Liever arm en vrij dan samenleven met de Grieks-Cyprioten

Binnenkort begint de EU onderhandelingen met Cyprus over toetreding, mogelijk los van een vredesregeling tussen Grieks- en Turks- Cyprioten. Sommigen geloven dat de scheiding op het eiland zich dan verdiept. Veel Turks-Cyprioten proberen zich nu op andere manieren uit hun economische en sociale isolement te bevrijden.

LEFKOSA, 29 APRIL. “Ik ben noch Turk, noch Cyprioot”, zegt Gökten Erenköy. “Ik ben een Turks-Cyprioot.” Hij was drie jaar toen zijn vader in 1974 tijdens de Turkse invasie op het eiland - de Turks-Cyprioten en de Turken spreken hardnekkig van een vredesoperatie - om het leven kwam. “Mijn moeder wordt in haar dorp nog steeds de weduwe van een martelaar genoemd”, zegt hij trots. “De dood van mijn vader en die van al de andere Turks-Cyprioten die in de jarenlange strijd met de Grieks-Cyprioten werden vermoord, bepaalt tot op de dag van vandaag ons denken. Ook mijn generatie leeft met het historische besef dat de Turks-Cyprioten nooit meer onder het juk van de Grieks-Cyprioten moeten zuchten.”

Gökten is kelner in het Sarayhotel in Lefkosa (de Turkse naam voor Nicosia). Het enigszins verwaarloosde gebouw, dat eigendom is van de staat, is beroemd om het wijdse panorama vanaf het dakterras over de verdeelde hoofdstad. De minaretten van de moskeeën en de klokketorens van de kerken zijn de symbolen van de segregatie. De oproep tot gebed vijf keer per dag van de islamitische aanspreker is ook in het Grieks-Cyprische gedeelte van de stad te horen. Net als in de vroege morgen het gebeier van de klokken van de Grieks-orthodoxe kerken tot in het Turks-Cyprische deel van Lefkosa doordringt.

“De Turks-Cyprioten leven in een sociaal en economisch isolement”, roept Eren Ertanin, voorzitter van de Kamer van industrie. Zijn kantoor is gevestigd in een van de betere wijken van Lefkosa. Ertanin is opgeleid in Londen. “Sinds mijn eerste verblijf in het buitenland weet ik dat de Turks-Cyprioten feitelijk niet bestaan. Heel Cyprus wordt internationaal als Grieks gezien.”

Het economische isolement van de Turks-Cyprioten is volgens Ertanin niet pas in 1974, na de scheiding van Cyprus in een noordelijk (37 procent) Turks deel en een zuidelijk Grieks deel, maar al in 1963 begonnen. “Vanaf die tijd werden alle internationale fondsen slechts gebruikt voor de Grieks-Cyprioten op het eiland. Mijn ouders hadden een klein naaiatelier, maar ondanks de pogingen van mijn vader om voordelige kredieten te bemachtigen, heeft hij nooit een cent ondersteuning van de staat gekregen.”

Na de splitsing van het eiland in 1974 telde het achtergebleven Noord-Cyprus veertien ondernemeningen. Nu zijn dat er 741, maar slechts 600 daarvan draaien geheel of gedeeltelijk. Tot 1994 wist Noord-Cyprus ondanks het Griekse handelsembargo economische betrekkingen met ten minste 70 landen aan te knopen. Maar in juli 1994 besliste het Europese Hof van Justitie in Luxemburg dat EU-lidstaten sommige produkten niet langer mochten importeren vanaf Noord-Cyprus, een republiek die alleen door Turkije is erkend. Ertanin heeft toen zijn confectiebedrijf met 100 werknemers moeten sluiten. “Die beslissing was een aanval in de rug”, meent hij.

De VS zijn de belangrijkste exportpartner, terwijl de meeste goederen vanuit Turkije komen. Noord-Cyprus wordt grotendeels met steun vanuit Ankara op de been gehouden. Maar omdat het dezelfde munteenheid heeft als de Turken, de lira, kampt het ook met een chronisch hoge inflatie, ruim 70 procent op jaarbasis. Desondanks is de levensstandaard twee keer zo hoog als in Turkije. De werkloosheid is relatief laag door het hoge aantal ambtenaren: ruim 20.000. Pas de laatste maanden vinden Turks-Cyprische bedrijven alternatieve exportmarkten en openen sommige fabrieken, waaronder die van Ertanin, op bescheiden schaal weer hun poorten.

De Turks-Cyprische 'president' Rauf Denktas (72) heeft zich zijn hele leven ingezet voor de Turkse gemeenschap (165.000) op Cyprus. Hij heeft internationaal de reputatie dat hij de vereniging van de Turks- en de Grieks-Cyprioten in een bi-federale, bi-zonale staat blokkeert door de apartheid die hij nastreeft. Maar hij kan binnenlands op een weliswaar tanende maar nog steeds omvangrijke aanhang rekenen.

“Denktas wordt volledig gesteund door het moederland Turkije”, zegt Özken Özgür van de socialistisch georiënteerde Republikeinse Turkse Partij (CTB), die samen met de conservatieve Democratische Partij (DP) een moeizame regeringscoalitie vormt. Özgür was tot voor enkele maanden vice-premier. Uit ongenoegen over “de dictatoriale houding van de DP”, de door Denktas gesteunde partij, deed hij afstand van die functie.

Brussel heeft beloofd om zes maanden na de intergouvernementele conferentie onderhandelingen met Cyprus te beginnen voor toetreding tot de EU - eventueel los van de vraag naar een oplossing van de interne problemen op het eiland tussen de Grieks- en Turks-Cyprioten. Ozgür vindt dat geen wezenlijke bedreiging voor de Turks-Cyprioten. Evenmin als de pogingen van de Verenigde Staten om het vredesproces er nieuw leven in te blazen. Volgens de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Warren Christopher, is de handhaving van de status quo - met een vredesmacht die de Turkse en Griekse gemeenschappen scheidt - “te kostbaar voor de VS, te kostbaar voor de VN en onwenselijk wat betreft de verdeeldheid op het eiland”.

“De kwestie-Cyprus kan niet worden opgelost zolang ook over de andere problemen tussen Turkije en Griekenland, als de wederzijdse aanspraken in de Egeïsche Zee, geen overeenstemming wordt bereikt”, zegt Özgür. Tevens beschuldigt hij Denktas ervan dat deze zijn oren volledig laat hangen naar de wensen van Ankara. “De Turkse regering zal nooit accepteren dat Cyprus eerder lid wordt van de EU dan Turkije”, aldus Özgür.

Hij is bezorgd over de steeds dominantere rol van de Turken van het vasteland, die zich in de afgelopen decennia in Noord-Cyprus hebben gevestigd. “Sinds 1974 hebben 30.000 Turks-Cyprioten een nieuw bestaan gezocht in het buitenland”, zegt hij, “terwijl zich in diezelfde periode ten minste 50.000 Turken van het vasteland in Turks Cyprus hebben gevestigd. Dat is een alarmerende ontwikkeling. Deze mensen voelen zich geen Turks-Cyprioten en ze zijn dus niet uit op een oplossing van de kwestie-Cyprus. De tijd werkt dan ook in het nadeel van de pro-federalisten.”

De Turks-Cyprioten kijken neer op de Turken van het vasteland, die ze onderontwikkeld en gewelddadig noemen. Özgür voorspelt dat nog meer Turks-Cyprioten het eiland zullen verlaten als Cyprus in de EU wordt opgenomen zonder dat de Grieks- en de Turks-Cyprioten het eens zijn geworden over een hereniging. “Dat leidt onvoorwaardelijk tot verdere aansluiting van Noord-Cyprus bij Turkije.”

“Dat mag niet gebeuren, onze toekomst ligt in Europa”, zegt Mine Küfi, van de vereniging van Turks-Cyprische universiteitsvrouwen en lid van de Conflict resolution group, een door de Amerikanen opgezet orgaan om de Turks- en Grieks-Cyprioten bij elkaar te brengen. Ook zij hamert op de eigen identiteit van de Turks-Cyprioten. “We zijn meer Europees georiënteerd dan de Turken. In Noord-Cyprus zie je nauwelijks vrouwen met hoofddoeken. De politieke islam heeft in tegenstelling tot in Turkije hier zo goed als geen aanhang.” Om te bereiken dat ook Noord-Cyprus in Europa wordt opgenomen, moeten mensen als Denktas volgens Küfi pragmatischer worden en heeft Brussel de heilige plicht om Cyprus pas tot de EU toe te laten als de twee bevolkingsgroepen erin slagen een federale staat te stichten. “Dat dwingt de Grieks-Cyprioten ertoe te erkennen dat het eiland deels ook van ons is”, zegt ze.

Het internationale diplomatieke getouwtrek om Cyprus te verenigen lijkt ver weg in Dizkarpaz, een dorp in het uiterste noordoosten van het eiland. Het is een van de weinige nederzettingen in Noord-Cyprus waar de Turks- en de Grieks-Cyprioten nog steeds samenwonen. De 2.400 inwoners, onder wie 400 Grieks-Cyprioten, leven van land- en veeteelt en visvangst. De kustweg naar Dizkarpaz leidt langs prachtige, lege stranden, met hier en daar een buiten van in Londen wonende Turks-Cyprioten.

In het kantoor van burgemeester Arif Özbayrak hangt zowel een portret van de Turkse hervormer Atatürk, als van Denktas, die hij ziet als de grote leider van de Turks-Cyprioten. Özbayrak zegt liever arm en vrij te zijn, dan zonder garanties voor politieke gelijkheid opnieuw met de Grieks-Cyprioten in één staat te moeten wonen, ook al wordt Noord-Cyprus daardoor uit zijn sociale en economische isolement bevrijd.

Aan de ene kant van de weg door het dorp ligt het Turks-Cyprische koffiehuis, aan de andere kant het Grieks-Cyprische koffiehuis. Bovendien heeft Dizkarpaz gescheiden scholen voor de Grieks- en de Turks-Cyprioten. Ook de Grieks-orthodoxe kerk is nog steeds in gebruik. Het gebouw dateert, evenals de school, van voor 1974. De mannen in het Turks-Cyprische koffiehuis verhalen van de bloedige incidenten van voor 1974. En ze proberen me ervan te overtuigen dat niet de Turks-Cyprioten, maar de Grieks-Cyprioten stelselmatig een oplossing op het eiland blokkeren. “Het gaat hun uiteindelijk om de volledige verdrijving van de Turks-Cyprioten van het eiland”, klinkt het als uit één mond.

De mannen in het Griekse koffiehuis van Andreas Ahellas zijn zwijgzaam en zeggen geen Turks te spreken. Ook als er een tolk is geregeld, weigeren ze te vertellen hoe het is om als minderheid in dit dorp te leven. “Ze mogen niet praten”, wordt er door de Turks-Cyprioten gefluisterd. “Want als ze aan de internationale media vertellen dat ze hier goed worden behandeld, krijgen ze het aan de stok met de Grieks-Cyprische autoriteiten, die hen evenals internationale organisaties financieel ondersteunen. Deze mensen worden hier gehouden om de wereld er zo van te overtuigen dat Noord-Cyprus niet slechts uit Turks-Cyprioten bestaat.”

Aan de kapotte kousen, de vervuilde jurk en het vermoeide lichaam van de 67-jarige Grieks-Cyprische Kadina Baura te zien, is die ondersteuning geen vetpot. Ze wacht aan de kant van de weg op de man aan wie ze dagelijks tegen de avond haar kannen melk verkoopt. Het land dat ze even buiten Diskarpaz bezat, is na 1974 aan een Turks-Cyprioot gegeven, zegt ze. Maar sinds kort krijgt ze pacht. Kinderen heeft ze niet in Dizkarpaz. Een dochter woont in Canada, een andere in Athene, en een zoon in Londen. “Wat hebben we na die jaren nog in Grieks Cyprus te zoeken?” “Mijn man is oud en ziek en hier kunnen we tenminste terugvallen op onze ziektekostenverzekering.” Maar net zomin als de Turks-Cyprioten in Dizkarpaz Grieks spreken, heeft Kadina Baura in al die jaren dat ze met de Turks-Cyprioten samenleeft de moeite genomen om Turks te leren. “Ik heb het nooit als een belemmering ervaren”, antwoordt ze verbaasd.