Liever een goede regisseur dan een goede dirigent; Sopraan Miranda van Kralingen over twee Donna Anna's

Werd Don Giovanni door Donna Anna de kamer binnengelokt, of is zij door hem aangerand? Op zulke vragen zoekt sopraan Miranda van Kralingen, die de rol van Donna Anna zingt bij Opera Zuid, een antwoord. “Zingen is belangrijk, maar met lof voor acteren ben ik altijd het gelukkigst. Het gaat in opera om de rol, de uitbeelding van het hele personage.”

Don Giovanni door Opera Zuid en Limburgs Symphonie Orkest o.l.v. Marco Zambelli: 27/4 Theater aan het Vrijthof, Maastricht. Tournee t/m 25/5.

Geen opera met een flitsender begin dan Don Giovanni. Leporello staat buiten in het donker te mopperen op zijn baas Don Giovanni, die binnenshuis de liefde wil bedrijven met Donna Anna. Dan klinkt gekrijs: Donna Anna schreeuwt dat ze Don Giovanni niet laat ontsnappen. Haar vader komt te hulp. Hij wordt neergesabeld en sterft. Nog geen vijf minuten na de ouverture ligt daar al een lijk, terwijl in Mozarts tijd in opera's nooit een dode viel.

De rest van Don Giovanni (1787) gaat over de nasleep van deze moord op de commendatore, de vader van Donna Anna.

De sopraan Miranda van Kralingen is Donna Anna in de nieuwe voorstelling van Don Giovanni die morgen bij Opera Zuid in première gaat. Donna Anna is een personage waarover Van Kralingen kan meepraten, want ze vertolkte deze rol de afgelopen maanden ook in de opera van Oldenburg.

Die Duitse Don Giovanni werd geregisseerd door Brigitte Fassbaender, de beroemde zangeres die inmiddels afscheid heeft genomen van het podium. Bij Opera Zuid wordt Don Giovanni geregisseerd door artistiek leider Aidan Lang.

Miranda van Kralingen is een sopraan met een enorme theatrale uitstraling op het podium, ook als ze niet zingt. Bij de Nederlandse Opera had ze in La Traviata (1993) een kleine rol als Flora Bervoix. Maar zolang ze in het zicht was, keek ik naar haar en niet naar de vertolkster van titelrol. Als reden daarvoor oppert ze zelf haar prachtige gele jurk. Ook voor de mini-rol van Kate Pinkerton in Madama Butterfly werd Van Kralingen in Amsterdam vooral gecast op uiterlijk en présence. “Ze wilden iemand die groot en blond was en Amerikaans leek.” Inmiddels zingt Van Kralingen in ons land en in Duitsland de belangrijkste rollen: Mimi in La bohème, de gravin in Le nozze di Figaro, de Marschallin in Der Rosenkavalier.

Slaapkamer

De vraag bij elke opvoering van Don Giovanni is: wat gebeurde er precies vóór de opera begon? Waarom is Don Giovanni de slaapkamer van Donna Anna binnengedrongen? Hoe goed kenden ze elkaar, wat is er voordien tussen hen voorgevallen? En waarom is Donna Anna de hele opera zó furieus wraakzuchtig, terwijl haar verloofde Ottavio veel kalmer blijft? Komt dat alleen door haar aangetaste eer en de dood van haar vader, of steekt er meer achter?

Van Kralingen: “Zowel in Oldenburg als in Maastricht werd Don Giovanni niet door Donna Anna binnengelokt, ze is wel degelijk door hem aangerand. In Oldenburg ben ik helemaal niet van hem gediend. Hier ligt dat wat anders: ik ga aanvankelijk duidelijk over mijn eigen grens, waar ik meteen ook heel erg van schrik. Daardoor komt van alles, dat eerst netjes was verstopt achter die hoge jurk, aan het licht.

“Die twee Donna Anna's zijn heel verschillend. Dat heeft, behalve met de regisseur, te maken met de zangers om je heen. Je kunt zelf wel je rol uitbeelden, maar je hebt ook de reactie daarop van collega's nodig.

“In Oldenburg leven de personages in een decor van stalen wanden langs elkaar heen. Hier in Maastricht wordt intenser met elkaar geleefd. Dit is dramatischer, ronder, met extremere hoogte- en dieptepunten. Daar is het vierkanter. De Duitse Anna wil aan het slot van de opera af van haar verloofde Ottavio, met hem heeft ze niks meer te maken. Zonder haar vader ziet ze geen toekomst meer, haar hele katholieke jeugd wordt overboord gegooid. Ze neemt haar lot in eigen hand en staat daar in het slotbeeld met een pistool, waarmee ze Don Giovanni wilde vermoorden. Als ze hoort dat hij dood is wekt ze de indruk dat ze, als het doek is gevallen, zelfmoord gaat plegen.

“Hier bij Opera Zuid blijft tussen Donna Anna en Ottavio een connectie bestaan. Wel doemt aan het eind de gedachte op dat ze niet een nieuwe vaderfiguur zoekt, maar een echte man, een echtgenoot. En de vraag is of Ottavio dat wel kan zijn. De Duitse Anna is de enige vrouw die Giovanni niet kon krijgen. Hoe het met de Nederlandse Anna afloopt mag ik eigenlijk niet verraden. Maar het komt neer op een langzamer wakker worden van het personage. Donna Anna realiseert zich dat ze geen genoegen meer kan nemen met het leven dat ze heeft geleid en met dit gearrangeerde huwelijk met Ottavio. Beide opvattingen kunnen kloppen, mits het goed wordt gebracht.

“Je kunt ook een slot maken dat zegt dat we wachten op Don Giovanni Part II, op Don Giovanni Strikes Again, op Son of Don Giovanni of op Don Giovanni, the Ultimate Revenge. Met regie kun je het verhaal manipuleren, de karakters op een andere manier uitdiepen. Aan de tekst zit je wel vast, maar in Oldenburg wordt ook veel tegen de tekst in geacteerd. Als je daarvan houdt, kun je allerlei keuzes maken, mits je ze consequent doorvoert. En dat hangt af van de regisseur.”

Anders dan veel zangers heeft Van Kralingen geen hekel aan regisseurs. “Ik heb juist een hekel aan die zangers, die alleen maar zeggen: 'zó kan ik niet zingen, zó kan ik niet staan'. Ik kan niet tegen grote ego's die in een voorstelling het gezamenlijke in de weg staan.”

Tuinman

De operacarrière van Van Kralingen kende had een moeizaam begin. “Mijn eerste rol was de gravin in Le nozze di Figaro als gast in een Amsterdamse Conservatoriumvoorstelling in 1989. Dat was opera op de manier waarop ik juist geen opera wilde doen: doe een stapje naar links, anders zie je de tuinman niet. Sinds ik toneel zag, heb ik niet begrepen waarom opera's er zó uitzagen. Het klopte niet, het was niet consequent, je zag dat iemand op een bepaalde plaats stond alleen maar omdat dat handig was voor iets anders.”

Van Kralingen zong daarna liever liederen en concertrepertoire, zoals Strauss' Vier letzte Lieder. Een door Stefan Mettin geregisseerde produktie in Braunschweig van Le nozze di Figaro, waarin Van Kralingen opnieuw optrad als gravin, overtuigde haar echter van de serieuze theatrale mogelijkheden van opera. Eerder dit seizoen vertolkte ze die rol van gravin ook met veel succes bij de Nationale Reisopera, waar ze in het komende seizoen zingt in Verdi's Don Carlos, geregisseerd door toneelmaker Hans Croiset.

De operacarrière van Van Kralingen speelt zich voornamelijk af in Duitsland. In Oldenburg, waar Mettin nu intendant is, zong ze de rol van de Marschallin in Strauss' Der Rosenkavalier en daar gaat ze ook de titelrol in Strauss' Arabella vertolken. Na een auditie bij de Komische Oper in Berlijn bood de artistiek leider en regisseur Harry Kupfer haar vier hoofdrollen aan: in Rimski-Korsakovs De legende van de onzichtbare stad Kitezj, in Rusalka van Dvorák en in Mozarts Le nozze di Figaro en Don Giovanni: alweer Donna Anna.

Investigatrix

Internationale furore maakte Van Kralingen in Amsterdam met haar uitdagende sexy optreden in de 'filmopera' Rosa (1994) van Louis Andriessen en Peter Greenaway. “Rosa was een leuke voorstelling omdat iedereen mij toch beschouwde als een stijve trut: saai en groot. Ik had in Rosa een aantal rollen: The First Singer, Madame De Vries, The Texan Whore en - de belangrijkste - The Investigatrix, die uitzoekt hoe Rosa is vermoord.

“Ik kon mezelf op die rollen projecteren, Ik moest ook wel, want Greenaway deed bijna niets. 'Ja, je staat daar en je bent sterk'. Bij Kupfer doen we heel lang over twee minuten, maar dan weet ik wel hoe het zit. Dan worden woord, gebaar en emotie één, een organisch geheel. Ik mag een groot huis zijn met allerlei luikjes, deuren, ramen en achter alles een gevoel, een emotie, een houding - maar als regisseur moet je wel op het ruitje kloppen.

“Ik wil niet horen: 'jij ziet er altijd geweldig uit'. Driekwart is schmink, ik wil met die uiterlijkheid wat doen. Als Greenaway dan zegt 'eh, eh, you know, you know', dan denk ik: ik weet niks. Dat noemen ze bij toneel 'conclusieregie': doe maar wat - oh ja, goed, dát houden we erin. Maar ik wil weten wat, waarom, waarheen, waarvoor? In Rosa verzon ik een verhaal om mezelf een persoonlijkheid te geven. Heb ik een historie? Ben ik getrouwd geweest?

“Voor mij heeft alles wat ik zie indirect met mijn vak te maken. Van een film met Anthony Hopkins en Emma Thompson kun je iets geweldigs leren voor je eigen werk: dát gebaar voor díe emotie. Ik ga veel naar toneel: theater zonder muziek, alleen maar woorden. En ik houd van ballet. Als ik Assepoester zie, let ik op wat ik kan gebruiken.

“Ik vind het belangrijker om te werken met een goede regisseur dan met een goede dirigent. Muziek is vooral de basis om iets anders te creëren. Zingen is belangrijk, maar met lof voor acteren ben ik altijd het gelukkigst. Het gaat in opera om de rol, de uitbeelding van het hele personage.”

Van Kralingen somt op wat ze allemaal deed: zingen in een kerkkoor, jazz, cabaret, Frans studeren en uiteindelijk naar het conservatorium. “Ik dacht daar een soort Rita Reys te worden.” Ze slaagde cum laude voor haar klassieke opleiding, ging met Marco Bakker naar het Knokke Festival en volgde de Amsterdamse masterclass van Elisabeth Schwarzkopf in het Concertgebouw.

“Mijn droom was om chansonnière te worden. Zingen bij Michel Legrand zou ik nog wel willen. Al heel jong - volgens mijn zusjes was ik vier - wilde ik zangeres in de lichte muziek worden: show, lampen, dat leek me geweldig. Ik heb alle platen grijs gedraaid en alle musicalfilms vele malen gezien, Fred Astaire, Ginger Rogers, Gene Kelly. Voor klassiek zingen had ik heel lang geen enkele belangstelling. Ik wilde spektakel, dansen. Er wordt veel te weinig gedanst in opera.”

    • Kasper Jansen