Grondslagen moraal (1)

Aan de discussie in NRC HANDELSBLAD over grondslagen en oorsprong van de moraal wordt in de krant van 23 april door Paul Zwart een bijdrage gegeven. Hij geeft een sociologische verklaring van het ontstaan van onze moraal.

Dit is een visie die door een aantal evolutie-biologen en filosofen wordt gedeeld. Eén van de meest gezaghebbende daarvan is de bioloog Ernst Mayr, die in zijn boek Toward a new philosophy of biology (Harvard University Press, 1988) er een essay getiteld 'The origins of human ethics' aan wijdt. Volgens Mayr heeft zich in de evolutie van sociaal levende dieren de eigenschap van het 'inclusive fitness altruism' ontwikkeld; deze eigenschap is genetisch vastgelegd.

Bij de Homo sapiens is daarnaast een 'echte' ethiek tot ontwikkeling gekomen die gebaseerd is op eigen beoordeling en een vrije keuze van het individu. Deze eigenschap is niet erfelijk, wel is genetisch vastgelegd de potentie van de mens om bepaalde gedragspatronen makkelijk te adopteren. Mayr noemt dit de overerfbaarheid van 'open programma's'. Bepaalde morele normen die van voordeel voor de groep bleken konden hierdoor snel worden aangeleerd en cultureel overgedragen. De groepen waarbinnen deze eigenschappen zich het sterkst hadden ontwikkeld hadden een betere kans in de 'struggle for life', waardoor groepsselectie is opgetreden.

Het voordeel van dit mechanisme is - evolutionair gezien - dat een dergelijke ethiek niet rigide vastligt zoals bovengenoemd instinct van 'inclusive fitness altruism', maar aangepast kan worden aan veranderende omstandigheden. De keerzijde van de medaille is echter dat naast deze ethische instelling t.o.v. leden van de eigen groep zich om dezelfde reden (succes in de competitie met rivaliserende groepen) een vijandige instelling heeft ontwikkeld tegenover niet tot de eigen groep behorende soortgenoten. Rassendiscriminatie en genocide van nu wortelen wellicht nog in deze geschiedenis van de mensheid.