Wachten op Salomonsoordeel over bestel

Hoe moet de publieke omroep er na het jaar 2000 uitzien? Begin volgende maand verschijnt het rapport van commissie Ververs.

HILVERSUM, 27 APRIL. De omroepverenigingen in Hilversum maken zich op voor het rapport van de Commissie Ververs. Over twee weken moet voor eens en voor altijd duidelijk worden hoe de publieke omroep er - temidden van alle commerciële en technologische ontwikkelingen - na het jaar 2000 moet uitzien. Heeft de publieke omroep echt drie televisienetten nodig? Moet er een reclame-vrij net komen? Kunnen de omroepverenigingen anno 1996 niet beter worden opgedoekt om plaats te maken voor zelfstandige produktiebedrijven? Staatssecretaris Nuis (media) kwam er zelf niet uit. Tijdens de presentatie van zijn mediabrief in mei vorig jaar merkte hij op dat iedereen veel te veel in het wilde weg speculeert. De Commissie Ververs moest alles maar eens keurig op een rijtje zetten.

Inmiddels zijn talloze omroep-adviezen in de brievenbus van de commissie beland - allemaal van verschillende afzenders. De NOS zond twee dikke rapporten. Desondanks ontvouwde de stichting AKN (Avro, KRO, NCRV) - net als overigens Nederland 3 - de eigen visie aan de commissie. Nederland 1 en Nederland 2 benadrukten gezamenlijk nog eens het belang van de afzonderlijke omroepen voor 'het functioneren van de democratie'. En de Tros hield onder meer een pleidooi voor de mogelijkheid om ook voor derden programma's te mogen maken. In Hilversum kan men het dus nog steeds niet eens worden over het toekomstscenario van de publieke omroep. Wat zijn de discussiepunten?

Publieke taak: Een publieke omroep is wettelijk verplicht om in zijn programmering tenminste aandacht te besteden aan de volgende programma-onderdelen: informatie (35 procent), jeugd (12 procent), kunst (10 procent), sport (10 procent), drama (50 min. per dag) en amusement (10 procent). Maar de grenzen zijn vaag. Zo laat de KRO het satirisch consumentenprogramma 'Ook dat nog?' onder de categorie informatie vallen. Sommigen vragen zich af of de publieke omroep wel grote amusementsprogramma's moet brengen. Kunnen ze dat niet veel beter aan de commerciëlen over laten? De VPRO hoopt dat de commisie Ververs de omroeptaken 'uitzuivert', oftewel: “minder plat en voor de handliggend amusement”. Maar een omroep als bijvoorbeeld de Tros waarschuwt de commissie juist voor al te 'fundamentalistiche' opvattingen over versmalling van de publieke omroep.

Organisatie: 'Hilversum 'barst' van het overleg' is een veelgehoorde klacht. In het algemeen bestuur van de NOS zitten behalve vier kroonleden ook de voorzitters van alle omroepverenigingen. Het dagelijks bestuur van de NOS, dat onder meer verantwoordelijk is voor de coördinatie van de programma-onderdelen, staat onder voorzitterschap van A. van der Louw en bestaat verder uit vertegenwoordigers van de drie netten. Vorig jaar mei pleitte Nuis al voor het terugdringen van de invloed van de besturen van de omroepvereniging. Per radio- en televisiezender moet volgens hem een 'channelmanager' de dagelijkse leiding hebben. Verder stelde hij toen voor om na het jaar 2000 de zendtijdvergunning niet meer per omroep maar per net te verstrekken.

Financiering: De huidige middelen van de publieke omroep - in totaal bijna 1,5 miljard gulden - komen voor tweederde uit publieke bronnen (omroepbijdrage) en voor eenderde uit commerciële bronnen (reclame en sponsoring). Verder dragen de abonnementen op de televisiegidsen en de tientjesleden nu nog een aanzienlijk deel bij aan het eigen vermogen van de omroeporganisaties. Maar het systeem van de ledenbinding staat onder druk, nu straks wellicht de grootte van het ledenbestand niet meer bepalend is voor het verkrijgen van een zendtijdvergunning.

Het inkomen uit de omroepbijdrage bedraagt ongeveer een miljard gulden. Omdat de markt voor televisiereclame verzadigd raakt, zal de publieke omroep steeds afhankelijker worden van de omroepbijdrage. Maar een verhoging daarvan ligt politiek erg gevoelig. “Proberen de omroepbijdrage te verhogen lijkt nog het meest op het trekken aan dood paard”, merkte communicatiewetenschapper J. Bardoel ooit op. Overigens heeft Nederland een van de laagste omroepbijdragen van Europa: 184 gulden per jaar. In Frankrijk is dat bijvoorbeeld 264 gulden per jaar en in België 431 gulden per jaar.

Aantal netten: De publieke omroep beschikt momenteel over drie televisie- en vijf radiozenders. Sommige media-deskundigen zijn van mening dat de publieke omroep zich met twee netten beter op zijn taak zou kunnen concentreren. Maar de meeste omroeporganisaties willen niets weten van het afstaan van een zender - zeker niet in een tijd dat de schaarste op de kabel bijna voorbij is en tientallen nieuwe, commerciële, kanalen hun opwachting maken. De publieke omroep zou zo verworden tot een 'getto' en het contact met het grote publiek verliezen. Bovendien zou de inkomstenderving als gevolg van het verlies aan reclame niet opwegen tegen de kostenbesparing.

Zenderindeling: Op Nederland 1 zitten de omroepen Avro, KRO en NCRV. Op Nedeland 2 de Tros en de EO en op Nederland 3 de Vara, de NPS en de VPRO. Volgens sommigen is er sprake van 'een weeffout'. Het zou beter zijn als de drie christelijke omroepen op een 'reli-net' bij elkaar zouden gaan zitten. De Tros is er om die reden groot voorstander van dat EO en Avro van plaats verwisselen. Zo zouden drie herkenbare netten onstaan: 'een burgerlijk/liberaal net', een 'confessioneel/levensbeschouwelijk net' en 'een progressief/links net'. “Een onzinnig plan”, zegt 'channelmanager' van Nederland 1, G. Hulshof. “Als je katholiek bent, vind je voetbal toch ook leuk?”

De EO en de omroepen op Nederland 1 zien meer in 'zenderoverschrijdende programmering'. Op gezette uren zouden de drie netten 'een duidelijk profiel' moeten krijgen. Bijvoorbeeld alle informatieve programma's op Nederland 1 - dus zowel de talkshow van Andries Knevel (EO) als het praatprogramma De Ronde van Witteman (Vara). Nederland 2 zou dan het sportnet kunnen worden en op Nederland 3 zouden alle programma's over kunst te vinden moeten zijn. Ook de VPRO pleit voor zenders met een 'eigen signatuur'. Nederland 3 zou in hun ogen een 'journalistiek-cultureel' net moeten zijn.

Hoe dan ook - het rapport van de commissie Ververs zal de publieke discussie inluiden die staatssecretaris Nuis al zo lang wenst. Het is wellicht dé kans voor de publieke omroep om zich te ontdoen van zijn - wat VPRO-directeur H. van Beers noemt - 'imago-probleem'. Iedereen heeft het over de publieke omroep, zegt Van Beers, maar altijd in algemene, vijandige termen. “Het is vergelijkbaar met de KNVB. Ook als het Nederlands elftal wereldkampioen wordt, dan nòg deugt de KNVB niet.”

    • Monique Snoeijen