'Doorleveren drugs zaak voor minister'

DEN HAAG, 29 APRIL. Politie en justitie mogen geen verdovende middelen meer doorlaten met het oog op de opsporing van criminele organisaties. Alleen de minister van Justitie kan besluiten tot een ontheffing van het verbod op doorlating van illegale goederen als drugs, wapens of explosieven.

Dit staat in een brief van het kabinet aan de Tweede Kamer, waarin het kabinet zijn standpunt over het eindrapport van de parlementaire enquêtecommissie opsporingsmethoden uiteenzet.

“Het is denkbaar dat zich een situatie voordoet dat door het niet in beslag nemen van dergelijke schadelijke of gevaarlijke goederen op korte termijn een grote slag kan worden toegebracht aan de georganiseerde criminaliteit”, aldus het kabinet. De minister van Justitie zal alleen toestemming geven als het een enkele proefzending, een zogenoemde lijntester, betreft. “Buiten dat geval zal geen ontheffing van het verbod worden gegeven”, aldus het kabinet. In het Kamerdebat met de commissie-Van Traa bleek twee weken geleden dat een meerderheid ernaar neigt de methode af te wijzen, zoals in navolging van Van Traa het kabinet nu ook doet. Uit de brief aan de Kamer blijkt verder dat minister Dijkstal (Binnenlandse Zaken) “weinig mogelijkheden” heeft om maatregelen te nemen tegen hoofdcommissaris Straver van het politiekorps Kennemerland. Dit heeft de landsadvocaat J. de Wijkerslooth vorige week geschreven aan de minister. Het functioneren van de Haarlemse korpschef is uiterst kritisch beoordeeld tijdens de IRT-onderzoeken van de commissie-Van Traa en de rijksrecherche. De landsadvocaat schrijft echter: “Een behoorlijke onderbouwing voor het oordeel dat van een algeheel tekortschieten moet worden gesproken, dat een ontslag op initiatief van de minister van Binnenlandse Zaken juridisch kan rechtvaardigen, levert dat voorshands niet op.”

De landsadvocaat komt mede op grond van het standpunt van Stravers directe chef, de Haarlemse burgemeester Pop, tot zijn conclusies. Die heeft zich altijd achter zijn hoofdcommissaris opgesteld. Dijkstal zegt in een brief aan de Tweede Kamer dat aan het oordeel van korpsbeheerders (burgemeesters) “een belangrijk gewicht moet worden toegekend”, omdat die “het meest directe zicht” op het functioneren van de korpschef heeft.