Strijd tegen slikkers die alles achterover kiepen

Een meisje uit Smilde was vorig jaar de eerste ecstasy-dode van Drenthe. Sindsdien proberen tien bekeerlingen-uit-de-scene door te dringen in kringen van ecstasy-slikkers.

LEEUWARDEN/ASSEN, 26 APRIL. De kaak van Eildert scharniert niet meer zo lekker. Onbestuurbaar zigzagt de onderste helft van z'n gezicht heen en weer. Aanspreekbaar is hij net zo min als Tanja in haar hesje-topje-rokje naast hem, die hard op haar duim bijt. Ze neuriet van ellende, de kalmerende woorden van het EHBO-praatteam ten spijt.

Het is zondagmorgen half vijf.

Vanuit de Frieslandhallen in Leeuwarden stijgt een pulserend gedreun op van het 'Dance Or Die'-megafeest. Binnen waan je je in een branding van geluid. Wie goed luistert hoort een eenregelig refrein: I NEED DRUGS. Er is geen ontkomen aan.

Negenduizend housers en ravers, van gabber-jongetjes met baseballpetten op hun kaalgeschoren koppen tot mellow-meisjes in zwarte gewaden. Ze vormen samen een groot, zaalvullend organisme en dat is leuk - anders waren ze niet gekomen.

“Dit feest draait op pillen”, constateert een politieman. “Vier op de vijf hebben geslikt”, zegt Riki uit Drenthe. “Je pikt ze er zo uit: wie met z'n kaak trekt en wijd opengesperde pupillen heeft, zit onder de ecstasy of speed.”

Riki (niet haar echte naam) is ondanks haar leeftijd (31) een echte houser. Rode korte haren, zwarte kleren en een piercinkje hier en daar. Ze woont in een rijtjeshuis, is getrouwd en heeft twee kinderen. Ieder weekend haalt ze een of twee nachten door op houseparty's, maar dit is de eerste keer dat ze op pad is voor het Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs van Drenthe (CAD). Ze is een van de tien bekeerlingen-uit-de-scene die worden opgeleid tot 'verkenner' in kringen van ecstasy-slikkers. Vannacht in Leeuwarden is ze haar vrijwilligerswerk begonnen - en wel met een snuif amfetamine, want de nacht is lang en het vlees zwak.

De aanzet voor deze nieuwe aanpak - de peergroup-methode, naar het Engelse peer, 'gelijke', is onder ecstasy-gebruikers niet eerder toegepast - was de dood van een meisje uit Smilde op 21 juli vorig jaar. De 20-jarige Jeanet Bruggink had anderhalf 'bliksempje' geslikt, een pil met een bliksemschicht erop. “Dat zijn hele goeie”, zegt Riki, die het slachtoffer kende. “116 milligram MDMA, dat wil zeggen pure ecstasy in een niet te zware dosis.”

Ze begon over haar hele lijf te trillen, er kwamen vlokken schuim op haar lippen en tegen de tijd dat de ambulance voorreed was ze bewusteloos. Onderweg naar het Wilhelmina-ziekenhuis in Assen daalde haar bloeddruk, terwijl haar hartslag zwakker en zwakker werd. Die nacht zou Jeanet de eerste ecstasy-dode van Drenthe worden.

Riki had het verhaal aan haar kinderen verteld. Haar zesjarige zoontje zei prompt: “Ik neem later ook drugs.” Maar haar dochter van negen had gehuild. “Jij en pappie mogen die pilletjes niet nemen, hoor”, had ze gezegd.

Omdat Riki zelf zonder moeder is opgegroeid, en ook omdat haar oudere zus als junkie was gestorven, besloot ze te stoppen met ecstasy.

Daarmee sloot ze een “te gekke” periode af die in een winternacht in 1991 was begonnen op een housefeest in het Asser Jeugdverkeerspark. Riki ging er samen met haar man Wilco naartoe. “Het enige wat ik van ecstasy wist was dat het geweldig moest zijn”, herinnert ze zich.

Een dealer verkocht haar twee 'salmiakjes' voor 25 gulden per stuk (vrij lichte ecstasypillen met 95 milligram werkzame stof). Riki: “Die pil klapte er goed in. Ik zweefde helemaal. Mijn man moest ervan kosten, maar ik werd er heerlijk rustig van, ging tegen iedereen aanzitten, beetje praten, beetje knuffelen. Zelfs de grootste klootzakken vond ik aardig.”

Een tijd van reizen brak aan.

Riki en Wilco trokken van feest naar feest, eerst alleen in de buurt, later ook in Duitsland. Van alles hebben ze geprobeerd, 'postzegeltjes' met Daffy Duck of de druïde uit Asterix en Obelix erop (LSD) en paddestoelen: zwammen en Mexicaanse kaalkopjes.

Op een feest in de Groninger Oosterpoort nam Riki drie verschillende ecstasy-pillen in twee uur tijd. “Ik deed alsof ik van een andere planeet kwam, begon raar te praten en te lopen. Aan Jan en alleman vertelde ik dingen die ik anders nooit vertel. Over de wiegedood van ons eerste kindje bijvoorbeeld. Ik bleef zitten met een katerig gevoel. 'Was dat nou nodig om dat rond te bazuinen?'.”

Op het Oosterpoort-feest zag Wilco ineens een jongen “achterover zeilen”. Hij had hem naar de EHBO gedragen. Riki stond erbij: de jongen zag asgrauw. “Toen hij bijkwam kroop-ie letterlijk tegen de muren omhoog. Je zag hem vechten tegen de dood. Ambulance erbij, hup, naar het ziekenhuis. Het ergste vond ik dat z'n ouders rustig lagen te slapen, en dus van niets wisten, terwijl hij daar bijna lag dood te gaan.”

Ruim een jaar geleden in een half voltooid complex van Van der Valk in Zuidbroek maakte Riki mee “dat er echt eentje doodging”. Een Groningse jongen had zelfmoord gepleegd met een overdosis; in een nagelaten briefje stond dat hij in het harnas wilde sterven, op de dansvloer tussen zijn vrienden. “Toch is het schrikken wanneer niet de ambulance maar de lijkauto komt voorrijden”, zegt Riki.

De dood van Jeanet Bruggink uit Smilde was een keerpunt. Op aandringen van een dorpscomité van bezorgde ouders wilde het CAD-Drenthe iets ondernemen.

Maar wat? “Het CAD in Haarlem houdt een pillenspreekuur”, zegt Wim van Dalen van het CAD. “Ze krijgen de hele scene over de vloer, inclusief de handelaren. Maar aan welke kant sta je dan als hulpverlener? Het gevaar bestaat dat je de dunne grens tussen gebruikers en dealers overschrijdt.” Dus koos Van Dalen voor het werven en trainen van (ex)gebruikers die zich in ecstasy-kringen moeten mengen. Het ministerie van Volksgezondheid werd gevraagd het project met twee ton te steunen.

Riki (“op house-party's noemen ze mij Mama-Riki”) is de eerste vooruitgeschoven pion van het CAD. Het is niet haar bedoeling om tegen de house-cultuur te strijden, integendeel: ze geniet intens van het dansfeest in de Frieslandhallen. “Het is tot in de puntjes georganiseerd: genoeg security, goede ventilatie, een tafel voor het testen van pillen, de EHBO stand by”, zegt ze. “Pas als je veel pillen achter elkaar inneemt wordt het link.”

Ze raakt aan de praat met een meisje in zwart fluweel dat juist een pil wil slikken, een 'gabbertonnetje'.

“Je hoeveelste is dat?” roept Riki in haar oor.

“M'n vijfde. Hoezo?”

“Je bent gek.”

“Nee, ik ben immuun voor vier, pas bij de vijfde voel ik wat.”

“Wat vinden je ouders daarvan?”

“Die houden niet van me”, zegt ze bits, en draait zich met een halve pirouette om.

Alleen bij de testtafel zijn de housers vatbaar voor advies, ze komen er om. Aan de lopende band worden er pillen aangeboden, zo'n honderd per uur. Het drie man sterke keuringsteam kijkt niet alleen naar het tabletje, maar ook naar de pupillen en de kaken van de gebruiker.

“Deze pil bevat zeven miligram 2CB - weet je wat dat is?” Een jongen in gaatjeshemd kijkt blanco terug, met pupillen zo groot als zijn irissen. “Dat is een tripmiddel, zoiets als een zeer lang werkend LSD. Als ik jou zo zie, zou ik een halve nemen.”

“Nee hoor, ze zijn juist heel lekker. Ik heb er al drie op.”

“Dus jou zie ik straks bij de EHBO?”

“Ik kan wel wat hebben, hoor”

- en weg is het gaatjeshemd.

Van de 9.000 bezoekers 'flippen' er zo'n 150. Zij belanden in de EHBO-ruimte van beton en TL-licht. Ziekenauto's hoeven er vannacht niet uit te rukken. Verpleger Jan Krul legt een paardedeken om de schouders van Eildert, die nog altijd met zijn kaak trekt.

Riki kent ze, de alles-slikkers die acht pillen per nacht “achterover kiepen”. Ze weet hoe kaakkramp voelt, en wat het is om je wangen van binnen kapot te bijten. “Maar je kunt nóg zo waarschuwen, wie op zoek is naar een kick luistert toch niet”, concludeert ze. Bleke Tanja kauwt stug door op haar kapotte duim.

    • Frank Westerman