Overspel op toneel in paleis Soestdijk

AMSTERDAM, 26 APRIL. In de nalatenschap van Annie M.G. Schmidt is de tekst ontdekt van een toneelstukje dat in 1958 op initiatief van koningin Juliana op paleis Soestdijk is opgevoerd - een voorstelling waarin de vorstin zelf een bijrol als 'correcte secretaresse' voor haar rekening nam. In de eenakter, Vrouwen om Dr. Deninga, draait het om overspel.

Toneel Theatraal, jaargang 117, nr 4, ƒ 7,50.

De eenakter werd geschreven op verzoek van de toenmalige koningin, die op Soestdijk een toneelclubje had met hofdames en voormalige studievriendinnen. Het stuk is alleen in die besloten kring opgevoerd. De tekst verschijnt morgen als speciale pocket-uitgave van het maandblad Toneel Thetraal en omvat vijf vrouwenrollen.

De arts uit de titel, die zelf niet ten tonele verschijnt, blijkt een verhouding te hebben waar zijn vrouw niets van weet. Als dat 's mans moeder ter ore komt, speldt zij zijn minnares op de mouw dat haar zoon kleptomaan is en dat hij ook de armband die zij van hem heeft gekregen, heeft gestolen. Hoewel de minnares daarop de verhouding verbreekt, heeft het verzinsel een ongewenst neveneffect: de dokter kan zijn huwelijk alleen nog redden door net te doen alsof hij inderdaad kleptomaan is.

Voor zover bekend, speelde koningin Juliana zelf de kleine rol van de redderende en gehoorzame juffrouw Wies, omschreven als “een correcte secretaresse” die de dokter zeer is toegewijd en erg in de war is geraakt van diens buitenechtelijke escapades (“het gaat mij allemaal niets aan, maar ik vind het zo vreselijk, ik heb het al die tijd alleen moeten verwerken, al die tijd...”).

Ze is zelfs bereid de situatie te redden door achterin de tuin bij de coniferen met een kruiwagen vol onkruid heen en weer te sjouwen. Het gevolg is dat zij even later terugkeert “met vegen over haar gezicht en slordig haar, roetzwart”.

Vrouwen om Dr. Deninga is een met verve geschreven komedie, waarin de running gag wordt gevormd door de vraag hoeveel calorieën er in een plakje cake zitten. In haar dialogen maakt de schrijfster duidelijk dat overspel in alle kringen kan voorkomen: “Schei toch uit over kringen. Net of dat er iets mee te maken heeft.” Ook wekt ze begrip voor de succesvolle arts die ingaat op de avances van een andere vrouw.

Pag.10: De vrouwen om Dr. Deninga

“Hij kan niet genoeg krijgen van eerbetoon, niet genoeg van vleierij, hij is een streber”, zegt een der personnages vergoelijkend over de overspelige arts. “Hij wil bewonderd worden, mensen moeten naar hem luisteren, en ik vrees dat Jop (zijn vrouw) dat te weinig heeft gedaan. Hij wil uitgaan, hij wil naar parties, hij wil altijd mensen zien, en Jop wil in een vuile trui thuis bij de konijnen blijven. Bij haar kan hij niet schitteren.”

Zelf zei Annie Schmidt in een interview, twintig jaar na dato, dat ze de opdracht had gekregen een stuk met louter vrouwenrollen te schrijven, omdat het toneelclubje alleen uit vrouwen bestond en daardoor nogal beperkt was in het kiezen van repertoire. “Het werd een beetje een conventioneel stuk, want ik was bang iets controversieels te maken. Toen ik eraan bezig was, dacht ik steeds: ik kan nu, als ik wil, koningin Juliana met een touwladder uit het raam laten komen - en daar moest ik enorm om lachen: 't idee dat ik haar van alles kon laten doen. Maar ik heb 't niet te bont gemaakt, ik heb haar alleen met vuile handen in de tuin laten werken.”

De journalist Max Arian, die de nooit gepubliceerde tekst heeft gevonden, verwerpt de gedachte dat Annie Schmidt het thema van de buitenechtelijke relatie met opzet zou hebben gekozen om te verwijzen naar de geruchten die toen al over de levenswandel van de koninklijke gemaal, prins Bernhard, de ronde deden. “Maar misschien heeft Juliana het gespeeld zoals in Shakespeare's Hamlet de toneelspelers op Hamlets verzoek 'De moord van Gonzago' spelen: als een parabel voor en waarschuwing tegen wat er ook in werkelijkheid aan het hof gebeurde.”

Niet bekend

Ook het oudste toneelstuk van Annie Schmidt is intussen boven water: de eenakter Als vrouwen staken, die op 11 maart 1953 in het hoofdstedelijke Minerva-paviljoen werd gespeeld door leden van de afdeling Amsterdam van de Vereniging voor Vrouwenbelangen, Vrouwenarbeid en gelijk Staatsburgerschap. “Het is echt vormingstoneel,” aldus Max Arian, met “veel te nadrukkelijke lesjes, eindeloze scènes met vergaderingen en onderhandelingen en een werkster die vief zegt dat zij met bakstenen gaat gooien.” De boodschap wordt aan het slot expliciet uitgesproken, uitgerekend door een man: “Het ligt in jullie eigen hand. Stel je teweer. Werk ervoor. Krijg meer benul van de maatschappij. Van de politiek. Vecht mee in de opperste regionen, ga in de regering zitten. Doe mee.”

Arian pleit ervoor de vier nooit gepubliceerde teksten samen met de vier bekende toneelstukken (En ik dan?, Er valt een traan op de tompoes, Los Zand en We hebben samen een paard) te bundelen.