Het functioneel lege koningschap lijkt onverslaanbaar; De volkswil van Oranje

Dinsdag is de monarchie weer jarig, vandaag alvast de kroonprins. Oranje wordt almaar geliefder in ontzuild Nederland. Hang naar geborgenheid, uiting van onzekerheid of eredienst aan de laatste nationale mythe? Een poging tot verklaring van het Oranje-geloof in de lage landen.

In het voorjaar van 1572 ging een armada van Watergeuzen voor anker bij het Hollandse havenstadje Den Briel. Van een veerman hoorden ze dat de Spaanse bezetter de vesting had verlaten. De Geuzen trokken Den Briel binnen. Ze bevrijdden het 'in naam van Oranje'. Libertatis Primitiae.

Het is een kleurrijk verhaal uit de vaderlandse geschiedenis. Het verhaal is voor velerlei uitleg vatbaar. In de protestantse lezing, die vooral populair is aan het einde van de 19-de eeuw, wordt het verteld als een heldensage. De inname van Den Briel is een eclatante overwinning van Oranje-gezinde calvinisten op de katholieke Spanjolen van Filips II.

Liberale historici vertellen een minder opgetogen versie. Zij wijzen op de herkomst van de Geuzen: het zijn zeerovers. De bevrijding van Den Briel is slechts een samenloop van omstandigheden. De Geuzen waren op weg naar de vrijhaven Emden, maar de wind zat tegen en ze zaten zonder proviand. Ze plunderden het stadje en vermoordden later ook nog negentien priesters. Hun nobele, protestantse Oranje-motieven zijn later aangedikt, toen de afloop van de Tachtigjarige Oorlog bekend was.

God, Nederland en Oranje. Ze zijn omgeven door symboliek, door mythes en metaforen, door verhalen die ook andere verhalen vertellen. Hun kracht laat zich niet vatten in wiskundige formules. Hun betekenis is subjectief. Men gelooft in God, men voelt zich Nederlander en men houdt van Oranje. Zo men wil.

God en Nederland hebben het moeilijk dezer dagen. De diepmenselijke hang naar zingeving neemt nieuwe gedaanten aan: Oibibio, Jomanda, massaal bezochte EO-landdagen en een veelverkocht boek van een prinses die met bomen praat. De politieke elite heeft bepaald dat de Nederlandse soevereiniteit kan worden uitgeleverd aan 'Europa'. Na de ontzuiling volgt de onttakeling van Nederland. Intellectuelen, ook linkse, tobben op opiniepagina's van kranten over de toekomst van de nationale identiteit.

En Oranje? Nooit eerder sinds de uitvinding van de opiniepeiling lijkt de monarchie in Nederland zo populair te zijn geweest. De stemming pro-Koningshuis ligt nu boven de negentig procent. Tot enkele jaren geleden lag deze tussen de tachtig en negentig procent.

Leg Nederlanders een namenlijstje voor met leden van de koninklijke familie. Kruis aan: sympathiek of niet sympathiek. Wat blijkt? Koningin Beatrix wordt door 94 procent van de bevolking sympathiek bevonden, gevolgd door prinses Juliana met 92 procent. De overige leden van de koninklijke familie schommelen tussen de 63 procent (mr. Pieter van Vollenhoven) en 77 procent (prinses Margriet). Er zijn weinig politici of andere Bekende Nederlanders die een dergelijke score halen.

De Nederlandse monarchie zit stevig in het zadel. Dat valt ook met andere cijfers te staven. Nog geen tien procent van het volk verkiest een republiek. De helft van hen vindt dat het koningshuis per direct moet worden afgeschaft; de andere helft zegt te kunnen wachten tot het aftreden van het huidige staatshoofd. De republikeinse stemming is het sterkst in kringen van GroenLinks (21 procent). Overigens zijn alle schommelingen te verwaarlozen. Van politiek links tot rechts, van rooms en protestants tot buitenkerkelijk, van de stedelijke Randstad tot de landelijke regio's: het is 85 à 99 procent Oranje Boven.

Hoe valt deze liefde te verklaren? Een enkele behavioristisch georiënteerde psycholoog wijst op conditionering. Wie een koets ziet, begint automatisch te zwaaien. Een psychobioloog ziet verbanden met de dierpsychologie, waar leiderschap in dienst staat van groepscohesie, wat bijdraagt aan overleving van de individu. De psychoanalyse biedt aanknopingspunten in termen van gesublimeerd ouderschap en archetypen. Een koningin vervult daarbij verschillende oermoederlijke rollen, zoals goede fee of boze heks. Zie in dit verband ook Bambi en de Lion King, die niet voor niets van koninklijken bloede zijn. Binnen de ontwikkelingspsychologie valt te verwijzen naar de bevestigingstheorie. Geen zinnig mens kan zonder complimenten en andere vormen van positieve feedback.

De viering van Koninginnedag laat zich duiden als de jaarlijkse aai over de bol die de koningin haar volk komt geven. Dit jaar bezoekt de koninklijke familie de Westbrabantse stad Bergen op Zoom en het dorp Sint Maartensdijk op het Zeeuwse Tholen. Het programma voorziet, zoals telkenjare, in oud-Hollandse kinderspelen, oude ambachten en kunstnijverheid. Zangkoren zullen feestliederen zingen. Wij laten ons van onze beste kant bekijken en worden beloond met koninklijke goedkeuring.

Psychologische mechanismen zoals deze, zijn van toepassing op alle menselijke relaties: tussen partners, tussen ouders en kinderen, tussen werkgevers en werknemers. De heersende Oranje-liefde als zodanig laat zich daaruit niet verklaren.

De sociologie leert dat een mensenmassa die zich volk noemt, niet kan bestaan zonder symbolen. Ze geven zin aan het collectieve bestaan. Die zingeving komt doorgaans tot uiting in religie, ideologie, selectieve cultivering van het verleden en steun voor charismatisch leiderschap. Symbolen verschaffen identiteit. Ze bevestigen de leden van de groep zowel in eigenheid als in verbondenheid. Symbolen kanaliseren emoties en andere vormen van menselijke expressie. Gij zult niet doden, en negen andere geboden op twee stenen tafelen gehouwen.

De Nederlandse monarchie laat zich in dit schema goed vatten. Wij Nederlanders, wij hebben iets bijzonders: een familie die onversaagd aan ons dienstbaar is, die met ons viert bij onze vieringen, die met ons lijdt in ons lijden - en dat niet zomaar een ambtstermijn of wat, nee, al eeuwenlang en in de toekomst ook nog.

Het is die symboolfunctie waaruit het succes van de monarchie in Nederland historisch te verklaren valt. Het einde van de achttiende eeuw was een tijd van grote opwinding. Engeland verloor een kolonie die zichzelf uitriep tot republiek, in Frankrijk vlamde een revolutie, in de republikeinse Nederlanden hielden patriotten en prinsgezinden elkaar in een verlammende greep. In alle gevallen werd een taaie machtsstrijd uitgevochten: onder edelen en burgers, tussen absolute en gedeelde macht, tussen centrale en decentrale staatsordening.

De oude Republiek werd meegezogen in de revolutionaire draaikolken uit Amerika en Frankrijk: Bataafse Republiek (1795-1805), raadpensionaris Schimmelpenninck, bevriend met Napoleon (1805-1806), het koninkrijk van Lodewijk Napoleon (1806-1810) en uiteindelijk de Franse inlijving (1810-1813).

Toen leek het mooi geweest. De voormalige rivalen in de Nederlanden voelden zich voldoende geknecht. Het was tijd voor een nieuw verbond, een symbool van nieuwe eenheid. Nie wieder Krieg. Uit Engeland werd een prinselijke balling gehaald, Willem Frederik. Vrijwel niemand kende hem, maar hem omstraalde het Oranje-charisma uit een gecultiveerd roemrijk verleden. Hij werd verondersteld voorspoed en eenheid te brengen in de verscheurde ex-republiek. En meer dan dat. Hij moest de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden herenigen.

De vraag was: hoe noemen we onze nieuwe leider? Titels als stadhouder, raadpensionaris en keizer waren door het recente verleden belast geraakt. Het woord president was nog niet en vogue. Hij mocht koning heten, Willem I. Het koninkrijk onder Lodewijk Napoleon was, in de keper beschouwd, zo slecht nog niet geweest. Men zag in Europa wel meer koningen terugkeren in die restaurerende dagen van het Wener Congres. Bovendien had het woord koning een waardige bijbelse connotatie.

Over de inhoud van het koningschap ontstond vrijwel onmiddellijk nieuwe strijd. Willem I vertoonde ouderwetse absolutistische trekken. De heersende elite stond een gematigder taakopvatting voor ogen. De koning zou constitutioneel vorstengezag moeten uitoefenen, hetgeen zoiets betekende als: arbiter zijn in plaats van Ausputzer. Mede door die controverse is het de rest van de negentiende eeuw niet louter vreugdevol geweest te leven met de koningen Willem I, II en III.

De liberale staatsman Johan Rudolph Thorbecke en zijn grondwet van 1848 hebben de monarchie gered. Zijn politieke en juridische vernuft vormen tot op de dag van vandaag het hart van de Nederlandse constitutionele monarchie. 'De koning is onschendbaar, de ministers zijn verantwoordelijk.' De koning is buiten de wet gesteld. De koning mag alles en tegelijkertijd niets. Als de koning te hard rijdt, krijgt de minister een bekeuring.

Het is hogere staatskunde. En dat niet alleen. Het is eerder en elders vertoond. Andere culturen kennen vergelijkbare vormen van ingekapseld vorstendom. Chinese keizers werden gevangen gehouden in de Verboden Stad. Toen een Inca-vorst omstreeks 1500 overleed, regeerde hij gewoon door, tientallen jaren lang. Rondom zijn zorgvuldig onderhouden lijk voerden de hovelingen dagelijks ingewikkelde rollenspelen op, waarbij de vorst zogenaamd besluiten nam, maaltijden gebruikte en zijn eveneens overleden zoon in audiëntie ontving. Het Japanse hof is nog altijd een veste op een andere planeet, afgeschermd door een tirannieke hofhouding.

De vergelijking gaat mank, maar leert het volgende. Thorbecke was niet de eerste die het koningschap in de kern leeg maakte. Het Koninkrijk der Nederlanden heeft een gecultiveerd machtsvacuüm. In Holland staat een huis met een hoofdbewoner zonder mening en muren zonder oren. Dat wil zeggen: het hoofd van de staatshuishouding heeft wel een mening, maar die dient zorgvuldig binnenskamers te blijven. En wee degene die de ban breekt. Die nationale afspraak heeft een naam: Geheim van Soestdijk, Geheim van Noordeinde.

Het systeem werkte niet onmiddellijk. Koning Willem III lag met grote regelmaat dwars. Tegelijkertijd profiteerde hij ervan dat zijn weinig ingetogen levenswandel door de ministeriële verantwoordelijken keurig werd afgedekt. De vorstinnen Wilhelmina en Juliana hebben eveneens de nodige botsingen beleefd toen zij de koninklijke leegheid te veel inhoud dreigden te geven: de eerste door eigenzinnig gedrag, de tweede door een esotherisch gedachtengoed dat politieke vormen begon aan te nemen.

Maar de Oranje-vorstinnen deden gaandeweg een belangrijke ontdekking. De lege kern van hun positie heeft een schil. Die schil kan telkens van vorm en kleur veranderen. Dat bleek aan het einde van de negentiende eeuw, toen protestanten, katholieken en socialisten zich steeds nadrukkelijker met het politieke spel gingen bemoeien. De bedreigde liberalen grepen weer naar Oranje als eenheidssymbool. Koningin Emma deed er met liefde aan mee. Zij trok met haar enig kind de provincie in, als een vroege uiting van public relations. Het waren de jaren waarin Oranje-feesten voor het eerst een nationaal karakter kregen. De inhuldiging van koningin Wilhelmina, in 1898, werd een plechtigheid én een volksfeest zoals de Nederlanden zelden hadden gezien.

Nadien is de symbolieke schil van het onschendbare koningschap feilloos met haar tijd meegegaan. Van sacraal instituut naar verzorgingsstaatshoofd. Van koningin in de koets naar koningin op de fiets.

Hetgeen niet louter het resultaat is geweest van koninklijke strategie, maar ook van tijdgeest en perceptie. De explosie van massamedia heeft daarin een belangrijke rol gespeeld. Het gezin van koningin Juliana is nooit een gewoon gezin geweest en kon dat ook onmogelijk zijn. Dat beeld is een projectie van een wederopbouw-generatie. Getoond wordt een gezin dat lief en leed deelt in de jaren vijftig. En natuurlijk krijg je strubbelingen als de dochters huwbaar raken in de jaren zestig. Maar zie het kleinkinder-geluk in de jaren zeventig. En welk een zorgen over echtscheidingen en prinselijke partnerkeuze in de jaren tachtig en negentig. Van Polygoon-journaal, via Libelle naar Story en Privé: de zeden worden steeds wilder.

De kern van het koningschap is intussen keurig leeg gebleven. Althans, zodra de kern zich vulde, deed het ganse volk zijn best het geheim van het paleis goed te bewaren. En als dat onverhoopt niet lukte, liep het steevast met een sisser af. Zand erover. Journalisten en historici zijn doorgaans ook gewone burgers die het hof graag aangeharkt houden.

Zoals de samenleving veranderde, zo veranderde de vorst: van koninklijke hoogheid onder Wilhelmina naar koninklijke gewoonheid onder Juliana. De regering-Beatrix kenmerkt zich in een weloverwogen mengvorm van beide polen. Deze koningin heeft een baan, geen roeping. Zij is president-directeur van een strak geleide onderneming. Beeldvorming en privédomein worden zorgvuldig bewaakt. Niet voor niets hebben ambtenaren van de Rijksvoorlichtingsdienst in deze koninklijke firma vooraanstaande posities toegewezen gekregen. Als een roddelblad te ver gaat, wordt het voor de rechter gedaagd. Dat is de gewoonheid van het tegenwoordige staatshoofd.

Maar tegelijkertijd is zij Hoogheid. De schil van de constitutionele monarchie is opgepoetst. En dat is niet zomaar het gevolg van een particuliere karaktertrek van het staatshoofd. Het past in alle schema's van de actuele historische, sociologische, theologische en communicatie-kundige vakliteratuur ter zake. Zoals omstreeks 1813, zoals in de jaren negentig van de vorige eeuw, zoals in de periode 1940-1945, zo fungeert Oranje in dit fin de siècle opnieuw als symbool van eenheid. Het gaat goed met Oranje, omdàt het niet goed gaat met God en de Nederlandse identiteit. Het zijn de communicerende vaten van de Nederlandse drieëenheid, waarin Oranje zich ontwikkelt tot een uiting van publieke religiositeit. Kerstboodschappen en herdenkingstoespraken van de koningin krijgen een nieuwe morele betekenis toegekend. In de jaren waarin de steun voor de monarchie in opiniepeilingen boven de negentig procent is gestegen, is de kerkelijke binding van de Nederlanders onder de vijftig procent gedaald.

Zo beschouwd is het Nederlandse monarchale systeem, dat door zijn erfelijkheid au fond ondemocratisch is, in de praktijk een toonbeeld van collectieve volkswil geworden. Van presidenten heb je twee soorten. Er is de categorie bazen, die aan de macht komt volgens het weinig democratische principe 'the winner takes all' (VS, Frankrijk). En er is de categorie compromisfiguren, die een ceremoniële rol speelt (Duitsland). Het Nederlandse staatshoofd is noch baas, noch knecht. Het ziet toe, het volgt, het waakt: het heeft een soevereine rol - buiten de wet en dus buiten het gedoe van alledag.

Rondom de troon bestaan zorgen over de toekomst van de monarchie in Nederland. Zal een man zich in die positie kunnen handhaven? De Oranje-mannen, zowel de koningen als de prinsen-gemaal, hebben sinds 1848 stuk voor stuk geworsteld met het lege koningschap en de symbolieke schil. In een wereld die in toenemende mate wordt beheerst door slagschaduwen en valse winden van de media zou een koninklijke man het bovendien veel moeilijker hebben dan een koninklijke vrouw. Een vrouw kan tenslotte elke dag een nieuwe leuke jurk aantrekken. Als een man zich verkleedt, wordt het een ander saai pak of een militair uniform.

Al in 1885 doorzag de liberale staatsman Samuel van Houten de kern van dit probleem, evenals de oplossing: de monarchie is bruikbaar zolang ze rekbaar is. De monarchie overleeft zolang ze zich weet te plooien naar de vorm en kleur van haar omgeving. De biologische wetenschap heeft er een term voor. Mimicry.

Geraadpleegd: Bureau Lagendijk, Apeldoorn (opiniecijfers); 'Door het volk gedragen', K. Bruin en K. Verrips (red.); dr. M.B. ter Borg (filosoof en socioloog) en zijn boek 'Het geloof der goddelozen'; artikelen van dr. J. van Ginneken in Psychologie (11/'88 en 11/'90); 'De koning komt', H. Hansen; Toespraak bij 12,5 jarig regeringsjubileum koningin Beatrix (30/12/'92), prof.dr. E.H. Kossmann; 'Monarchie in Nederland', prof.dr. C.A. Tamse (red.); dr. H. te Velde (historicus) en zijn dissertatie 'Gemeenschapszin en plichtsbesef: liberalisme en nationalisme in Nederland 1870-1918'; dr. M. Verkuyten (sociaal-psycholoog en cultureel antropoloog) en zijn boek 'Symbool en samenleving'.

    • Gijsbert van Es