar bij de wedstrijd tegen Oostenrijk, hoewel het natuurlijk veel scheelt dat we nu gewonnen hebben.”

Aan het verschil in beleving rond de beide wereldbekers voor landenteams, gaat een jarenlang afwijkende opzet vooraf. Tot vorig jaar werd de strijd om de Fed Cup altijd ergens in toernooivorm bestreden. Binnen één week was de winnaar bekend. Voor veel mensen was het een ver-van-mijn-bed-show. Ook de media besteedden weinig aandacht aan het evenement. Sinds vorig jaar hanteren de vrouwen en de mannen eenzelfde opzet. In vier over het jaar verspreide weekeinden spelen de teams volgens een knock-outsysteem uit- en thuiswedstrijden.

Om het gat te dichten, kent de KNLTB de thuiswedstrijden van het nationale team niet meer vanzelfsprekend aan de Randstad toe. Nederland moet kennis maken met het vrouwentennis, vindt De Boer, en daarom komt de KNLTB naar je toe. “De interesse moet groeien. Om één of andere vreemde reden kijken mensen niet graag naar de vrouwen. Ze vinden hun spel van te laag niveau. Nou, je hebt vandaag kunnen zien dat dat onzin is.”

Het publiek wist de weg naar het tennispark de afgelopen twee dagen te vinden. Zowel zaterdag als zondag zaten ongeveer 2.000 toeschouwers op de tribunes, maar ze leken nauwelijks geobsedeerd door het spel. Af en toe klonk er bescheiden applaus bij een mooi punt, het stond gelijk voor wie, voor de rest was het een saaie boel. Luide aanmoedigingen en gillende mensen waren niet te horen in Kampen. Wanneer Schultz een ace sloeg, verroerden weinigen zich. Het beeld was te vertrouwd om ervoor te klappen.

Oranje leek zelfs een verboden kleur. Rond de Davis Cup hangt een geur van chauvinisme, waarbij de toeschouwers zich van boven tot onder uitdossen in het oranje. Dit weekend hadden hooguit twintig mensen een oranje petje op. Slechts een enkeling had zich helemaal in die kleur gehesen.

Eén toeschouwer probeerde er toch nog iets van te maken. Getooid met oranje shirt, vlag en paraplu stond hij in de rustpauzes regelmatig op om de mensen actiever te krijgen. Het lukte hem tot op zekere hoogte. Wanneer hij zong 'If you like Brenda Schultz, clap your hands', willigde de menigte zijn verzoek braaf in door drie keer te klappen. En op verzoek wilde ze dat nog wel een keer herhalen ook. Toen hij de wave over de tribunes wilde laten gaan, liet iedereen hem echter in de steek.

De speelsters deden er nochtans veel aan de toeschouwers te vermaken. Vooral het afsluitende dubbel was leuk. Af en toe was er zelfs tijd voor een geintje. Dat kon, want de wedstrijd was na de Nederlandse overwinningen in de enkelspelen (twee op zaterdag en twee op zondag) al lang gespeeld. Een tie-break moest de beslissing brengen. Het was de eerste keer dat het publiek echt tot leven kwam. Even, heel even, was er die typische sfeer. Ritmisch geklap moest Schultz en Bollegraf tot beter spel dwingen. Maar het ging niet zo ver dat de umpire het publiek tot stilte moest manen. Het 'Quiet please' bleef achterwege. Na de wedstrijd was er meteen weer die amicale sfeer. Rennae Stubbs en Rachel McQuillan hadden het eerste Australische punt gepakt en eigenlijk vond iedereen dat wel best.

Stubbs en Schultz roemden na afloop de toeschouwers. Dat was niet alleen uit beleefdheid, ze meenden het. Het zegt alles over de positie van het vrouwentennis. De speelsters zijn blij als er mensen komen. Als ze zich dan nog correct gedragen ook, is het helemáál in orde. De Nederlandse mannen zouden een dergelijk publiek waarschijnlijk verfoeien.

    • Orkun Akinci