Geen aparte bijdrage vervoer Amsterdam

AMSTERDAM, 27 APRIL. Minister Jorritsma (Verkeer) zal het bekostigingssysteem voor het openbaar vervoer niet speciaal aanpassen aan de Amsterdamse situatie. Dat zeggen ambtenaren van het ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Amsterdam meent op grond van objectieve factoren recht te hebben op een extra bijdrage voor zijn noodlijdende Gemeentevervoerbedrijf (GVB). Het college van B en W wijst daarbij onder meer op de verkeerssituatie in de stad, de vele bruggen en nauwe straten die het vervoer vertragen, en heeft voorgesteld een 'verstedelijkingsfactor' te introduceren. De minister wil Amsterdam wel helpen bij de problemen van het GVB, maar ziet niets in “een apart Amsterdams exploitatiebeleid”, aldus J.W. van Oosterwijk, directeur collectief personenvervoer van het ministerie.

Het GVB, dat nu al met een schuld van meer dan 100 miljoen gulden kampt, zal zijn tekorten de komende vijf jaar met 75 à 85 miljoen zien oplopen. Volgens gedelegeerd bestuurder M. de Jong, die het GVB in opdracht van de gemeente heeft doorgelicht, kan het bedrijf in die tijd niet meer dan 45 tot 55 miljoen gulden bezuinigen. Het college onderhandelt met minister Jorritsma over de resterende schuld van 20 à 40 miljoen.

De steden met een eigen stadsvervoersbedrijf, verenigd in het beleidsorgaan openbaar vervoer (de BOV-steden), zijn niet bereid geld in te leveren ten behoeve van het Amsterdamse GVB. “Als er extra geld naar Amsterdam zou moeten, waarom dan niet ook naar andere steden,” zegt H. Meijer, verkeerswethouder van Den Haag en voorzitter van de BOV-steden.

Een andere factor die zwaar weegt in de schuldenlast van het GVB is dat de zogeheten 'vervoersgroei' niet wordt beloond. Amsterdam heeft veel geld geïnvesteerd in nieuwe lijnen, maar het financieringsstelsel vergoedt die investeringen pas na een aantal jaren. Zo rijdt de sneltram naar Amstelveen met een jaarlijks verlies van tien miljoen. Minister Jorritsma heeft wel toegezegd dat zij de bekostigingssystematiek zal aanpassen door de vervoersgroei voortaan honderd procent te honoreren. Nog voor de zomer stuurt zij een nota naar de Tweede Kamer.