Fatale bocht

IVAN RENDALL: Ayrton Senna. A Tribute

174 blz., geïll., Pavilion Books Limited 1996, ƒ40,90

Hij overleed laat op de zondagmiddag van die eerste mei in 1994. Nog voor de avond viel, werd er voor hem in zijn geboorteplaats Sao Paulo een mis in de open lucht opgedragen. President Itamar Franco toonde zijn fijne electorale intuïtie en kondigde drie dagen van nationale rouw af. Op de dag van de begrafenis waren alle scholen gesloten. Het vliegtuig dat het stoffelijk overschot van Italië naar Brazilië bracht werd geëscorteerd door straaljagers van de luchtmacht.

Een eindeloze rij politie-agenten op de motor ging het transport vooraf.

Ongeveer een miljoen fans flankeerden de weg van de luchthaven, door de arme buitenwijken van Sao Paulo naar het parlementsgebouw, waar de kist werd opgesteld. Zijn groen-gele helm stond er als een monument bovenop.

De eer die de verongelukte auto-coureur Ayrton Senna da Silva in die dagen werd gebracht zou een gezien staatsman niet hebben misstaan. De auto-sport had een grootheid verloren op die zondag in de zevende ronde van de Grand Prix van Imola, Brazilië een held. Die zomer zou het Braziliaanse voetbalelftal zijn wereldkampioenschap aan de coureur opdragen.

Hoofdpijn

Senna's rivaal Schumacher had het een ronde eerder al zien aankomen. In de Tamburello-bocht zag hij Senna van de ideale lijn wijken, maar hij kon op instinct en door jarenlange ervaring zijn koers nog corrigeren. “Als iets me op het ogenblik hoofdpijn bezorgt, dan is het de combinatie van de zwakke punten van mijn auto en de oneffenheid van het wegdek hier”, had Senna voor de wedstrijd tegen de Duitse krant Welt am Sonntag gezegd.

Een ronde later zag Schumacher op dezelfde plek de auto van Senna het wegdek af stuiteren. De snelheidsmeter gaf 192 mijl per uur aan. Elke poging om de wagen weer onder controle te krijgen mislukte. Hij remde, maar de bolide schoot rechtdoor, raakte een stapel banden voor een muur en spinde terug de weg op. De race werd stilgelegd. De zwaar gewonde coureur werd per helikopter afgevoerd naar het ziekenhuis van Bologna. Terwijl artsen poogden zijn leven te redden vond op het circuit een herstart plaats. Schumacher won. De overwinning werd zonder champagne gevierd. Om tien voor zeven 's avonds werd Senna's dood vastgesteld, als sluitstuk van een zwart weekend. Tijdens de kwalificatie-wedstrijden voor deze Grand Prix van San Marino op zaterdag was de jonge Roland Ratzenberger omgekomen. Daags daarvoor was de Braziliaan Rubens Barichello zwaar gewond geraakt tijdens een crash. Senna had nog huilend aan diens bed gezeten.

Deze klappen waren vooral hard aangekomen in de racerij, omdat Senna's ongeluk het eerste was met dodelijke afloop sinds acht jaar. De laatste dode die werd betreurd was Elio de Angelis, die op het circuit van Paul Ricard in Frankrijk was verongelukt bij het testen van een Brabham in 1986. Strikt genomen waren er twaalf jaren verlopen zonder één dode tijdens een race-weekend. Riccardo Paletti's fatale ongeluk tijdens de Grand Prix van Canada dateerde alweer van 1982.

Verpersoonlijking

De uitzonderlijk diepe rouw van de Braziliaanse fans laat zich verklaren door de immense populariteit van het auto-racen in dat land. Hoewel voetbal zonder twijfel de absolute volkssport is, staat de Formule 1 voor dat absoluut onbereikbare, dat snelheid, rijkdom, high-tech, macho en vrouwelijk schoon in zich verenigt. En Senna was daarvan de verpersoonlijking bij uitstek.

De op 21 maart 1960 geboren zoon van Milton Guirado Theodoro da Silva en zijn vrouw Neide Senna was een geluksvogel. De familie zwom in het geld. Ayrtons enige probleem was zijn houterige motoriek. Zijn moeder kocht altijd op voorhand twee ijsjes voor hem, omdat hij er gegarandeerd één uit zijn handen liet vallen. Maar al snel bleek dat het kind niets mankeerde als het achter een stuur zat. Een scherp zicht, alert, attent en een geoliede coördinatie van zijn spieren karaktiseerden de kleine Ayrton op zijn skelter in het naburige park. Die eigenschappen zouden hem later 161 maal aan de start van een Grand Prix brengen, waarbij hij 65 keer van pole position vertrok. Hij won er 41. Biograaf Ivan Rendall heeft die opmerkelijke carrière nauwkeurig gedocumenteerd in het rijk geïllustreerde en goed geschreven boek Ayrton Senna.

A Tribute. Die uitvoerig uitgesponnen levensloop eindigt vanzelfsprekend in de vraag of Senna de grootste was uit de geschiedenis van de racerij. Het antwoord is lastig te geven, omdat zijn illustere voorgangers met onvergelijkbaar materieel reden, onder onvergelijkbare omstandigheden in heel andere tijden.

Nuvolari, Caracciola, Fangio, Moss en Clark vormen met elkaar de kleine elite van absolute 'grootmeesters', die de autosport in honderd jaar heeft gekend, aldus de auteur. In het voorwoord van het boek geeft Stirling Moss een veelzeggende indicatie: “Mensen die bij mij thuis komen, vragen vaak hoe hoog ik hem inschatte. Dan laat ik hun mijn vestibule zien. Aan de muur daar hangen twee grote gesigneerde portretten van auto-coureurs. De ene is Juan Manuel Fangio. De ander is Ayrton. Zo hoog dus.”

    • Bram Pols