De onzichtbare veulengekte

Overal zijn de jonge dieren losgebroken. De weilanden krioelen van de lammetjes, in de dierentuinen springen jonge herten, apen en geiten in het rond, en ook de kalfjes die bij hun moeder mogen blijven, bokken hun ruggen rond op het land. Alleen de jonge paarden zijn onzichtbaar. Dat is raar, want deze maanden, april en mei, zijn de piekmaanden als het gaat om de geboorte van veulens.

Van kleine shetlander, Arabische hengst, tot groot Fries paard: de meeste veulens worden in het begin van de lente geboren. Zo'n veulen is er veel sneller dan een baby: op hun kortst duren de weeën 15, op hun langst 60 minuten. Dan breekt de veulengekte uit. Niet spontaan, fokkers en paardeneigenaren hebben dat zo uitgedacht. Na 11 maanden in de buik van de moeder te hebben gezeten, kunnen de veulens als ze nu geboren worden nog de hele zomer op het land. Dat is goed voor de ontwikkeling van hun spieren, hun botten, hun vel en humeur.

Toch, hoe je op dit moment ook de weilanden aftuurt op zoek naar veulens, je zult er geeneen zien. Alle veulens van dit jaar - vorig jaar waren dat er naar ruwe schatting van de stamboeken en onafhankelijke fokkers ongeveer 40.000 - staan nu nog op stal, dik in het stro, bij hun moeder. De veulengekte is een onzichtbare gekte.

Dat komt omdat het de afgelopen winter erg koud is geweest, en de paarden vanwege alle dekens die ze hebben opgehad, nog 'kort in het haar' staan. Dat maakt ze makkelijk vatbaar voor ziektes en dus mogen merrie en veulen pas naar buiten als het lekker warm weer is. Schapen en ook lammetjes hebben met hun dikke vacht helemaal geen last van de kou, dus die hebben nu al de grootste lol op het land en lachen vanuit de verte waarschijnlijk die veulens in hun box hard uit.

Maar behalve de kou is er nog een reden dat de paarden nu nog niet buiten staan. Die reden is het gras. Bruin en doods zag het eruit in de winter, maar nu in de lente beginnen die sprieten te groeien. Heel mals en sappig zijn ze, en heel eiwitrijk. En dat laatste is slecht voor paarden en veulens. Een paard dat zes wintermaanden gewend is iedere dag speciaal uitgebalanceerd voer te eten, gaat de eerste keer dat hij al dat lekkere groen in de wei ziet, helemaal uit z'n bol. Hij eet zijn buik de hele dag vol, gunt zich geen tijd voor een dutje in de zon, spelen met een ander paard of gewoon maar wat staren aan de slootkant. Nee, hij eet en eet en eet maar door. Vooral dat jonge gras is schadelijk als hij daar te veel van binnenkrijgt. Hij krijgt er eiwitvergiftiging van en koliek. Anders dan een koe of een schaap is een paard dus zo'n gevoelig, 'luxe' beest dat hij de normaalste dierendingen eigenlijk niet meer kan hebben. Dus blijft de merrie met haar veulen vaak binnen op stal totdat het eerste gras van het land is gehaald.

Voor heel jonge veulens geldt het gevaar van te veel gras eten natuurlijk niet, want die drinken melk bij hun moeder. Dat beschermt hen tegen infecties en andere ziektes. Als je jonge veulens gras ziet eten, geloof dan je ogen niet. Het is fake. Die veulens doen gewoon de andere paarden na. In werkelijkheid frummelen ze alleen wat met hun lippen over de grond, zonder ook maar iets binnen te krijgen. Zo spelen ze alsof ze al een groot paard zijn.

    • Lucette ter Borg