Aanslag op reizigerstrein in Tsjetsjenië

MOSKOU, 27 APRIL. In Tsjetsjenië is gistermiddag een aanslag op een passagierstrein gepleegd. De trein ontspoorde na een ontploffing. Daarbij zijn doden gevallen, maar onbekend is nog hoeveel. Dat heeft het Russische persbureau Itar-Tass op grond van informatie van het Russische leger gemeld.

Naar wordt aangenomen zitten Tsjetsjeense rebellen, die sinds eind 1994 voor afscheiding van hun republiek van Rusland strijden, achter de actie.

De aanslag had plaats nabij het treinstation van Argoen, 10 kilometer ten oosten van Grozny. Onder de doden zouden zich enkele Russische soldaten bevinden.

Sommige opstandelingen in Tsjetsjenië zwoeren begin deze week de dood van hun leider Dzjochar Doedajev te zullen wreken. Doedajev kwam in de nacht van zondag op maandag om bij een Russische raketaanval. Zijn opvolger, Zelimchan Jandarbijev, heeft zich echter tegen wraakacties uitgesproken om “het lijden van de burgerbevolking” niet verder te vergroten. Maar de macht van Jandarbijev over zijn manschappen is beperkt.

Bij een andere guerrilla-actie schoten onbekenden gisteren een olieput ten zuiden van Grozny in brand. Hierdoor is een grote hoeveelheid olie naar buiten gekomen; het lek zou nog niet zijn gedicht. Volgens een functionaris van het Russische ministerie voor Energie dreigt er een milieuramp.

Donderdagavond vielen naar schatting zestig Tsjetsjeense strijders op 50 kilometer ten noordoosten van Grozny een Russisch militair konvooi aan, waarbij drie soldaten werden gedood en vijftien gewond raakten. Dat heeft Chamid Inalov, minister van Binnenlandse Zaken van de Moskou-getrouwe regering van Tsjetsjenië, gezegd.

De Russische troepen omsingelen nog steeds de stad Sjali in het zuidoosten van Tsjetsjenië en beschieten de buitenwijken met artillerie. Zeker duizend vrouwen en kinderen verlieten de stad gisteren uit vrees voor nieuwe luchtaanvallen. (AFP)