Korte baan

JAAP VAN HEERDEN: Schrikbewind der verzinsels

167 blz., Prometheus 1996, ƒ29,90

Aan één cultureel produkt is ten minste nooit gebrek in Nederland. Het bloeit in alle seizoenen, het stroomt onophoudelijk over de akkers van ons geestesleven en het bepaalt misschien wel steeds meer ons begrip omtrent de duurzaamheid van het geschreven woord. Ik doel hier op het garenloos brocheren van courantencursiefjes, op het inkaften van entrefilets, kortom op het bundelen in boekvorm van krantenstukjes.

Sommigen menen dat het gaat om een epidemie van intellectuele kortademigheid, maar dat is waarschijnlijk een al te sombere diagnose. Er is bijna geen bundel of er staat wel een aardig stukje in, en dat men het al eerder heeft gelezen, mag geen bezwaar zijn, want dat gebeurde ongetwijfeld met een half oog, en met de gedachten reeds op de televisie-pagina.

Het nog niet zo lang geleden geleden verschenen Schrikbewind der verzinsels van de Amsterdamse wetenschapper en scribent Jaap van Heerden, is zo'n verzameling krantenstukjes, ook al wordt daarvan nergens in het boek gewag gemaakt. Van Heerden schreef en schrijft columns, recensies en andere bijdragen voor NRC Handelsblad, Vrij Nederland, Hollands Maandblad en vroeger ook voor Propria Cures, waarvan hij redacteur was.

Of hij zich “als essayist inmiddels een eigen plaats heeft verworven in de Nederlandse letteren”, zoals de uitgever op de achterflap meldt, durf ik niet te beamen. Van Heerden beoefent in deze bundel (zoals ook in zijn eerder verschenen Wees blij dat het leven geen zin heeft) bij uitstek schrijverij van de korte baan. Hij doet dat overigens kundig, helder, meestal onderhoudend en op een niveau dat op een verademende wijze noch beledigend noch angstaanjagend is.

Dat zijn intellectuele gelijkmatigheid, zijn relativeringsvermogen en zijn weldenkendheid op den duur misschien een heel klein beetje manieristisch overkomen, wordt in deze bundel goedgemaakt doordat een elegante thematische samenhang in de stukken is gevonden.

Voor trouwe lezers van Van Heerden is die rode draad overigens geen verrassing. In Schrikbewind der verzinsels gaat het over de verhouding tusen filosofie en psychologie, over het probleem van menselijk bewustzijn, over de wetenschapsleer van Karl Popper, over de onbedwingbare menselijke neiging tot irrationaliteit, over de inzichten van Wittgenstein, over de wetenschappelijke relevantie van de psychoanalyse en van Freuds ideeën over de rol van het onderwuste, alsmede over de naderende instorting van het postmoderne wereldbeeld.

Overigens zetten de langere stukken in dit boek - meest boekbesprekingen, zoals over Daniel Dennetts Consciousness Explained en over de biografieën van Bruno Bettelheim en Bolland - onmiddellijk en soms bijna zonder mededogen de kleine entrefiletjes in de schaduw. Dat blijken dan te vaak vingeroefeningen in schrijverij die uiteindelijk weinig meer is dan 'wel leuk' - wat voor iemand van het kaliber van Van Heerden een doodvonnis zou moeten zijn bij de gedachte aan bundeling. De cultuur wordt begrensd door intellectuele gedoogzones, schreef Van Heerden zelf eens, maar dat betekent niet dat men de lezer op de afwerkplaats onbevredigd kan achterlaten.

Het scherpst borrelt dit onvervuld verlangen naar meer op bij de korte stukjes over de beheersing van de aandriften tot metafysica onder dieren (“sektarisme en het uitdragen van een bekrompen heilsboodschap komt zelfs onder ratten niet voor”), en over de onherroepelijk naderbijkomende Wende, wanneer het ijzeren gordijn van postmodernisme, hermeneutiek, narratologie, psychoanalyse en tekstgrammatica valt (dan blijkt dat “men kritiekloos heeft meegewerkt aan een schrikbewind der verzinsels”).

Natuurlijk is het wel leuk over deze intrigerende zaken een grappig stukje te herlezen, maar liever nog zag de lezer dat Van Heerden zich met de toewijding, lange adem en meedogenloosheid van een essayist (en niet met de vluchtige ironie van de columnist)

had geworpen op het postmodernisme en op het verwoestende spoor van narcistische debilisering dat die mode heeft getrokken.

Nu kan men niet ontsnappen aan het gevoel snippertjes te hebben gekregen van iemand die men graag bergen zag verzetten.