Slordig leven

De road novel is een type boek dat in Nederland nauwelijks geschreven wordt, misschien omdat bij een stevige druk op het gaspedaal de landsgrenzen al worden overschreden. Typerend is de tegenstelling tussen enerzijds de onmetelijke ruimte van de wegen anderzijds de benauwende, onontkoombare betrokkenheid op elkaar: 'Het leek wel of er niet genoeg lucht was om in te ademen.' Reizen moet in de roman Verdwenen van Mary McGarry Morris, en het noodlot reist mee. Rubriek over boeken die ten onrechte in de ramsj zijn geraakt.

Mary McGarry Morris, Verdwenen, Uitg. Bert Bakker, Modern Antiquariaat Van Gennep, ƒ 9,90

Op een hete zomerdag is Aubrey Wallace, de hoofdfiguur in Mary McGarry Morris' Verdwenen, met een aantal collega's een weg aan het asfalteren. Ze nemen hem niet serieus, pesten hem. Wallace is in de veertig, maar van een afstand lijkt hij wel een kind. Zijn vrouw ziet hem als een open boek, op die verwarring na dan over dingen die hij niet kent of niet kan begrijpen. 'Hij is nooit verder geweest dan deze berghelling. Niet omdat hij niet wil, maar het is domweg nooit in hem opgekomen om weg te gaan'.

Maar dat verandert als tijdens zijn lunchpauze - de andere mannen zijn naar een café en hij blijft alleen achter - een meisje langskomt, een vreemd meisje van wie gesuggereerd wordt dat ze iets te maken heeft met een moord die in de buurt is gepleegd. Ze gaat er vandoor in de auto van de wegwerkers, met Wallace verstijfd van angst naast zich. Wat moet hij zeggen tegen zijn vrouw die na een ruzie haar man op de bank in de kamer en de hond op zijn plaats in het echtelijke bed laat slapen? Wie zal ooit geloven dat een volwassen man door een kind van veertien, vijftien of zestien kan worden gestolen? Ze heeft hem in het afgelopen uur drie verschillende leeftijden verteld en evenveel namen. Uiteindelijk kiest ze voor 'Dotty.'

Na een uur is het moeilijk om terug te komen, na een dag nog moeilijker, en het wordt onmogelijk als Dotty in een opwelling een klein kind ontvoert. Wallace is radeloos, omdat hij nu twee verhalen moet verzinnen, over zijn eigen ontvoering en over die van het kind. Hij kan niet meer goed denken. Dotty maakt hem zo bang. 'Het is gemakkelijker om gewoon te gaan waarheen ze hem zegt te gaan, af te slaan als ze dat zegt, en te doen wat zij wil.'

Dit is het begin van een wilde tocht door de Verenigde Staten, gemarkeerd door kleine diefstalletjes, goedkope, ranzige huurkamers, kermissen en vlooienmarkten waarop ze gestolen spullen verkopen. Ze houden het meisje, dat ze Canny noemen, bij zich, en die weet niet beter of Wallace en Dotty zijn haar vader en moeder. Ondertussen blijft Dotty de zwakbegaafde Wallace vernederen door haar goedkoop hoerig gedrag, maar ook door hem steeds te bespotten. 'Huilde ik veel?' vroeg Canny. Dotty lachte. 'Alleen als je naar papa keek.'

Uiteindelijk belanden ze in een krot naast het huis van de ex-gedetineerde Jiggy Huller, diens morsige vrouw Alma en zijn twee krengen van kinderen Kelly en Krystal, enkele kilometers van de plaats waar ze ooit Canny hebben gekidnapt. Dan komt dit epos van slordig leven pas echt van de grond. Dotty begint een soort verhouding met de gewelddadige Jiggy, die het overigens ook met zijn schoonzusje aanlegt. Er wordt af en toe mateloos gedronken en er worden pillen geslikt. Jiggy komt achter het geheim van Canny; hij weet dat er een beloning is uitgeloofd voor degene die het meisje terugbrengt.

Wallace wil weg van de door Jiggy gedomineerde hel, maar hij is onmachtig om zijn eigen leven te sturen. Hij blijft afhankelijk van Dotty. Dan is het al lang duidelijk dat Wallace onstuitbaar het fatale einde tegemoet gaat, dat zich al aankondigde toen Dotty vijf jaar eerder langs de weg een hapje van zijn sandwich kwam vragen.

In de filmwereld is road movie een begrip. Er zijn ook road novels. Het is een type boek dat in Nederland nauwelijks geschreven wordt, misschien omdat bij een stevige druk op het gaspedaal de landsgrenzen al worden overschreden. Een barre reis vol emotie en gevaar over de Utrechtse Heuvelrug of in de Flevopolder tart immers niet direct de verbeelding.

Verdwenen heeft een aantal klassieke kenmerken van de 'road novel', zoals de onmogelijke zoektocht naar het geluk en naar de bevrijding, die nooit bereikt zullen worden omdat het noodlot meereist. Op een gegeven moment vraagt iemand aan Wallace waar hij vandaan komt. 'Overal,' luidt het antwoord. 'Nergens' had hij ook kunnen zeggen. Typerend is de tegenstelling tussen enerzijds de onmetelijke ruimte van de wegen en het landschap waar ze doorheen trekken en anderzijds de benauwende, onontkoombare betrokkenheid op elkaar: 'Het leek wel of er niet genoeg lucht was om in te ademen,' denkt Wallace, 'Dotty verbruikte alles.' Maar reizen moet; het gaat bijna vanzelf, zelfs voor de vroeger zo honkvaste Wallace. 'Zijn voet raakte het gaspedaal nauwelijks aan en toch vloog de auto verder.'

Verdwenen, dat goed past in de traditie van het dirty realism, was McGarry Morris' eerste boek. Volgens een Amerikaanse recensent is de schrijfster erin geslaagd om een stem te geven aan de invisible, inarticulate underclass, en ik kan hem daar alleen maar gelijk in geven. Het boek is spannend tot de laatste bladzijde, het verhaal schuurt en schrijnt, de tekening van de onderklasse is onthutsend, en de mensen die erin voorkomen zijn ontroerend. McGarry Morris heeft kennelijk een zwak voor zwakbegaafden, want de hoofdfiguur in haar tweede boek, Een gevaarlijke vrouw (ook in de ramsj verkrijgbaar), lijkt soms het zusje van Aubrey Wallace: ook wereldvreemd en een laag IQ.

Het knappe van Verdwenen is met name de subtiele tekening van Dotty en Wallace in hun emotionele labiliteit. Dotty als de half hysterische, losgeslagen jonge vrouw: 'Hoe gekker het leven werd, hoe meer Dotty ervan genoot. Ze gedijde op chaos en verwarring.' Maar tegelijk verkent ze voortdurend de route die onvermijdelijk naar de ondergang leidt. Wallace is ontroerend in zijn kinderlijkheid en in zijn onvoorwaardelijke liefde voor Canny.

Niet alleen als road novel, maar ook in andere opzichten is Verdwenen een soort roman die in Nederland helaas niet geschreven en meestal ook weinig gewaardeerd wordt. Hier zijn de hoofdrollen over het algemeen weggelegd voor advocaten, galeriehoudsters, cellisten en academici, kortom mensen van correcte intellectuele en culturele komaf, die ook op voorhand een belangwekkend gedachtenleven lijken te hebben. Om figuren als Wallace en Dotty levensecht en vooral interessant te maken, dat is pas een krachtproef. Voor die krachtproef is McGarry Morris met glans geslaagd.