Brown is op zijn 70ste een ideale grootvader

Concert: Ray Brown Trio met Benny Green en Gregory Hutchinson.

Gehoord: 27/4 Bimhuis Amsterdam.

Bassist Ray Brown viert zijn zeventigste verjaardag met een tournee en zaterdagavond kwamen in Amsterdam heel wat mensen naar zijn feestje. Brown werkt zijn optredens niet af op de automatische piloot.

Als zijn karakter overeenkomt met zijn manier van spelen, mag de charmante Ellington-achtige verschijning die Brown is gerust worden gezien als die van een ideale (groot-)vader: standvastig, ontspannen en geestig.

Zoals wel meer oude meesters in de jazz, laat Brown zich flankeren door het beste van wat er vandaag de dag aan jonge muzikanten rondloopt. Een paar jaar geleden viel zijn keuze op pianist Benny Green en drummer Greg Hutchinson. Beiden voelen feilloos aan welke kant Brown op wil en zijn bovendien uitstekende solisten. Toch zijn hun ego's weer niet zo groot dat ze in aanvaring komen met de man om wie de avond draait.

Belangrijker dan het repertoire zijn bij dit soort weerzien-concerten de arrangementen, de solo's en het samenspel. Behalve een hommage aan de jong gestorven pianist Philleas Newborn - een schitterende compositie - werd geput uit min of meer voor de hand liggende stukken uit de gehele naoorlogse jazzgeschiedenis, waaraan Brown immers zelf heeft meegeschreven.

Die uitvoeringen waren puntgaaf, vooral qua dynamiek. Een trio leent zich daar, door zijn omvang, goed voor, maar de manier waarop de drie de intensiteit van hun spel weten te variëren van zacht gefluister tot uitzinnige swing is fenomenaal.

Weliswaar gaat bij een traditioneel trio, dat geleid wordt door de bassist, relatief veel aandacht uit naar de ritmesectie, maar de voornaamste rol ligt toch bij de solist.

Een groot deel van het optreden is daarom geconcentreerd rondom de verrichtingen van Benny Green aan de vleugel. Hutchinson en Brown zelf houden hun solo's kort.

Green, een excentrieke jazz-monnik, heeft zich toegelegd op het werk van Oscar Peterson, met wie Brown in het verleden heel wat trio-platen maakte. Peterson-liefhebbers konden dus hun lol op, maar deze produktieve virtuoos is niet de boeiendste jazzpianist. Na verloop van tijd werden Green's ellenlange vingeroefeningen een beetje vermoeiend.

Drummer Hutchinson koos in zijn feature voor een melodische vertolking van Gillespie's Night in Tunesia. Met zijn wijsvinger tappend, en met de andere hand het vel van de snaredrum aan- en ontspannend, drumde hij het thema van begin tot eind na. Hoewel dit eerder gedaan is - door een ander Ray Brown-trio met drummer Jeff Hamilton - oogstte hij hiermee enorm succes, en terecht.

En Brown zelf? Die bleef glimlachend aan zijn bas plukken. Zijn solo's baarden weinig opzien, al was het maar vanwege het veelvuldig gebruik van nogal gemakkelijke glissandi, maar daar ging het ook niet om. Op het moment dat hij de begeleiding inzet, krijg je het gevoel dat alles op zijn plek valt. Bij snelle passages loopt hij een fractie voor, bij langzame een fractie na de tel, een van Browns onverwoestbare handelsmerken.