Vijftig dagen voor een meesterwerk; De postume tv-series van Dennis Potter

De Engelse schrijver Dennis Potter maakte met series als The Singing Detective het tv-drama tot een trotse, zelfstandige kunstvorm. Voor hij in 1994 overleed, werkte Potter als een bezetene om zijn laatste twee series te voltooien en dwong hij de Engelse omroepen BBC en Channel Four tot nooit eerder vertoonde samenwerking.

Karaoke begint zo 28 april op BBC1, en Cold Lazarus op maandag 27 mei. De twee scripts zijn in één bundel uitgegeven door Faber & Faber. Prijs ƒ 32,95.

Toen hij te horen kreeg dat hij dood zou gaan - niet in de verre of iets nabijere toekomst, zoals iedereen, maar naar alle waarschijnlijkheid binnen een maand of vijf - overviel Dennis Potter een gevoel van paniek. Het was februari 1994. Met de BBC en met het commerciële tv-station Channel Four had hij afspraken lopen over twee zesdelige dramaseries. De eerste, Karaoke, was vastgelopen omdat de pijnen van zijn huidziekte en van de zojuist gediagnostiseerde kanker het hem bijna onmogelijk hadden gemaakt nog helder te blijven nadenken. De tweede, Cold Lazarus, was alleen nog maar een idee.

Na een dag en een nacht nadenken besloot Potter dat hij helemaal opnieuw zou beginnen. Hij maakte een optelsom: één pagina tekst is een minuut zendtijd. Twee series van vier afleveringen elk, dat betekende twee keer 240 pagina's. Per dag, te beginnen op 1 maart, zou hij tien pagina's kunnen schrijven. Vijftig dagen in totaal; dat zou moeten kunnen lukken vóór zijn letterlijke deadline.

Zo begon Dennis Potter op 1 maart 1994 volgens een strak schema te werken. De tijd die hem restte, tussen de uren die hij onder de invloed van de pijnstillende morfine en heroïne in een staat van bijna-narcose doorbracht, vulde hij met schrijven. Met zijn rechterhand, vervormd tot een rauwrode knuist in drukverband, kraste hij zijn letters op het papier - verbeten als nooit tevoren grifte hij de woorden de eeuwigheid in. Steeds zieker werd hij, steeds uitputtender was de arbeid. Maar zijn schema klopte; precies op tijd was hij klaar. Daarna schreef hij er een voorwoord bij. Geen apologie van een zieke man die zich bij voorbaat excuseert voor de kwaliteit van werk dat onder zulke omstandigheden tot stand is gekomen, maar een koelbloedig ogend artikel over zijn werkwijze. Vervolgens liet hij zich naar een tv-studio rijden voor een interview met Melvyn Bragg, waarin hij sereen en vanaf een afstand terugkeek op zijn oeuvre.

Op 6 juni 1994 stierf hij, de man die als geen ander bij uitstek drama schreef voor het massamedium televisie. Terwijl het medium voor andere schrijvers een oefenterrein is om zo snel mogelijk de sprong naar het theater of de film te maken, ontwikkelde Potter een veelgelaagde en hoogst visuele vorm van seriedrama, fascinerende vlechtwerken van muziek, surrealisme, herinneringen en dromen, werkelijkheid en fictie, die uitsluitend op de televisie tot zijn recht kon komen - niet als roman, toneelstuk of bioscoopfilm - en die het tv-drama tot een trotse, zelfstandige kunstvorm maakten. In een samenleving waarin door afkomst, opleiding en inkomen diepe scheidslijnen zijn getrokken, was het zijn ideaal bij te dragen aan één gemeenschappelijke cultuur. “Alleen de televisie wordt nog door alle publieksgroepen bekeken,” zei hij. Naast enkele romans en toneelstukken schreef hij voor zijn belangrijkste podium een stuk of tien losse tv-stukken en vier grote series.

Gezang

De hoofdpersoon van Karaoke is een schrijver met een dodelijke ziekte, die zojuist onder de titel Karaoke zijn laatste script heeft geschreven. Nu is hij van plan nog een serie te maken, die Cold Lazarus gaat heten. De dokter kan hem echter niet beloven dat hij daar nog genoeg tijd voor zal hebben. Op zijn ziekbed vertelt een assistente hem dat de opnamen voor Karaoke mooi zijn geworden. Een andere bezoeker interrumpeert haar, want hoe kan de schrijver nu nog in zulke trivialiteiten geïnteresseerd zijn?

Maar de schrijver is niet dezelfde als Dennis Potter. Van zichzelf heeft hij slechts enkele biografische eigenaardigheden gebruikt, zegt hij in zijn voorwoord, net als voor de hoofdpersoon van The Singing Detective. Daardoor kon hij af en toe citeren uit eerder werk of er met een binnensmonds grapje naar verwijzen. Zo mompelt de schrijver in Karaoke, als hij machteloos in het ziekenhuis ligt: 'Er was een tijd dat ik een hele ziekenzaal in gezang kon laten uitbarsten.'

Zelf bleef Potter tot zijn laatste dag geïnteresseerd in de manier waarop zijn laatste werk zou worden uitgevoerd. Hij bepaalde dat de series geregisseerd moesten worden door Renny Rye, de regisseur van zijn luchtige jaren-vijftig-serie Lipstick on your collar - tegen de zin van zijn vaste producent, die destijds ruzie had gehad met Rye. Toen de schrijver ter ore kwam dat er achter zijn rug om naar een andere regisseur werd gezocht, dwong hij de producent te beloven dat de keus op Rye zou vallen, 'anders kan ik niet gelukkig doodgaan'. Het was de ultieme vorm van emotionele chantage.

Bovendien slaagde Potter er nog in zijn beide - concurrerende - opdrachtgevers tot een nooit eerder vertoonde combine te dwingen: de BBC en Channel Four moesten de series gezamenlijk produceren. De BBC begint met Karaoke; onmiddellijk daarna moeten de afleveringen worden herhaald door Channel Four. Het omgekeerde geldt voor Cold Lazarus. Een vergaand verlangen, dat de komende weken niettemin door de twee tv-stations wordt ingewilligd. Ze hebben verklaard het alleen voor Dennis Potter te doen; hij, die de televisie beschouwde als het meest democratische schouwtoneel ter wereld en het medium ondanks de commerciële verloedering trouw bleef, had nu eenmaal het recht eisen te stellen waarmee geen enkele andere schrijver ooit gehoor zou vinden.

Mooie woorden, maar het zou óók wel eens een laatste gebaar aan de kunst van het tv-drama kunnen zijn - nu immers ook dat genre zich moet schikken naar de internationale eisen van een vercommercialiseerd medium, waarin alles (het aantal afleveringen, de lengte van die afleveringen) vantevoren is vastgelegd. De schrijver in Karaoke ziet in de rage van het karaoke-zingen een metafoor voor de huidige samenleving: 'De muziek is al geschreven en door iemand anders uitgevoerd, en voor jou is alleen een zielig klein beetje ruimte over om zelf te zingen - als het maar hun teksten zijn en hun timing is.'

In zijn koortsachtige brein is de karaoke allang geen onschuldig tijdverschijnsel meer; hij denkt ook dialogen uit zijn eigen script terug te horen uit de monden van toevallige cafébezoekers, hij denkt zelfs zijn fictieve personages terug te zien in het werkelijke leven. Het herinnert aan The Singing Detective, waar hoofdpersoon Philip Marlow in zijn zieke brein de gesprekken hoorde tussen zijn echtgenote en haar minnaar. Ze spraken zelfs de leestekens uit die Marlow erbij had bedacht.

Hulpeloos meisje

Net als in The Singing Detective schreef Potter een verhaal waarin de scènes met een telkens iets verschuivend perspectief kolkend ronddraaien in het hoofd van zijn alter ego. Alleen al het lezen van het script - de serie heb ik nog niet gezien - geeft weer dat hallucinerende effect van de herhalingen, de betekenissen die pas tergend langzaam aan de oppervlakte komen, en het gladde ijs waarop de hoofdpersoon zich bevindt, onmachtig - lijkt het aanvankelijk - om er greep op te krijgen.

Het grote verschil is nu, dat de hoofdpersoon niet meer de mysantropische realist Philip Marlow is, maar een idealist die er uiteindelijk in slaagt tot over zijn graf heen een lief, hulpeloos meisje gelukkig te maken. Ze is misbruikt door de eigenaar van de karaoke-bar, ze wordt misbruikt door de regisseur van de fictieve Karaoke-serie, en ze wantrouwt vanzelfsprekend de schrijver, maar zij is tenslotte degene die wordt gered. Gered volgens het sprookjesachtige procédé van de man die een meisje van de zelfkant uit het riool oppikt en onbaatzuchtig op het rechte pad plaatst.

In zijn voorwoord schrijft Potter dat hij pas zorgeloos alle registers kon opentrekken, toen hij wist dat hij de eerste serie zou verbinden met de tweede. Karaoke gaat dóór in Cold Lazarus - ook daaruit blijkt zijn obsessie met regeren over het graf heen. Niet alleen heeft hij zijn hoofdpersoon een grote belangstelling voor cryogenetics meegegeven ('ik wil over een bevroren hoofd schrijven, diep ingevroren hersenen met bevroren herinneringen'), maar hij laat in de tweede serie een verre echo van de man terugkomen in het jaar 2368.

Toch is Cold Lazarus, op papier althans, een heel andere serie dan Karaoke. Het oogt als een science fiction-produktie, volgestouwd met apparatuur, cijfercombinaties, techno-praat door de hoofdpersonen en monitoren die uitzicht geven op een virtuele werkelijkheid. Onder de oppervlakte broeit zelfs de dreiging van de RON, de actiegroep Reality Or Nothing die als een terroristische organisatie tracht te redden wat er in deze onwerkelijke wereld nog voor de werkelijkheid te redden valt. Maar natuurlijk gebruikt Potter het groteske toekomstbeeld ook voor een paar grappen: de laboratoriummedewerkers spreken hun verbazing uit over het feit dat men in de twintigste eeuw met duizenden bij een voetbalwedstrijd aanwezig durfde te zijn ('dat ze zich véilig voelden!'), iemand steekt dapper een sigaret op ('dertig jaar cel!') en een Amerikaan spreekt geamuseerd over een groepje Engelsen dat vasthoudt aan het idee dat Engeland nog bestaat.

In het laboratorium, een Engels bijkantoor van een Amerikaans conglomeraat dat dreigt de financiering stop te zetten wegens gebrek aan rendement, wordt het hoofd van de Karaoke-schrijver op cybernetische wijze opgedolven en afgetapt. 's Mans herinneringen, ook aan Potters eigen jongensjaren in het Forest of Dean, worden in geuren en kleuren vertoond op de videomuur. Slechts een enkeling vraagt zich nog af of dit niet de opperste vorm is van privacy-schending. De rest ziet er op zijn best een triomf van de wetenschap in en op zijn minst een lucratieve vinding die het voortbestaan van het laboratorium kan garanderen. En de baas van een wereldwijd amusements-imperium ziet er een goudmijn in. 'Hij is ervan overtuigd,' zegt de cheffin van het lab, 'dat hij alle kijkcijferrecords kan breken als de mensen kunnen zien hoe het bijna vierhonderd jaar geleden echt was om te lopen en te praten en te spelen en te neuken en te eten en te drinken...'

Het is een huiveringwekkend koud toekomstbeeld, waarin Potter ongetwijfeld zijn afkeer tegen de mediamagnaat Rupert Murdoch heeft verwerkt. Zo intens haatte hij de man immers, dat hij zijn kankergezwel de koosnaam Rupert gaf. Maar omdat hij het als schrijver voor de laatste keer voor het zeggen had, is de eindoverwinning in Cold Lazarus niet voor het Murdoch-denken.

Karaoke zag ik, lezend, voor me. Cold Lazarus, omdat er meer televisietechniek voor nodig is, nog niet. Ik weet ook niet eens of Cold Lazarus het laatste meesterwerk zal blijken te zijn. Misschien heeft Potter zijn hand ermee overspeeld, misschien is de theorie interessanter dan de uitwerking. Het heeft me ook meer moeite gekost te lezen, al was het maar omdat ik bij iedere pagina aan de manmoedig dóórschrijvende Dennis Potter moest denken. Bij elke bladzijde die ik omsloeg, was het alsof ik weer een dag van zijn leven doorstreepte. Aftellend, zoals ook Potter ze heeft afgeteld, heftig hopend dat hij het zou halen. Hij heeft het gehaald.

    • Henk van Gelder