Antillen zijn juist op de goede weg

De Nederlandse Antillen dreigen volgens VVD-leider Frits Bolkestein ten prooi te vallen aan verloedering. Nederland moet hard optreden, adviseerde hij vorige maand.

C.P. de Haseth bestrijdt dat met klem: de Antillen zijn juist hard bezig orde op zaken te stellen.

De feiten zijn dat de huidige regering van de Nederlandse Antillen reeds kort na haar aantreden heeft geconstateerd dat er sprake was van een precaire financiële situatie van de overheden van de Antillen. Teneinde deze situatie het hoofd te kunnen bieden en zorg te dragen voor een gezondere ontwikkeling van de openbare financiën op middellange termijn, heeft de regering gemeend dat er effectieve maatregelen genomen moesten worden en is zij aanstonds begonnen met de daarvoor noodzakelijke voorbereidingen.

De regering heeft reeds in augustus 1995 de Staten van de Nederlandse Antillen een rapport doen toekomen over een structureel aanpassingsprogramma en met de implementatie hiervan is een aanvang gemaakt op 1 oktober 1995.

Ook op de Nederlandse Antillen is het voor het nemen van de juiste maatregelen noodzakelijk dat overleg wordt gevoerd met de sociale partners en dat de organisatie van de overheden zodanig wordt gestructureerd dat de controle op de uitvoering van de maatregelen effectief kan zijn. Dit impliceert dat de invoering van maatregelen ter verbetering van de financiële situatie nauwkeurig gepland en in overleg met de hierboven genoemde partners moet geschieden, zoals dat te doen gebruikelijk is in elk democratisch bestel.

Overigens dient in dit kader opgemerkt te worden dat de instelling van de zogeheten commissie-Van Lennep mede op Antilliaans initiatief geschiedde.

In juli 1995 heeft ook het toen pas aangetreden Bestuurscollege van het Eilandgebied Curaçao door onafhankelijke accountants een onderzoek doen instellen om de financiële situatie vast te stellen. Ongelukkigerwijs bleek daarbij dat de financiële toestand van het eilandgebied Curaçao veel slechter was dan voorheen werd aangenomen.

Begin september 1995 werden de Bovenwindse Eilanden van de Nederlandse Antillen getroffen door de orkaan 'Luis' en 'Marilyn'. Met name op het eiland Sint Maarten, met haar bloeiende toeristenindustrie, werd een aanzienlijke schade aangericht, hetgeen uiteraard grote gevolgen had voor de economie van de Antillen.

Gezien deze onverwachte tegenslag heeft de Antilliaanse regering toen gemeend bij de Nederlandse regering om een stand-by-arrangement in het kader van betalingsbalans-steun te moeten vragen, op welk verzoek, gezien de omstandigheden, positief is gereageerd door de Nederlandse regering.

Op initiatief van de Antillen is toen het Internationaal Monetair Fonds benaderd teneinde een aanpassingsprogramma voor de Antillen op te stellen. Aangezien de Antillen geen lid zijn van het IMF, is overeengekomen dat, na het bereiken van overeenstemming met het IMF, Nederland de plaats van het IMF zou innemen en de Antillen indien nodig de gevraagde steun op de met het IMF overeengekomen voorwaarden te verlenen.

In tegenstelling tot wat deze krant berichtte, zijn de besprekingen met het IMF thans reeds op hoofdlijnen afgerond en aan de orde is nu het verduidelijken van specifieke zaken aangaande de implementatie van de specifieke maatregelen. Het overleg met het IMF verloopt goed en de IMF-missie zal begin mei aanstaande naar de Antillen terugkeren om dit overleg af te ronden.

De regering en ook het Eilandgebied Curaçao zijn, in het kader van een saneringsprogramma, reeds geruime tijd bezig met de implementatie van maatregelen. Hier kan specifiek vermeld worden het reduceren van subsidies, het introduceren van een afvalrecht, het verhogen van de accijns op benzine, het inhalen van achterstanden in de oplegging van belastingen en de reorganisatie van de gezondheidszorg in de richting van een gesloten financieringssysteem voor medische zorg.

Op korte termijn zal in de Nederlandse Antillen een omzetbelasting worden geïntroduceerd en zullen belangrijke maatregelen worden genomen om de personeelskosten terug te dringen. Wat dit laatste punt betreft kan overigens gewezen worden op reeds ingevoerde maatregelen zoals de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd, de invoering van een wachtgeldregeling, de privatisering van enkele overheidsdiensten en dergelijke.

Bij het begin van onze exercities werd voor 1996 bij ongewijzigd beleid een tekort van ruim 400 miljoen Antilliaanse guldens begroot (9,5 procent van het Bruto Binnenlands Produkt). De gezamenlijke overheden hebben hun tekorten nu drastisch teruggebracht naar een bedrag van minder dan 160 miljoen gulden (3,8 procent van het BBP): verlaging van maar liefst 61 procent. Het saneringsprogramma beoogt in het jaar 2000 de respectievelijke begrotingen in evenwicht te brengen.

In welk land ter wereld dan ook zal een dergelijke drastische bezuinigingsoperatie aanleiding geven tot spanningen in de gemeenschap. Zich hiervan bewust heeft de Nederlandse Antilliaanse regering ingestemd met de instelling van een zogeheten commissie-Capriles, welke als taak meekreeg het opstellen van een sociaal noodprogramma. Dit sociaal noodprogramma is erop gericht de effecten van de genomen en nog te nemen maatregelen voor de sociaal zwaksten in de gemeenschap op te vangen door het bieden van concrete perspectieven op het terrein van de volkshuisvesting, de wijkverbetering, de werkgelegenheid en het onderwijs.

De benodigde fondsen hiervoor zullen worden opgebracht door de Antilliaanse Overheden en het Antilliaanse bedrijfsleven, terwijl ook door de Nederlandse regering steun is toegezegd. Zeer recent zijn in het kader van het Sociaal Ontwikkelings Fonds Nederlandse Antillen (SOFNA) de eerste, door de Antilliaanse regering beschikbaar gestelde, gelden gevoteerd voor een volkshuisvestingsproject. De opmerking in het hoofdartikel van 18 maart dat de Antillen financiering door Nederland van een sociaal noodfonds zouden willen bewerkstelligen “nog voordat het IMF-programma begonnen is”, is dan ook onjuist.

Het bovenstaande rechtvaardigt de conclusie dat de Nederlandse Antillen niet alleen een eigen saneringsprogramma heeft, doch ook reeds een aanvang heeft gemaakt met de implementatie ervan en dat de besprekingen met het IMF binnenkort in positieve zin zullen worden afgerond.

Terwijl de Antilliaanse regering al het mogelijke in het werk stelt om verbetering te brengen in de precaire financiële situatie van ons land worden wij geconfronteerd met ongefundeerde negatieve berichtgeving als in bedoeld redactioneel commentaar in deze krant. Wij voelen ons als iemand die een drenkeling op het droge tracht te trekken, terwijl omstanders hem het redden onmogelijk trachten te maken.

    • Drs. C.P. de Haseth