De Belgische pop ontworstelt zich aan het café

Internationale platencontracten, volle zalen, clips op MTV: de Vlaamse popmuziek geeft reden tot nationale trots. In Rotterdam is er op onze Koninginnedag zelfs een België Boven-avond. Maar in de Vlaamse popclubs, soms zonder telefoon en fax, heersen middeleeuwse toestanden.

30/4 België Boven-avond in Nighttown Rotterdam, met Metal Molly, Evil Superstars, Die Anarchistische Abendunterhaltung en Soulwax. Evil Superstars: 29/4 Fenix, Sittard. Metal Molly: tournee in Nederland, 27/5 op Pinkpop, evenals Moondog Jr en K's Choice.

Wat zou er met Elvis Presley gebeurd zijn als hij niet in Tupelo, Mississipi, maar in Kortrijk, Vlaanderen was geboren? In elk geval zouden minder mensen zich er nu nog druk over maken of Elvis al dan niet echt dood is. “Als Belgische groep begin je nooit met de bedoeling wereldberoemd te worden”, zegt violist Klaas Janzoons van de Belgische popgroep dEUS. “Daar kunt ge alleen van dromen. Als Engelse groep kun je plannen: 'over drie jaar willen wij wereldberoemd zijn' - dat is perfect mogelijk.”

Toch heeft de Belgische popmuziek een duidelijke internationale doorbraak beleefd. Het begon met de dansmuziek van Technotronic, die internationaal hits scoorde. De grote omslag voor rockgroepen was het succes van dEUS, die met een flinke scheut waanzin haar eigen variant van de heersende alternatieve pop maakte en snel werd opgepikt door de grote Engelse platenmaatschappij Island, die dEUS ziet als een potentiële nieuwe U2.

Na dEUS hebben meer Belgische groepen een internationaal platencontract gekregen. Zo worden de platen van K's Choice, bekend in Nederland en groeiend in de rest van Europa met toegankelijke, gedreven poprock, door Sony gedistribueerd. dEUS-bassist Stef Kamil Carlens kreeg met zijn succesvolle project Moondog Jr een contract bij Island, en de Evil Superstars kwamen met hun heftige, tegendraadse gitaarrock terecht bij A&M.

De grootste belofte is het in Nederland al heel populaire jonge trio Metal Molly, onder contract bij de Nederlandse platenmaatschappij Brinkman; hun pakkende, springerige gitaarpop is, evenals de muziek van de door EMI getekende Dildo Warheads, duidelijk beïnvloed door de Amerikaanse alternatieve gitaarpop van de laatste jaren. Ook Die Anarchistische Abendunterhaltung, vier jongens die met viool, klarinet, accordeon en cello een heel eigen geluid ergens tussen pop, klassiek en volksmuziek voortbrengen, doet het goed in Nederlandse clubs en concertzalen.

Tientallen anderen, zoals Mad Dog Loose, Sands, Biack, Channel Zero en Soulwax wachten ongeduldig op hun beurt. En dat terwijl België in het buitenland tot nu toe bekend stond als het land van de Zingende Non Soeur Sourire (Dominique, 1963) en de trampolinespringende punker Plastic Bertrand (Ça plane pour moi, 1977). In Nederland bleef de aandacht voor Belgische pop verder voornamelijk beperkt tot Raymond van het Groenewoud en T.C. Matic en zanger Arno solo.

Trots op de eigen popcultuur was er in België niet. Nu wel. “Het gaat goed, hè?” zegt Eric Smout, discjockey bij Studio Brussel, de belangrijkste popzender op de Belgische radio. Volgens hem is dEUS “de locomotief geweest die ervoor gezorgd heeft dat het zelfvertrouwen gegroeid is. Vroeger werd vaak nog gezegd: het is maar een Belgische band.”

De valse bescheidenheid is weg, constateert ook Ina de Ridder van het popblad RifRaf. “De eigen groepen worden niet meer als minder dan buitenlandse beschouwd.”

Ze verklaart de opleving van de Belgische popmuziek uit de eigenzinnige opstelling van een nieuwe generatie jongeren, die “uit de bocht willen gaan, ze durven hun zekerheden te laten varen. En omdat ze weinig geld hebben zijn ze gedwongen om heel inventief te zijn.”

Janzoons beaamt dit: “Toen wij met dEUS begonnen had niemand van ons werk. Wij moesten op straat spelen, want de uitkering die we hadden was niet genoeg om van te leven.” dEUS heeft, evenals andere Belgische groepen, geprofiteerd van het beleid van de televisiezender MTV, die de laatste jaren sterk op Europa gericht is. Daarnaast hebben Belgische groepen het klimaat in de popmuziek mee. Omdat 'alternatieve' pop populair is, is de markt voor eigenzinnige muziek gegroeid. “Nederlandse bands kopiëren vaak buitenlandse voorbeelden”, verklaart Smout. “Er zijn in België altijd wel hoogst originele groepen geweest, zoals T.C. Matic.”De infrastructuur voor pop in België laat ondertussen nog te wensen over. Een clubcircuit zoals dat in Nederland bestaat - met gesubsidieerde zalen in de middelgrote tot grote steden - is er in België niet. Janzoons: “Café'tjes zijn er wel heel veel. Maar het podium is meestal te klein, de geluidsinstallatie is slecht, de mensen babbelen in plaats van luisteren.”

Anders dan in Nederland is in België popmuziek door de overheid niet erkend als volwaardige kunstvorm en wordt nauwelijks gesubsidieerd. Eind vorig jaar hebben zeven Vlaamse clubs - onder meer Democrazy in Gent en VK in Brussel - aangeklopt bij het Ministerie van Cultuur. Ze willen ook lagere toegangsprijzen. In Nederland hebben de meeste clubs een eigen installatie hebben, in Vlaanderen slechts één club. Fons Noeyens, programmeur bij VK in Brussel: “Er zijn clubs die zelfs geen telefoon en fax kunnen betalen, dat zijn middeleeuwse toestanden. De toestand in Wallonië is nog slechter.”

De komende tijd zal blijken hoe significant de opleving van de Belgenrock nu precies is. Het tweede album van dEUS is op komst, en van Soulwax, Evil Superstars en Dildo Warheads verschenen onlangs nieuwe cd's. Ina de Ridder van RifRaf is bang dat het allemaal wat te snel gaat. “Sneller dan misschien goed is voor de bands zelf.

Metal Molly bijvoorbeeld: meteen bij een groot boekingskantoor in het voorprogramma van David Bowie. Ze krijgen niet de tijd om volwassen te worden.''

Eric Smout van Studio Brussel is minder somber. “Begin jaren tachtig, toen er met T.C. Matic en andere groepen een opleving was, zijn er veel fouten gemaakt. De aanvankelijk grote belangstelling van de pers verdween snel, de boekingskantoren lieten de bands te veel spelen, waardoor ze snel opgebrand waren. Na die piek kwam een zwaar dal, toen was het jarenlang ploeteren.”

“Nu is men nuchterder. Er is een goed gevoel over de Belgenrock, maar niet overdreven - er wordt niet gesproken van Belpop, zoals in Engeland bij de jongste lichting bands al meteen werd gesproken van Britpop. De managements laten hun bands zich niet kapot spelen. Ik denk dat het deze keer langer kan meegaan.”

    • Sietse Meijer