Verkiezingen India stellen liberalisering op proef

NEW DELHI, 27 APRIL. Meer dan eens heeft de Indiase premier Narasimha Rao plechtig verzekerd dat de economische hervormingen die hij en zijn minister van financiën, Manmohan Singh, bij hun aantreden vijf jaar geleden in gang zetten “onomkeerbaar” zijn.

De komende weken zal duidelijk worden of hij daarin gelijk had. Vanaf vandaag worden er in vier etappes verkiezingen voor een nieuw parlement gehouden. Die zouden er volgens veel waarnemers toe kunnen leiden dat de hervormingen weliswaar niet worden geschrapt maar dan toch in elk geval op een laag pitje worden gezet.

Vooral buitenlandse bedrijven zullen minder hartelijk worden verwelkomd dan de afgelopen jaren gebruikelijk was en volgens veel buitenlandse zakenlui was die ontvangst toch al tamelijk koeltjes.

Een groot deel van de Indiase industrie zal daarvan echter niet wakker liggen. Die ziet liever dat eerst binnenlandse bureaucratische obstakels worden opgeruimd dan dat de beschermende tariefmuren om India helemaal wegvallen en er een heuse vrije markt ontstaat waarop zij het moet opnemen tegen machtige buitenlandse bedrijven.

Als de voortekenen niet bedriegen, zal Rao's Congrespartij, al haar hervormingsijver ten spijt, minder zetels winnen dan in 1991. De premier zal dus met een andere grote partij in zee moeten gaan om aan het bewind te blijven. De twee kandidaten daarvoor, de rechtse Bharatiya Janata Party (BJP) en een links front met als voornaamste deelnemers de Janata Dal en enkele communistische partijen, hebben nadrukkelijk verklaard dat ze de hervormingen willen bijstellen.

Opmerkelijk bij dit alles is dat Rao als mede-architect van de hervormingen, die na jaren van stagnatie en protectie eindelijk een frisse wind lieten waaien door de Indiase economie, zelf nauwelijks kapitaal probeert te slaan uit zijn historische prestatie. In het verkiezingsprogramma van de Congrespartij wordt zelfs met geen woord over de liberalisering gerept.

De enige in de regering, die zich nog openlijk voor een verdere liberalisering durft uit te spreken, is Manmohan Singh. Die voorspelde tegenover het Amerikaanse blad BusinessWeek onlangs dat hij de komende jaren rekent op buitenlandse investeringen ter waarde van tien miljard dollar. Hij heeft voorts een hele agenda uitgestippeld om de hervormingen op koers te houden.

Aan Singhs economische inzicht heeft zelden iemand getwijfeld, maar als politicus is hij tamelijk naïef. Zijn baas, de door de wol geverfde Narasimha Rao, die Singh de afgelopen jaren onmisbare rugdekking gaf, is er echter maar al te zeer van doordrongen hoe gevoelig de hervormingen nog steeds in India liggen.

Rao weet dat veel Indiërs nog altijd twijfelen aan de wenselijkheid van deelneming aan de wereldeconomie en in het bijzonder aan de toelating van grote buitenlandse ondernemingen. De behoefte om dingen op een eigen, Indiase manier te doen, blijft diep verankerd.

Het spijtige voor Rao is bovendien dat de effecten van de hervormingen nog maar mondjesmaat zijn doorgesijpeld naar de armen op het platteland. Wellicht zullen die de komende jaren meer kunnen meeprofiteren, maar dat vage vooruitzicht zal de meeste arme boeren en landlozen bij de verkiezingen nauwelijks in de armen van de Congrespartij drijven.

Het is de middenklasse die in de eerste plaats van de hervormingen heeft geprofiteerd maar het is zelfs bij lange na niet zeker of die numerieke minderheid de Congrespartij wel in meerderheid zal steunen. Velen zijn uitgekeken op de door talrijke corruptieschandalen geplaagde Congrespartij. Daarom heeft de premier het beter geoordeeld niet te hard te roffelen op de trom van de hervormingen.

Niettemin is de Congrespartij nog steeds de meest hervormingsgezinde partij. Pranab Mukherjee, minister van buitenlandse zaken en mede-opsteller van het partijprogramma, zegt dat de Congrespartij de komende jaren mikt op een economische groei van 7 tot 8 procent per jaar. Dat is ruim twee procent meer dan tot nu toe is bereikt. Hij hoopt de spaar- en de investeringsquote te verhogen en zo per jaar tien miljoen banen te scheppen. Buitenlandse investeringen zijn onmisbaar voor de verwezenlijking van deze doelstellingen, zo geeft Mukherjee in een gesprek met het Indiase blad BusinessWorld ruiterlijk toe.

Dat laatste element is echter een doorn in het oog van bepaalde nationalistische kringen binnen de BJP en het linkse front moet er evenmin veel van hebben. De BJP praat in dit opzicht met een dubbele tong. Tijdens een recente ontmoeting in New Delhi met kopstukken uit de industrie verzekerde de nummer twee van de partij, Atal Behari Vajpayee, dat de liberalisering van de economie zeker zou worden voortgezet onder zijn partij.

Tijdens diezelfde bijeenkomst onderstreepte een andere prominente BJP'er, Murli Manohar Joshi, echter dat niet alle buitenlandse bedrijven welkom zouden zijn in India onder een BJP-regering. Ook bepleitte hij, onder instemming van veel industriëlen, bescherming voor Indiase bedrijven om er voor te zorgen dat die niet zouden worden opgeslokt door grote kapitaalkrachtige buitenlandse multinationals. Elders wees hij er in dit verband op dat het beurskapitaal van de grootste Indiase concerns zoals Tata maar net iets meer dan een miljard dollar waard zijn, volgens hem een peuleschil voor grote Westerse firma's.

Het linkse front is eenduidiger in zijn opvattingen. Het wil de liberalisering op binnenlands gebied voortzetten en de greep van de overheid op de economie verder laten verslappen. Tegelijkertijd wil het front echter een selectief toelatingsbeleid voor buitenlandse bedrijven.

Aan bedrijven als Coca Cola en Kentucky Fried Chicken (KFC) bestaat volgens hen geen enkele behoefte. Die produceren slechts wat de Indiërs heel goed ook zelf kunnen maken en sturen hun winsten uiteindelijk naar huis. Alleen die buitenlandse ondernemingen die de ontwikkeling van de Indiase economie werkelijk stimuleren, dienen te worden verwelkomd. Begin dit jaar vernielden actievoerders het interieur van het restaurant van het Amerikaanse bedrijf Chicken (KFC) in de Zuidindiase stad Bangalore.

“Computer chips, geen aardappelchips”, luidt de leus van hen die voor een selectieve openstelling van de grenzen voor buitenlandse bedrijven zijn, Daarbij vergeten ze gemakshalve dat India zelf tegenwoordig ook veel computerchips vervaardigt. Ook hebben deze groeperingen nooit duidelijk gemaakt hoe er nu precies moet worden gedifferentieerd bij de toelating van buitenlandse firma's.

Of de soep van BJP en de linkse partijen zo heet wordt gegeten als hij nu wordt opgediend, is overigens nog de vraag. Interessant is dat ook deelstaten waar de BJP, Janata Dal en zelfs de communisten aan het bewind zijn, in de praktijk een tamelijk pragmatisch economisch beleid hebben gevoerd. Menige deelstaatpremier is zelfs al in het buitenland geweest in de hoop buitenlandse firma's naar de eigen staat te lokken.