Sterke Spaanse vrouwen

Julia Alvarez: Hoe de meisjes García hun accent kwijtraakten (How The García Girls Lost Their Accents). Vert. Tom van Beek. Uitg. Luitingh-Sijthoff, 255 blz. ƒ 34,90.

In de tijd van de vlinders (In the Time of the Butterflies). Vert. Lon Falger. Uitg. Luitingh-Sijthoff, 365 blz. ƒ 34,90.

Als de voorspellingen niet bedriegen, zal binnen enkele decennia bijna een kwart van de bevolking van de Verenigde Staten een Spaanstalige achtergrond hebben. Zoiets gaat in de literatuur niet onopgemerkt voorbij. Spaans-Amerikaanse auteurs als Oscar Hijuelos of Sandra Cisneros schrijven weliswaar in het Engels, maar hun wereld heeft onmiskenbare wortels in de Zuid- en Middenamerikaanse realiteit, die in hun boeken meestal hard op de zeden en gewoonten van het immigratieland botst.

Rondom dat conflict draait ook de nu vertaalde roman Hoe de meisjes García hun accent kwijtraakten (1991) van Julia Alvarez, een van de meest succesvolle Spaans-Amerikaanse schrijvers van dit moment.

Het is het verhaal van vier zusjes die met hun ouders vluchten uit de door generaal Trujillo bestierde Dominicaanse Republiek en in de Verenigde Staten niet alleen een nieuw moederland maar ook een nieuwe way of life omhelzen. Ze worden moderne, zelfbewuste vrouwen - niet altijd tot genoegen van hun achtergebleven familie.

Hoewel het boek is voorzien van de obligate waarschuwing dat alles wat erin verteld wordt verzonnen is, loopt het in grote lijnen parallel aan Alvarez' eigen leven. Ook zij kende de spanningen tussen beide culturen en ook zij zal zich ontwikkeld hebben tot de moderne, zelfbewuste vrouw van wie dit boek de lof bezingt.

Die lofzang heeft ongetwijfeld bijgedragen tot het succes ervan, zoals dat ook het geval was met Alvarez' drie jaar later geschreven roman In de tijd van de vlinders, waarvan de vorig jaar verschenen Nederlandse vertaling inmiddels is herdrukt. Daarin stonden wederom vier zussen centraal: de zusjes Mirabal die tegen Trujillo in verzet kwamen en van wie er drie in een hinderlaag werden vermoord. Rondom hen weefde Alvarez, zonder naar historische authenticiteit te streven, een heldensage van sterke vrouwen die zich aan seksisme en onderdrukking trachtten te ontworstelen.

Alvarez weet welke boodschap ze wil uitdragen en doet dat zonder veel complicaties of nuances. Literair is dat een zwakte, maar commerciëel ongetwijfeld een kracht. Haar heldinnen mogen dan omgeven zijn door een geur van heiligheid, de morele rechtschapenheid die zij uitstralen raakt een diepe snaar. Dieper in ieder geval dan de rauwe en slonzige vrouwen van Sandra Cisneros, wier krachtige verhalenbundel Beek van de brullende vrouw in Nederland roemloes in de ramsj eindigde.

Alvarez' romans zijn niet geschreven om stilistisch te verrassen of literair te imponeren. Ze weerspiegelen de problemen die haar lezerspubliek bezighouden, met net voldoende exotisme om aan het alledaagse te ontsnappen. Daarmee staat zij in een lange traditie van burgerlijke literatuur waarin het niet om literaire waarde maar om morele stichting gaat. Dat genre telt maar weinig blijvertjes.