Boerenleiders voor rechter; Eis celstraf na ontvreemden mestdossiers

ASSEN, 27 APRIL. Wegens diefstal van mestdossiers is tegen drie boerenactievoerders, onder wie de voorzitter van de Nederlandse Vakbond Varkenshouders, W. van den Brink, gisteren voor de Asser rechtbank twee maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf geëist.

Op 14 september vorig jaar namen actievoerende varkenshouders achthonderd documenten mee uit het Bureau Heffingen van het Ministerie van Landbouw in Assen, uit protest tegen het in hun ogen oneerlijke mestbeleid van het kabinet. Volgens officier van justitie E.C. van de Vliert-de Koning betrof het een “nauwkeurig en zorgvuldig voorbereide actie, waarbij risico's van justitieel ingrijpen waren ingecalculeerd.” Naar haar oordeel is er sprake van een “doodgewone diefstal”, waarbij een normale straf hoort.

Van den Brink (50) en woordvoerder van het actiecomité, B. Rap (45) en J. Weinans (47) waren volgens de officier de initiatiefnemers van het plan dossiers te stelen. Ze vond dat zij dan ook de volle verantwoordelijkheid voor de actie hadden moeten nemen. Nu hadden ze “frontsoldaten” die de risico's niet kenden de kastanjes uit het vuur laten halen in hun behoefte aan publiciteit.

Vijf andere leden van het actiecomité hoorden één maand onvoorwaardelijke celstraf tegen zich eisen, omdat ze leiding hadden gegeven aan de actie en dozen dossiers hadden weggedragem. Tegen drie varkenshouders, op wie volgens haar psychische druk was uitgeoefend om mee te doen, eiste ze 28 dagen gevangenisstraf, waarvan 25 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Advokaat H. Anker vroeg de rechtbank aan het begin van de zitting het openbaar ministerie niet ontvankelijk te verklaren. Hij stelde dat het gelijkheidsbeginsel geschonden was, omdat elf actievoerders willekeurig gedagvaard waren, terwijl er 250 boeren betrokken waren bij de actie. De rechtbank was echter van oordeel dat in alle redelijkheid niet verwacht kon worden dat alle 250 boeren voor de rechter zouden worden gedaagd.

De advokaten van de verdachten voerden onder meer aan dat van diefstal in juridische zin geen sprake was, omdat de boeren niet van plan waren zich de boekhouding toe te eigenen. Mr. J. Boksem omschreef de inval in het Bureau als een “pressiemiddel om de politiek onder druk te zetten.” De dossiers waren tijdelijk weggenomen met het doel ze terug te geven, wanneer minister Van Aartsen (Landbouw) een voor de boeren rechtvaardiger mestbeleid zou opstellen. Voor alle verdachten werd vrijspraak gevraagd. Anker noemde een onvoorwaardelijke gevangenisstraf als eis “apert onredelijk”.

Tijdens de behandeling van de zaak betoogden boeren buiten de rechtbank. Zij vuurden 'geluidskanonnen' af waarmee normaliter vogels van de velden worden verjaagd. Na het uitspreken van de eis zei W. van den Brink, buiten voor de rechtbank, dat “de officier van justitie er niets van had begrepen”.

De uitspraak is op 10 mei.