Altijd zes; Bij de dood van Christopher Robin

Christopher Robin, het Engelse speelkameraadje van Winnie de Poeh, is dood. Ik wist niet eens dat hij nog leefde, maar toen ik het bericht hoorde, was ik toch verdrietig. Hij - bejaarde? man? jongen? kind? - maakt deel uit van mijn leven, ook al had ik lang niet aan hem gedacht.

Toen ik ervan hoorde voelde ik me meteen ook een beetje schuldig, omdat ik me nooit had afgevraagd wat er toch geworden was van Christopher Robin, die vroeger in het Nederlands Janneman Robinson heette, maar nu gewoon Christopher Robin.

Nu weet ik het. Het is een schrijnend verhaal. Christopher Robin - zo heette hij echt - had een hekel aan zijn bedenker, dat wil zeggen zijn vader A.A. A.A. schreef twee boeken over de avonturen van zijn zoon en diens vrienden in het bos, Winnie de Poeh (1926) en Het huis in het Poeh-hoekje (1928). Maar thuis was vader Milne een kille, afstandelijke man die 'zijn leven lang zijn hart dichtgeknoopt hield', zoals Chr. R. dat zei. 'Toen ik drie was, was mijn vader drie', schreef hij in een boekje over zijn eigen leven. 'Toen ik zes was, was hij zes. Hij had mij nodig om te ontsnappen aan zijn eigen leeftijd van vijftig.'

Zijn ouders zag Christopher Robin even kort bij de maaltijd, verder groeide hij op met de gouvernante. Hij heeft later verteld dat hij liefde zocht bij zijn moeder, ook al had ze hersens als pluisjes. Daarmee citeerde hij trouwens wel zijn vader, die Konijn tegen Uil liet zeggen: 'Jij en ik hebben hersens, de andere hebben pluisjes.'

Als jongetje hield Christopher Robin van naaien en breien en het uit elkaar halen van klokken. Op de kostschool moest hij leren boksen om zich tegen het pesten te verdedigen. Later, in 1951, is hij op het platteland van Engeland een boekhandel begonnen, maar het pesten ging gewoon door: er kwamen allemaal klanten de hand schudden van 'de originele Christopher Robin'. De boeken van zijn vader wilde hij alleen signeren als de klanten ook geld gaven aan een goed doel, in het bijzonder het Save the Children(red de kinderen)-fonds. Zo nam hij toch een klein beetje wraak. Een heel klein beetje.

Maar nu komt het raarste. In het bericht over zijn overlijden stond dat Christopher Robin Milne 75 jaar is geworden. Dat vind ik moeilijk te geloven. Hoe kan iemand van 6 tegelijkertijd 75 zijn? Want het is mij in al die lange tussentijd nooit opgevallen dat het jongetje met zijn pagekapsel, zijn eeuwige korte tuinbroek en zijn grote verwonderde ogen ouder was geworden, laat staan oud. Als ik aan Poeh denkt, en Tijgetje, en Kanga en Roe (jaren heeft het geduurd voordat ik in de gaten kreeg dat Kanga en Roe = kangaroe) en Uil en Iejoor en Konijn, dan denk ik aan mijn beduimelde boek, en aan de verzameling Poeh-speelgoedbeesten die ik na lang zeuren eindelijk compleet had - en ze staan allemaal weer voor me. Ik ruik de stoffige warmte van de serre, waar ik zo graag zat te lezen, en van de kist waarin Poeh en Tijgetje en de rest trouw lagen te wachten tot ze geroepen werden. En Christopher Robin die over mijn schouder meetuurde, de kist in, naar zijn vriendjes die natuurlijk helemaal niet op mij, maar op hem wachtten. Nu ik weet dat hij dood is, zal ik hem missen. Winnie gaat gelukkig nooit dood.

    • Tracy Metz