Clinton herovert politiek initiatief begrotingsstrijd

WASHINGTON, 26 APRIL. Alleen door de grootste financiële problemen van de Amerikaanse overheid voor zich uit te schuiven zijn president Clinton en de Republikeinse meerderheid in het Congres het eens kunnen worden over een begroting voor 1996. De grote ambities van de Republikeinen die in november 1994 voor het eerst in veertig jaar een meerderheid behaalden in beide huizen van het Congres, zijn stukgelopen op de politieke bedrevenheid van hun tegenspeler, president Clinton.

De drastische hervorming van de sociale zekerheid en het stelsel van ziektekostenverzekeringen is uitgesteld. En met de volledige terugdringing van het begrotingstekort in zeven jaar is daardoor nauwelijks een begin gemaakt. De Republikeinen zijn in het defensief gedrongen door een president die een jaar geleden nog hopeloos verzwakt leek.

Na maanden van strijd met het Witte Huis namen beide huizen van het Congres gisteren met overweldigende meerderheid een begrotingsakkoord aan dat vandaag door Clinton ondertekend zou worden. Beide partijen spraken hun opluchting uit dat er eindelijk een akkoord is, zeven maanden na het begin van het begrotingsjaar. En beide partijen noemden zich de winnaar van de politieke krachtmeting.

De Republikeinen kunnen wijzen op een bezuiniging van 23 miljard dollar, waardoor de overheid wordt afgeslankt. De president heeft zijn zin gekregen op een aantal andere terreinen: bezuinigingen op scholing, milieubescherming, volksgezondheid en huisvesting zijn aanzienlijk minder ingrijpend dan aanvankelijk aangekondigd.

Maar de grote nederlaag voor de Republikeinen, die zich in januari al aftekende, is dat de hoeksteen van hun politieke programma vooralsnog niet haalbaar is gebleken: de totale eliminatie van het begrotingstekort in zeven jaar. Zonder harde afspraken die daartoe zouden leiden, verkondigden ze enkele maanden geleden nog met veel aplomp, zou er geen begroting voor 1996 tot stand komen. Ze lieten de besprekingen met de president er twee keer op stuklopen, wat eind vorig jaar leidde tot twee gedeeltelijke sluitingen van het overheidsapparaat, dat in totaal 27 dagen kwam stil te liggen. Bij de publieke opinie viel dat slecht, en de Republikeinen kregen blijkens opiniepeilingen de schuld van de politieke impasse - waardoor ze zich gedwongen zagen in te binden.

Alsof dat nog niet erg genoeg was voor de Republikeinen ging de president op de loop met hun programma. Het politieke slangenmens Clinton verklaarde het tijdperk van een groot overheidsapparaat voorbij, en sloot zich aan bij het streven naar terugdringing van het begrotingstekort in zeven jaar - zij het wel op zijn voorwaarden. De Republikeinen mogen er weinig vertrouwen in hebben dat de president als puntje bij paaltje komt ook echt bekeerd is tot een dergelijke begrotingsdiscipline, maar hij heeft hen in dit verkiezingsjaar wel een belangrijk campagnethema uit handen geslagen. Wat beteuterd moesten ze gisteren aanzien dat het Clinton was die als eerste opriep tot snelle onderhandelingen om dat inmiddels gemeenschappelijke doel van een evenwichtige begroting te bereiken.

Besluiten ze aan die oproep gehoor te geven en de komende maanden een compromis met hem te sluiten over de bezuinigingen die daartoe moeten leiden, dan kan Clinton in de verkiezingscampagne pronken met het resultaat. Als leider van de Republikeinse meerderheid in de Senaat kan Clinton rivaal Dole in de presidentsverkiezingen dan evengoed een deel van de eer opeisen, maar hij kan Clinton dan moeilijk nog afschilderen als een veroorzaker van grote overheidstekorten. Geven de Republikeinen géén gehoor aan Clintons oproep dan zijn zij het die het verwijt kunnen verwachten een evenwichtige begroting in de weg te staan.

Ongewild hebben de Republikeinen Clinton geholpen bij zijn herovering van het politieke initiatief. Niet alleen joegen ze de publieke opinie tegen zich in het harnas door het te laten aankomen op een sluiting van het overheidsapparaat. Door tegelijk met al hun bezuinigingsvoorstellen ook te staan op een fikse belastingvermindering maakten ze zich kwetsbaar voor het verwijt van de Democraten dat ze de verzorgingsstaat om zeep wilden helpen om “een belastingverlaging voor de rijken” te financieren.

Al eind januari erkende Newt Gingrich, voorzitter van het Huis van Afgevaardigden en aanvoerder van de Republikeinse 'revolutie', dat hij waarschijnlijk genoegen zou moeten nemen met wat hij noemde een aanbetaling op zijn ingrijpende bezuinigingsplannen. De begroting die het Congres gisteren heeft aangenomen kan zo inderdaad het beste gekenschetst worden. De terugdringing van het begrotingstekort had een onderdeel moeten zijn van een grootscheepse verschuiving van macht en geld van de federale overheid naar de deelstaten. Maar nu lijken de kort geleden nog zo zelfverzekerde Republikeinen niet meer te weten hoe ze het initiatief kunnen terugwinnen om hun agenda ten uitvoer te brengen.

Niet alleen is president Clinton hen de baas gebleken, Newt Gingrich is blijkens opiniepeilingen een van de on-populairste politici van het land. Veel van zijn dagelijkse taken heeft hij overgedragen aan zijn tweede man Dick Armey. De Democratische partij heeft zich de afgelopen maanden achter Clinton verenigd, en ook de vakbonden zijn bezig zich weer tot een politieke macht van betekenis te ontwikkelen - met een oorlogskas van 35 miljoen dollar zullen ze trachten de Democraten bij de verkiezingen in november weer aan een meerderheid in het Congres te helpen.

De nieuwe verhoudingen in Washington blijken dezer dagen het duidelijkst uit de verwarring die het Democratische voorstel om het minimumloon te verhogen, van 4,25 tot 5,15 dollar per uur, in Republikeinse kring heeft gezaaid. Ideologisch fel gekant tegen deze inmenging van de overheid in de arbeidsmarkt, die volgens hen tot ernstig banenverlies zal leiden, gaan de Republikeinen het debat over de kwestie uit de weg. Ze klagen dat de Democraten uit zijn op een goedkope verkiezingsstunt, maar verhinderen hen de zaak in het Congres in stemming te brengen. Met lede ogen zien ze aan hoe al enkele partijgenoten zich bij het plan hebben aangesloten en zelfs voor een nog grotere verhoging pleiten, met een dollar in plaats van 90 dollarcent. Conservatieve Republikeinen verwijten het leiderschap dat ze niet met kracht van argumenten stelling neemt tegen het plan.

Maar in november zijn er verkiezingen voor een nieuwe president, en ook voor een nieuw Huis van Afgevaardigden en een derde van de Senaatszetels. Opiniepeilingen geven aan dat meer dan vier van de vijf Amerikanen de verhoging van het minimumloon steunen, en dat is een gegeven dat de Republikeinen niet makkelijk kunnen negeren.

    • Juurd Eijsvoogel