Ronald Ophuis

De Praktijk, Lauriersgracht 96, Amsterdam. T/m 19 mei. Wo t/m za 13-18u. Prijzen van 2000 tot 9500 gulden.

Z'n spuug vliegt uit z'n mond, zo boos is hij. “Kutten zijn jullie, allemaal vieze natte kutten! Jullie bedriegen mij, jullie bedriegen m'n vrienden. Het enige wat jullie willen zijn lullen om te neuken. Jullie zijn vies en vuil en maken mannen jaloers. Jullie moeten dood, allemaal dood!” De man is ingestapt in de Bijlmermeer en meteen gaan schreeuwen. Door z'n reflecterende zonnebrilglazen valt geen oog te zien. Z'n hand schiet van vrouw naar vrouw en priemt. “Jij en jij, en ook jij daar in dat hoekje. Kijk maar niet zo strak voor je uit. Jullie zijn allemaal schuldig en ik ga jullie dood-, dood-, doodmaken!! Dan is er eindelijk gerechtigheid.”

Het is een voorval heel kort geleden, toen het openbaar vervoer in Amsterdam staakte. Het is een voorval waar beeldend kunstenaar Ronald Ophuis (28) een schilderij van zou kunnen maken. Alle ingrediënten die hij normaal in zijn werk gebruikt waren voorhanden: een benauwde ruimte, angstige mensen bedreigd door geweld. Alleen gaat Ophuis verder. Hij schildert niet alleen de dreiging, maar ook het daadwerkelijke geweld, in al z'n gruwelijke gedetailleerdheid. Zoals een verkrachting met colafles van één jongen door vier andere. Of het moment na een executie, als het slachtoffer af is gemaakt in een wc-hokje en het voor de beulen tijd voor vertier is. Leuk, ze gaan een potje voetballen en koppen een bal over die net zo bloedrood is als de rug van het slachtoffer dat ze net hebben gemaakt.

Het eerste schilderij is autobiografisch, zegt Ophuis, voor het tweede liet hij zich inspireren door de tentoonstelling van World Press Photo. Hij 'citeert' echter geen beelden van anderen, hij monteert geen verschillende fragmenten aan elkaar, gebruikt geen dia-apparaat, geen projectiescherm. In de gewelddadige schilderijen van Ophuis is geen spoortje parodie of ironie te vinden. Ophuis werkt met levende modellen die hij laat aantreden in zijn atelier. Aan zijn monumentale doeken is hij gemiddeld zo'n vier maanden bezig.

Voor effectbejag zou je Ophuis' werk kunnen verslijten, als je snel kijkt en dan je blik met afschuw weer afwendt. Het meest schokkende van de zes doeken die Ophuis nu in De Praktijk tentoonstelt, Sweet Violence. In iets dat op een gymzaal lijkt, worden twee kinderen door volwassenen verkracht. Ook hier zijn het weer de details die voor de afschuwelijke werking zorgen: een roodgebiesd onderbroekje dat op de vloer ligt, de bebloede genitaliën van het meisje, een pakje Tempo-zakdoeken binnen handbereik van een man die z'n broek omlaagtrekt.

Maar wie zich dwingt om te kijken, raakt gefascineerd. Het is niet alleen de handeling die de aandacht trekt, maar ook de merkwaardige compositie met de hellende vloer en de perspectivisch 'verkeerd' geplaatste figuren in de ruimte. Het is het verfgebruik - op sommige plaatsen dik, pasteus, op andere plaatsen dun uitgesmeerd, met engelengeduld op het doek gekrabt en geschuurd - en het groezelige palet dat het barbaarse tafereel aanvult en versterkt.

Ophuis schildert geen sensationele plaatjes umsonst. Zelf zegt hij: “Het was gruwelijk iemand te kruisigen. Maar waarom werden er dan zoveel Kruisigingen geschilderd?” Om het gevoel dat een kruisiging van Grünewald of een oorlogsschilderij van Goya oproept, is het deze jonge kunstenaar te doen. En daar slaagt hij wonderwel in.

    • Lucette ter Borg