'Publiek wil nu eens geen Italiaanse winnaar'

Op de fiets was hij een waterdrager, in het bedrijfsleven kreeg hij de schaapjes op het droge, als directeur van de Amstel Goldrace heeft Leo van Vliet (40) een nieuwe uitdaging. “Vorig jaar was een leerjaar, dit jaar is een ontdekkingsreis.”

MAASTRICHT, 26 APRIL. De wedstrijdleider is weer op adem als hij met gespeelde trots een foto in een Limburgs dagblad aanwijst. Leo van Vliet op de fiets, duidelijk geposeerd, maar ook met een dieperliggende achtergrond. Hij heeft de vorige dag zestig kilometer van het wedstrijdparcours verkend. Afchecken noemt hij zijn bezigheden in de laatste week. De puntjes op de i zetten. “Een paar jaar geleden vielen een hoop kanshebbers weg door een lekke band, precies op het moment dat de koers openbrak. In Parijs-Roubaix hoort dat er allemaal bij, maar in de Amstel Goldrace mag zoiets niet gebeuren.”

Van Vliet stopte in 1986 met de wedstrijdsport. Jan Raas heeft hem nog wel eens benaderd voor een baan als ploegleider, maar de workaholic uit Naaldwijk wilde niet alle dagen van huis zijn. “Ik ben altijd van plan geweest in de wielrennerij terug te keren. Alleen moest ik eerst de zakelijke beslommeringen afhandelen. Nu past het perfect. Ik heb de tijd en de gelegenheid om te doen en te laten wat ik zelf wil.”

Als opvolger van de bijna legendarische Herman Krott, die de enige Nederlandse wielerklassieker gedurende dertig jaar heeft georganiseerd, draagt Leo van Vliet morgen voor het eerst de eindverantwoording in de Goldrace. Hij heeft zijn voorganger slechts sporadisch om advies gevraagd. Van Vliet noemt zichzelf een type dat de dingen liever in zijn eentje uitzoekt.

“Vorig jaar was een leerjaar, een introductiejaar. Dit jaar is het meer een ontdekkingsreis. Je let op heel andere dingen, hoe een auto in beeld komt, waar de motoren rijden. Het buffet, de hekken, de start: als wielrenner of journalist sta je er niet bij stil, als organisator zijn het heel belangrijke zaken. Ik ben de aangesproken figuur bij eventuele wanordelijkheden. Ik word uitgescholden als het wegdek niet goed is geasfalteerd.

“De basis van de wedstrijd is onveranderd, het blijft een parcours voor krachtpatsers. Maar ik zou deze klus niet hebben aanvaard, als ik niet enige veranderingen zou willen doorvoeren. Zo heb ik die eerste lus bij de Pietersberg veranderd. Nu komt het peloton twee keer over de finish, dat maakt het een stuk aantrekkelijker voor het publiek. Wat moet je anders om twaalf uur, als de eerste renners pas om half vijf voorbij fietsen? Verder hebben we dit jaar een groot videoscherm bij de finish. Vanaf twee uur kan iedereen de koers volgen.”

“Je moet wel voorzichtig te werk gaan als je het parcours gaat veranderen. Een kleine omlegging heeft veel consequenties voor de betreffende gemeentes. Nieuwe vergunningen, noem maar op. Wij werken noodgedwongen met signaleurs, dat zijn leden van een wielerclub die vrijwillig gaan posten. Vroeger stond op elke hoek van de straat een politieagent, daar is tegenwoordig geen geld meer voor.

Zijn commerciële talenten ontplooide Van Vliet bij het familiebedrijf dat hij samen met vijf broers zag uitgroeien tot een zeer winstgevende onderneming. “Wij hadden een containerbedrijf en waren heel vooruitstrevend op het gebied van recycling. Wij hebben scherp gereageerd op het milieuvraagstuk. Drie jaar geleden konden we de hele handel voor een aardig prijsje van de hand doen. Nu ben ik vrij om mijn tijd zelf in te vullen. Maar slapen doe ik weinig, daarvoor ben ik te veel zakenman. Slapen kost geld.”

Als coureur reed Van Vliet jarenlang in dienst van zijn kopman Raas, die in het Limburgse heuvelland bijna niet te kloppen was. De knecht knapte het vuile werk op.

Een keer werd hij opzettelijk in de berm gereden door Peter Post, die de bende van Kwantum als verraders beschouwde. Onder leiding van Raas hadden veel renners de door Post geleide Panasonic-ploeg verlaten. Ruim een decennium later zijn de scheve verhoudingen rechtgetrokken. “Post was keihard, dus dat botste nog wel eens. Later heb ik gemerkt dat de baas van een bedrijf inderdaad keihard moet zijn. Zonder zijn mentaliteit zouden wij nooit zo veel hebben gewonnen.”

Van Vliet beleefde zijn sportieve hoogtepunt in 1983, toen hij de Belgische waaierklassieker Gent-Wevelgem op zijn naam schreef. Huilend van blijdschap ging hij over de streep. “Ze zeggen wel eens dat ik meer uit mijn carrière had kunnen halen. Misschien dat die uitvalsbasis belemmerend heeft gewerkt. In de wintermaanden zat ik om zes uur 's morgens in de vrachtwagen. Trainen kwam later pas. Zelf heb ik het werk altijd als een prettige afleiding gezien. Het gaf rust in de tent. Ik ken oud-renners die nog steeds geen baan hebben.”

Sinds de Goldrace is opgenomen in de wereldbekercyclus, hoeft de koersdirecteur minder nadrukkelijk te lobbyen. Krott onderhandelde langdurig en veelvuldig om de gevestige namen aan de start te krijgen. Voor Van Vliet verloopt de inschrijvingstermijn minder hectisch.

Begin januari stuurde hij 25 ploegen een uitnodiging. Begin april moest het deelnemersveld bekend zijn.

Door het lucratieve puntenstelsel zijn veel coureurs geneigd de Goldrace in hun programma op te nemen. Met dank aan Hein Verbruggen, de Nederlandse voorzitter van de mondiale wielrenunie (UCI). Hij is verantwoordelijk voor de nieuwe programmering.

“Toch kunnen sommige zaken nog veel beter worden geregeld. De tien wereldbekerwedstrijden zouden beter op elkaar moeten worden afgestemd. Elke koers heeft zijn eigen tv-contract, dat is toch waanzin. Stel je voor dat de Champions League voor elke voetbalwedstrijd een apart contract afsluit. Onmogelijk! Bij veel mensen overheerst het denken op korte termijn. Daaruit kun je aflezen dat de wielersport commercieel nog in de kinderschoenen staat.”

Van Vliet vertelt over de vergane glorie, over de tijd dat geld nog een drijfveer was om al dan niet aan de start te verschijnen. “Tegenwoordig verdienen die gasten zó veel, daar kun je als directeur geen invloed meer op uitoefenen. Ze rijden hier voor de punten of als voorbereiding op andere wedstrijden. Ik ben blij als ik voor de start Indurain tegen het lijf loop, dan weet ik tenminste zeker dat hij meerijdt. Persoonlijk had ik nog liever Jalabert gezien, die zou voor de overwinning hebben gereden.”

Herman Krott verheugde zich de laatste jaren tevergeefs op de eerste Italiaanse triomfator in de Goldrace. Voor Leo van Vliet is de nationaliteit van de winnaar van ondergeschikt belang. “Stel dat ik nu ga hopen op een Nederlandse zege, dan moet ik daar zeker ook dertig jaar op wachten? Ik ben gebaat bij een mooie koers, met een verdiende winnaar. Ik denk trouwens dat de doorsnee toeschouwer liever geen Italiaanse winnaar heeft. De mensen weten zo langzamerhand het verschil niet meer tussen Stromboli en Garibaldi of hoe die Italiaanse renners ook mogen heten.”

    • Jaap Bloembergen