Springdance heeft artistieke impuls nodig

Springdance. Gezelschap: Sasha Waltz & Guests. 1. Travelogue III - All ways six steps. Concept en regie: Sasha Waltz. Gezien: 25/4 Utrechtse School. 2. Travelogue I - Twenty to eight. Concept en regie: S. Waltz. Gezien: 26/4 Utrechtse School.

Springdance 96 is weer voorbij.

Aanvankelijk gaf het mooie weer nog een feestelijk karakter aan de 18de editie van het Utrechtse festival, maar dat blije gevoel verdween binnen de theaters. Springdance loopt niet meer voorop, het avant-gardisme lijkt afgezworen. Slechts een enkele keer werd de nieuwsgierigheid geprikkeld, zoals bij de solovoorstelling van José Navas en de produktie Lara van José Besprosvany. Daarnaast leunde het programma sterk op de roem van gerijpte choreografen als Anne-Teresa De Keersmaeker, Krisztina de Châtel en Josef Nadj. Verder overheerste de middelmaat.

Onder het (teruglopende) publiek bevonden zich zeker zestig internationale theaterprogrammeurs, aldus een woordvoerster van het festival. Zij kwamen echter vooral op de buitenlandse voorstellingen af. Van het Nederlandse aanbod viel bij hen alleen het werk van de choreograaf Hans Tuerlings in goede aarde. Daarmee lijkt ook de 'beurs-functie' van het festival, juist bedoeld voor de export van dansprodukties van eigen bodem, te zijn achterhaald. En dan ga ik maar voorbij aan de vreemde beslissing van de jury bij de competitie van het Springdance Cinema Festival, die bij een gedeelde eerste prijs het geldbedrag slechts aan één van partijen toekende. Een debâcle.

Bij de feestelijke uitschieters behoorden Travelogue III - All ways six steps en, in mindere mate, Travelogue I - Twenty to Eight (in die volgorde zijn ze vertoond) twee afleveringen uit een dansdrieluik van Sasha Walz. De Duitse choreografe is midden jaren tachtig in Amsterdam opgeleid aan de School van Nieuwe Dans Ontwikkeling. In 1993 vormde zij samen met Jochen Sandig in Berlijn het gezelschap Sasha Waltz & Guests, waarin steeds andere dansers participeren.

Travelogue III - All ways six steps (1995) is het meest inventieve deel dat door het verrassende toneelbeeld van Thomas Schenk (een houten kist waarin een slaapkamer is gebouwd en waarvan de neergeslagen klep de buitenmuur van een huis vormt) en absurdistische scènes doet denken aan vroegere voorstellingen van Hauser Orkater. In die kamer lijkt het te spoken. Er zijn kasten, deuren en luiken waardoor mensen en lichaamsdelen met een perfecte timing verschijnen en verdwijnen. De meubels veranderen niet alleen steeds van plek, maar tevens van functie. Ook het huisraad leidt er een eigen leven. Zo schuift een koffiepot boven over de muur en fladderen de eetborden als vogels weg op de muziek van de cellist Tristan Honsinger en zanger Mola Sylla.

De bewoners lijken alleen buitenshuis tot normaal contact in staat. Binnenskamers loert de gekte. Met zwarte humor spelen Cecile Mertens en Sasha Waltz twee pesterige poppen en Nasser Martin-Gousset een soort Kaspar Hauser-figuur, die met onbeholpen geweld een vrouw probeert te veroveren.

Takako Suzuki wandelt onverstoorbaar op hoge naaldhakken over een rij lege flessen, terwijl Bo Madvig als een langbenige, houterige marionet maar één doel voor ogen heeft: de ander eruit te werken.

Hierna is Travelogue I - Twenty to eight (1993), dat in 1994 met de tweede prijs is onderscheiden bij het Internationaal Choreografen Concours in Groningen, minder spannend. Het speelt zich af in en rond de keuken. In de alledaagse handelingen zijn meer repetitieve elementen verwerkt en is de voorspelbaarheid groter. Ik vond het jammer dat de festivalleiding voor deze volgorde heeft gekozen.

Het is de vraag hoe het nu verder moet met Springdance. Voor de toekomst is de hoop gevestigd op de per 1 juli aantredende artistiek leider en algemeen directeur Guy Gypens. Aan hem de taak de neergang van het festival te keren en om te zetten in een artistiek noodzakelijk en inspirerend feest.

    • Caroline Willems