'Plastic' geld geeft rust op reis

Een portemonnaie met meer dan zeshonderd guldens, al dan niet aan peseta's, francs, marken of dollars geeft de Nederlander in het buitenland onbehagen. Dat blijkt althans uit recent onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van Europay International, de organisatie die het betalingsverkeer van de Europese banken afwikkelt.

Van de ondervraagde Nederlandse reizigers blijkt precies de helft zich ongemakkelijk te voelen wanneer ze in het buitenland meer dan 600 gulden aan contanten op zak hebben. Driekwart van de geënqueteerden beschouwt 'plastic geld' als een ideale oplossing voor dit probleem. Ze vinden bank- en giropasjes en credit cards veiliger. Bovendien is contant geld ook een keer op; wie dan een pasje heeft dat geschikt is voor (elektronisch) geld tappen of betalen heeft de sleutel in handen tot oneindige rijkdom - mits de fondsen op de bank thuis toereikend zijn. In ieder geval constateert 91 procent van de ondervraagde Nederlandse reizigers dat een bankpas in noodgevallen van nut kan zijn.

Volgens de uitkomsten van het Europay-onderzoek vertrouwen vakantiegangers in toenemende mate op plastic geld, in plaats van op cheques en contanten. Maar liefst 78 procent zegt dat het bezit van een pasje in het buitenland bijdraagt aan de gemoedsrust.

De wens van vakantiegangers minder contant geld mee te nemen stimuleert hen mer te vertrouwen op geldopnames uit geldautomaten, constateert Europay. Negen van de tien geldautomaten in Europa accepteert inmiddels pasjes met logo's van Eurocard/Mastercard, Cirrus en eurocheque.

Nederlanders zijn in het búitenland grootgebruikers van geldautomaten. Vorig jaar verrichtten ze negen miljoen transacties, waarmee ruim twee miljard gulden was gemoeid. Dat is niet verrassend: in eigen land zijn Nederlanders al Europees kampioen bankpasgebruik.

    • Hans Wammes