In een land met 52 miljoen gehandicapten wordt euthanasie bespreekbaar; Kalm sterven in overvol China

In de grote steden van China gaan stemmen op om euthanasie bij wet te regelen. Maar in een overbevolkt land is de angst voor misbruik groot. De familie laat nu al vaak passieve euthanasie plegen, buiten de patiënt om. De 'kwaliteit van de bevolking' en het recht op een waardig einde.

Drie jaar gevangenisstraf krijgen voor moord is in het land waar voor aanmerkelijk minder serieuze zaken al de kogel wordt gegeven, een ongekend lichte straf. Toch was dat het vonnis dat de 54-jarige boer Liu Shabo anderhalf jaar geleden opgelegd kreeg, nadat hij zijn doodzieke echtgenote had vergiftigd met landbouwchemicaliën. Liu geldt voor sommigen in China inmiddels als een martelaar, en de dood van zijn vrouw heeft een landelijke discussie over euthanasie op gang gebracht.

Begin deze week is een rapport verschenen waaruit blijkt dat 75 procent van de Chinese bevolking in de grote steden voorstander is van de vroegtijdige beëindiging van het leven van terminale patiënten. Het Instituut voor sociaal onderzoek in Peking vond dat van de meer dan drieduizend ondervraagden uit Peking, Shanghai en Wuhan, vooral jonge mensen tussen de 18 en 24 jaar geloven dat euthanasie 'een mensenrecht' is.

Maar vooralsnog is euthanasie verboden en beschouwt de Chinese wetgeving het als moord. Uit de opmerkelijke lichte straf die Liu Shabo, en na hem nog enkele anderen, opgelegd kregen, blijkt echter wel dat ook bij de Chinese justitie de overtuiging bestaat dat plegers van wat in China 'de kalme dood' (anlesi) wordt genoemd, niet helemaal gelijk staan aan mensen die moedwillig het leven beëindigen van gezonde medeburgers. Voorstanders van euthanasie vinden dan ook dat Liu moet worden vrijgelaten.

Om aan de onduidelijkheid een einde te maken, heeft het Nationaal partijcongres, het Chinese parlement, zich vorige maand gebogen over een aantal moties waarin wordt gepleit voor toelating van euthanasie. Maar ook dit jaar is het parlement, evenals de voorgaande twee jaren waarin dergelijke moties werden besproken, tot de conclusie gekomen dat de tijd voor een wettelijke regeling nog niet rijp is.

Volgens Qiu Renzhong, hoofd van het Instituut voor medische ethiek aan de Chinese academie voor sociale wetenschappen, is dat een verstandige beslissing geweest. “De meningen in China zijn te verdeeld. En de rechtvaardiging voor het instellen van een wettelijke regeling is absoluut niet toereikend. De meeste voorstanders, vooral artsen, willen een regeling omdat zij geloven dat een terminale patiënt geen functie meer heeft in de maatschappij. Dat is een gevaarlijke gedachte.”

Qiu vindt dat in China het belang van de patiënt dikwijls wordt vergeten. “De meeste artsen zijn niet erg gevoelig voor de rechten van een patiënt. Zo wordt een patiënt vrijwel nooit op de hoogte gebracht van de ernst van zijn of haar ziekte en krijgen terminale patiënten onvoldoende aandacht.” Onverklaarbaar vindt hij dat niet, want in tegenstelling tot het westen verdienen artsen in China erg weinig geld - gemiddeld zo'n honderd gulden per maand - en worden de behandelingskosten van de patiënten doorgaans volledig betaald door de staat. “Veel artsen zijn dan ook niet van plan zich overmatig in te spannen.”

Het belangrijkste bezwaar tegen een wettelijke regeling van euthanasie is volgens Qiu het feit dat China zich momenteel in een “fase van maatschappelijke overgang” bevindt. “Met de snelle verstedelijking en industrialisering verdwijnen traditionele waarden, zoals het respect van kinderen voor hun ouders. Veel jonge mensen bekommeren zich niet meer om het wel en wee van de ouderen in de samenleving. Dat gegeven, in combinatie met de wetenschap dat China over vele goede wetten beschikt die het in de praktijk niet weet af te dwingen, vormen een gevaarlijke formule voor misbruik.”

Ook dokter Chen Zehua van de telefonische gezondheidsdienst in Peking sluit misbruik van een euthanasie regeling niet uit. “Chinezen zijn van nature tamelijk egoïstisch”, zegt hij. “Historisch is dat wel te verklaren: het leven van Chinezen is door de eeuwen heen gekenmerkt door schaarste en crises. Het heeft hen lusteloos gemaakt. Als Chinezen geen persoonlijk belang bij iemand of iets hebben, zullen zij zich op de vlakte houden. Pas als het in het belang van familieleden of henzelf is, zullen zij in actie komen.” Volgens Chen is dat ook de reden waarom in China het doneren van organen of bloed zo zelden voorkomt.

De ongerustheid die Qiu en Chen verwoorden wordt vooral gevoed door het feit dat China kampt met een enorme overbevolking. Bijna iedere Chinees zal desgevraagd vertellen dat de toekomst van China een stuk rooskleuriger zou zijn wanneer het niet was opgezadeld met de verantwoordelijkheid 1,2 miljard mensen te voeden, te kleden, te onderwijzen en te voorzien van medische hulp. Vanuit die gedachte is het nog maar een kleine stap te klagen over de extra financiële last die de zorg voor de miljoenen geestelijke en lichamelijke gehandicapten en ongeneeslijke zieken met zich meebrengt.

Ook de Chinese overheid is zich bewust van die financiële last. Door haar streven naar een welvaartsniveau dat zich - het liefst zo snel mogelijk - kan meten met het kapitalistische westen, bestaat grote kans dat zij op het welzijn van het minder gezonde deel van de bevolking bezuinigt. Het is dan ook niet toevallig dat China zich zorgen zegt te maken over wat zij uiterst ongelukkig 'de kwaliteit van de bevolking' noemt.

Vorige zomer kreeg China zeer veel internationale kritiek te verduren toen het een wet aannam die moet voorkomen dat mensen die lijden aan bepaalde geestelijke en lichamelijke ziekten, in het huwelijk treden en kinderen krijgen. In sommige gevallen zouden artsen zelfs bevoegd zijn tot het plegen van een gedwongen abortus of sterilisatie. Waar vooral onduidelijkheid over bestaat, is wat wordt verstaan onder geestelijke en lichamelijke ziekten. Volgens de critici vallen ziekten als schizofrenie, psychose, aids en andere overdraagbare seksuele ziekten ook onder de nieuwe wet.

Qiu Renzhong, die bij het opstellen van de wet heeft geadviseerd, is zeer ongelukkig met die uitleg, maar wijt dat ten dele aan de Chinese autoriteiten zelf. “Het Chinese persagentschap Xinhua is zo dom geweest de nieuwe maatregel 'de eugenetica-wet' te noemen en dat doet wel erg veel denken aan de politiek van Nazi-Duitsland. Onze bedoeling was juist een wet op te stellen die gezondere, maar minder baby's bevordert. 'De gezonde baby-wet' was dan ook een betere benaming geweest. China kampt met 52 miljoen gehandicapten. Dat hadden er veel minder kunnen zijn wanneer de juiste geboortecontrole had plaatsgehad. Van gedwongen abortus of sterilisatie kan geen sprake zijn. De personen in kwestie zullen zelf moeten instemmen met het gegeven advies.”

Qiu geeft echter toe dat er onder de doktoren in China nog veel onwetendheid bestaat. Zo zouden de meeste artsen geloven dat gehandicapten de economische ontwikkeling van China remmen. “Dat is een verkeerde gedachte en ik heb tijdens seminars keer op keer uitgelegd dat gehandicapten het resultaat zijn van onderontwikkeling, en niet andersom. Wanneer een land voldoende ontwikkeld is, zal het aantal bevallingen van ongezonde kinderen afnemen. Kijk maar in de provincie Jiangsu, aan de oostkust van China. Dat is één van China's rijkste provincies en daar is het aantal geestelijke en lichamelijke gehandicapte kinderen het kleinst.”

Met kennis van die omstandigheden is het ook begrijpelijk dat de introductie van een euthanasie-wet veel mensen zorgen baart. Ondanks de invoering van de uiterst rigide één-kind politiek, eind jaren zeventig, groeit de bevolking van China nog altijd met ongeveer eenmaal de bevolkingsomvang van Nederland per jaar. Bovendien vergrijst China in hoog tempo, ruim honderd miljoen mensen in China zijn over de zestig, en volgens gegevens van de Verenigde Naties zal dat aantal in de komende dertig jaar toenemen tot 289 miljoen; negentien procent van de toekomstige bevolking. De kosten van de medische zorg die aan het oudere deel van de bevolking besteed worden, drukken nu al op de staatskas en zullen alleen maar toenemen in de toekomst. Misbruik van een euthanasie-wet zou onder dergelijke omstandigheden niet ondenkbaar zijn.

De tegenstanders van de invoering van een wet die actieve euthanasie toestaat, zijn vooral te vinden onder de mensen boven de zestig. Xu Shaoli, arts aan een longhospitaal in Peking, legt uit waarom. “De oudere generatie gelooft dat het beter is een natuurlijke dood te sterven. Het maakt hun niet uit hoe beroerd zij zich voelen, zij koesteren het leven dat hun geschonken is door hun ouders. Zo willen de meeste oude mensen ook niet dat bij ziekte hun leven wordt gerekt. 'Waarom probeer je het leven te verlengen', zeggen ze dan, 'je verlengt enkel de dood'.”

Volgens Qiu Renzhong is de gehechtheid aan het leven gebaseerd op taoïstische en boeddhistische waarden waarin leven en dood zeer naturalistisch worden benaderd. “Taoisten geloven dat alles in het universum bestaat uit qi (energie). Qi is een constante, dus ook na de dood blijft qi over. Veel Chinezen hechten onderbewust aan deze gedachte. Op die manier is de dood geen groot drama. Het betekent dat iemand niet totaal verdwijnt. Er blijft altijd energie over.”

Ondanks het feit dat klassieke Chinese filosofieën in de afgelopen 45 jaar weinig waardering hebben genoten, denkt Qiu dat het huidige gedachtegoed in China nog altijd is doordrongen van die traditie. “Het idee dat het leven gekoesterd moet worden, is afkomstig van de filosoof Zhuangzi, hij heeft ooit gezegd dat leven en dood vergeleken moeten worden met werken en rusten. Met andere woorden, een mens moet streven naar een natuurlijk leven en een natuurlijke dood. Dus als Chinezen aan een terminale ziekte lijden, biedt de natuur vanzelf een oplossing; ze gaan gewoon dood.”

Xu Shaoli, de longarts, vertelt dat op haar afdeling voor longkankerpatiënten wel regelmatig passieve euthanasie wordt gepleegd. “ Dat gaat altijd in overleg met de familieleden. De terminale patiënt wordt daar meestal op hun verzoek niet in gekend.” Xu vind dat niet helemaal correct, maar willigt het verzoek na overleg met haar collega's toch in omdat “de meeste familieleden geloven dat hun vader of moeder het nieuws dodelijk ziek te zijn niet aan zullen kunnen”.

Xu wordt ook vaak verzocht actieve euthanasie toe te passen, maar daaraan geeft zij geen gehoor. “Ik kan met grote zekerheid zeggen dat geen enkele arts daaraan zijn vingers zal willen branden. Zolang geen wetgeving bestaat doen wij niets.”

Dat resulteert wel in een hoog percentage zelfmoorden in de Chinese ziekenhuizen. Xu maakt dat zo'n tien keer per jaar mee, en de officiële Chinese krant Life Times beschreef vorige maand in een commentaar zelfs een groot ziekenhuis in Peking waar 'de afgelopen jaren' ruim zeshonderd mensen zelfmoord zouden hebben gepleegd.

Volgens Wang Zhen, arts in een kankerhospitaal in Peking, is er dan ook grote behoefte aan een goede regeling. “Deng Yingchao, de echtgenote van de voormalige premier Zhou Enlai was een groot voorstander van euthanasie, maar toen zij zelf dodelijk ziek werd, durfde niemand haar verzoek te beantwoorden. Een bijkomende reden is waarschijnlijk ook geweest dat in China het leven van politieke leiders eindeloos wordt gerekt. Het is jammer dat iemand die zich zo heeft ingezet voor een goede zaak, op die manier aan haar einde moest komen.” Op zijn afdeling heeft Wang uitsluitend te maken met terminale patiënten. Veel van hen lijden pijn en willen dood. “Maar ik mag niets doen. Ik begrijp niet waarom euthanasie wordt beschouwd als moord. Moord is alleen in het belang van de daders, euthanasie is in het belang van de patiënt.”

    • Floris-Jan van Luyn