Te betrokken therapeute

LAUREN SLATER: Het ruimteschip dat op Oscars buik landde

184 blz., Anthos 1996, vert. Marianne Gossije (Welcome tot my country), ƒ29,90

Een hardnekkig misverstand wil dat het een groot voordeel is als je als therapeut zelf psychiatrisch patiënt bent geweest, onder het motto dat de beste mest voor therapeutisch succes wederzijdse herkenning heet. Het onlangs in het Nederlands verschenen Het ruimteschip dat op Oscars buik landde van de Amerikaanse psychologe Lauren Slater, ooit zelf gediagnostiseerd als borderlinepatiënte, toont onverbloemd aan welke ongelukken kunnen gebeuren als 'herkenning' gevaarlijk dicht in de buurt van louter projectie komt.

Slater verhaalt meeslepend van haar patiënten, maar soms wel eens iets te ongepolijst, zoals in 'Striptease' over de behandeling van de 32-jarige barbaars getatoeëerde Peter, een psychopaat van het zuiverste water, die een verzameling sadomasochistische video's bezit, zeven keer per dag masturbeert, regelmatig zijn vriendin aftuigt en in de therapie het liefst schuttingtaal gebruikt.

Terecht kritiseert de auteur het therapeutisch nihilisme waarmee men in de psychiatrie mensen met een persoonlijkheidsstoornis benadert. Vaak beschouwt men hen als vrijwel hopeloze gevallen, waar medicijnen noch gesprekstherapie zullen baten.

Slater ziet bij psychopaten als Peter wel degelijk mogelijkheden voor verandering. Aanvankelijk voelt zij zich in vergelijking met hem vreselijk onzeker en log. In zijn jeugd werd hij regelmatig door zijn vader mishandeld en vernederd, wat hij voortdurend herhaalt in de relatie met zijn vriendin. Op een dag blijkt zij echter vertrokken te zijn, waarna Peter zich ellendig en eenzaam voelt. Kort daarop leert hij via zijn therapeute zijn zachte kanten ontdekken.

Anorexia

Opmerkelijk genoeg was de schrijfster tijdens het begin van de behandeling herstellende van anorexia nervosa, waardoor zij, althans naar haar eigen oordeel, in de beste positie verkeerde deze vrouwenhater te kunnen behandelen.

“Hij vertelde me dat hij zijn vriendin had gedwongen een 'kutring' te dragen, een strakke gouden band rond haar opzwellende geslacht. Ik knikte instemmend, dit soort dingen had ik mijzelf ook aangedaan”. En: “Belangrijker nog was de groeiende intimiteit tussen ons, onze stemmen klonken zacht, onze gezichten waren aandachtig, zonder masker.” Ten slotte: “Ik ging langzamerhand van hem en van de in zijn langzame overgave besloten kracht houden.” Zo'n 'behandeling' is niet op het randje, denk je dan, maar zwaar over de grens, tenderend naar je reinste 'porno-therapie'. In Nederland kom je (als psychiater) in zo'n geval binnen de kortste keren tegenover de Inspecteur voor de Geestelijke Volksgezondheid te zitten.

Slaters bemoeienissen met schizofrene patiënten, door haar steevast “vreemde, tropische, bijna onbegrijpelijke groene rozen en gestreepte planten” genoemd, zijn minder choquerend, soms ontroerend, maar toch vooral grenzeloos, zweverig en uitgesproken amateuristisch. Zo bestookt ze de in taal verstrikte schizofrene student Joseph D'Agostino ongevraagd met een door haarzelf ontworpen 'trilhaartherapie'. Ontroerend is de passage waarin ze hem vraagt hoe het is om zoveel moeite te hebben met woorden, waarop hij antwoordt: “Alsof je... in de draak gevangen zit.” Ze jut hem op, waarna hij na jaren opnieuw gaat studeren en vervolgens knalpsychotisch wordt. Wat evenwel telkenmale frappeert is Slaters bijkans bizarre inlegkunde.

Met een behoorlijke dosis kritische zin lees je dit boek in één adem uit, maar het blijft een feit dat je psychiatrische patiënten maar beter niet aan 'borderlinetherapeuten' van het type Slater kunt blootstellen. Met een slag op de kop van jut heeft de uitgever Het ruimteschip dat op Oscars buik landde een flinke opstoot willen geven door het boek aan te prijzen met het oog op het 'jaar van de schizofrenie'. Een nogal ongelukkige zet. Het ruimteschip gaat behalve over depressieve Marie, verzot op een shot, en de eerder genoemde Peter, veel te veel over het borderlineprobleem van de schrijfster.

Niettemin is het laatste hoofdstuk 'Tijd, plaats en persoon', waarin ze als psychotherapeute in het ziekenhuis in Mount Vernon een moeilijke borderlinepatiënte bezoekt, het aardigst. De auteur was er zelf vaak opgenomen geweest. Borderlines zijn manipulatief en zuigend, hopeloze patiënten die hun aandoening nooit ontgroeien, zegt Slater. De tijd leert gelukkig dat dit lang niet altijd het geval hoeft te zijn.

    • Hans van der Ploeg