Herleving van de 'kerkoperaatjes'

Concert: Capella Figuralis o.l.v. Jos van Veldhoven. Gehoord: 25/4 Geertekerk Utrecht. Herhaling: 27/4 Waalse Kerk Amsterdam. Radio-uitz.: 8, 15/6 08.00 uur Avro Radio 4.

Ze komen uit de immense verzameling van de onlangs overleden Willem Noske: partituren van allerlei 'kerkoperaatjes', die nu voor het eerst sinds de zeventiende eeuw weer worden uitgevoerd. Dirigent Jos van Veldhoven kopieerde ze tijdens zijn bezoeken aan Noske en nu klinken ze in de schitterende uitvoering van Capella Figuralis, het voortreffelijke vocale en instrumentale solistenensemble van de Nederlandse Bachvereniging.

Tijdens het bijwonen van deze hoogstbijzondere uitvoering, een concert met een zeer bescheiden theatraliteit die juist daarom heel effectief is, dacht ik: 'de Bachvereniging moet zich maar omdopen tot vóór-Bachvereniging.' Want, hoewel ik niets slechts wil zeggen van de de grote J.S. Bach, zijn prachtige vocale kerkmuziek, zelfs zijn Matthäus Passion, doet toch nogal saai aan vergeleken bij wat hier nu klinkt van voorgangers als Schütz, Legrenzi, Charpentier, Buxtehude, Grossi en Pfleger.

Deze beknopte stukken - de meeste op latijnse teksten - zijn gezongen scènes uit de bijbel, muzikale pendanten van schilderijen en beeldengroepen in de kerk. We horen Adam, Eva en de slang in O pulcherissima mulier van Pfleger of Jozef, Maria en Jezus in Mein Sohn, warum hast du uns das getan? De muzikale stijl is die van de toenmalige wereldse opera - kerk en wereld waren veel meer dan nu een eenheid - zo werkte Monteverdi in de Venetiaanse theaters èn in de San Marco. Quo Domine van zijn tijdgenoot Grossi over de engelen en demonen die strijden om de mensenzielen is pure en zeer fel-dramatische opera.

Die 'wereldse' en soms zelfs scabreuze stijl doet nu ook wat komisch aan: Buxtehude's 'Dialoog tussen Christus en een trouwe ziel' is een duet tussen twee gelieven die naar elkaar op zoek zijn. Pas in de laatste strofe blijkt het religieuze karakter: So lieben die Seele un Jesus zusammen. En de 'Dialoog van de beide Maria's' van Legrenzi over de gestorven Jezus is een lang uitgesponnen roerende jammerklacht: O Jezus, o allerzoetste, o allerbarmhartigste, o allerbeminnelijkste!, eindigend met een beklemmend niet begeleid Et miserere nobis.

Zeer levendig, zelfs uitbundig van stijl, zijn ook stukken van Charpentier. Le reniement de St. Pierre over Petrus die Jezus verloochent en daaraan wordt herinnerd door de kraaiende haan is een stukje alternatieve Matthäus Passion. Bachs 'weinete bitterlich' is hier als 'flevit amare' een veel langduriger dissonant polyfoon huilende klaagzang van het koor. Als het ooit net zo goed werd uitgevoerd als nu is het geen wonder dat de kerken vroeger voller zaten!

    • Kasper Jansen