Kritiek op Stadsschouwburg; 'Habbema moet beleid veranderen'

AMSTERDAM, 26 APRIL. De Amsterdamse Kunstraad heeft zich in een advies aan de Amsterdamse wethouder van Cultuur E. Bakker, zeer kritisch uitgelaten over het beleid van de Stadsschouwburg. De 'unieke mogelijkheden' van het theater worden niet uitgebuit, de programmering is 'grillig', het theater opereert in een isolement en het financieel management is veel te ambtelijk boekhoudkundig.

De Kunstraad schrijft in zijn advies dat hij duidelijke keuzen mist. De Stadsschouwburg programmeert alsof het gebouw slechts een doorgeefluik is van wisselend beschikbare aanbiedingen. Het imago is daardoor weinig eenduidig en allerminst helder. De gemiddelde zaalbezetting (53%) is veel lager dan zou mogen worden verwacht.

Het advies gaat recht in tegen de voorstellen die de directeur van de Stadsschouwburg, Cox Habbema, vorig jaar heeft gedaan in haar beleidsplan. Zij legde het gemeentebestuur drie opties voor, waarvoor ze tussen de 1,5 miljoen en de ruim 3 miljoen gulden aan extra investeringen nodig achtte. Zelf koos ze voor optie 1: de Stadsschouwburg als 'eerste podium des lands'. Daarvoor zou ze 3,2 miljoen gulden extra nodig hebben om een nieuwe middenzaal te bouwen waar een eigen 'produktiekern' voorstellingen moet geven.

Een meerderheid van de gemeenteraad wees die optie eind vorig jaar af en koos voor de goedkoopste variant, waarbij de schouwburg zich gedraagt als 'artistiek zalenverhuurbedrijf'.

Sinds de Nederlandse Opera en het Nationale Ballet naar het Muziektheater zijn gegaan in 1986, het moment dat Habbema aantrad, is geen goed antwoord gevonden voor het vertrek van deze vaste bespelers. Datzelfde geldt volgens de Kunstraad voor het op handen zijnde vertrek van Toneelgroep Amsterdam (TGA).

Habbema, die haar aanblijven als directeur afhankelijk heeft gesteld van de besluiten van de gemeente over de Stadsschouwburg, heeft de bouw van een middenzaal met 350 à 400 stoelen bepleit en de oprichting van een vaste produktiekern die theater maakt voor allerlei schouwburgen, waaronder de Amsterdamse. De Kunstraad wijst Habbema's ideeën voor een nieuwe middenzaal af, gezien de nabijheid van theaters met een dergelijke grootte. Ook wil de Raad dat TGA vaste bespeler van de Stadsschouwburg blijft. Wel moet de Grote Zaal van de schouwburg worden verbouwd. De Stadsschouwburg zou zich moeten concentreren op Nederlandstalig repertoiretoneel, kleine tot middelgrote balletvoorstellingen en kleinschalig muziektheater.

Vernieuwing van de Grote Zaal zou de bouw van een nieuw theater aan de IJ-oevers overbodig kunnen maken. De schouwburg moet met zijn huidige budget toekunnen, vindt de Kunstraad. De verbouwing zou wel een extra investering nodig maken, maar die is pas zinvol als de Stadsschouwburg zijn beleid danig aanpast, meent de Kunstraad. Habbema was vanochtend niet bereikbaar voor commentaar.