Aandelenbeurs in Spanje op record, peseta ijzersterk

MADRID, 25 APRIL. De Spaanse aandelenkoersen zijn gisteren en vandaag tot recordhoogten gestegen. De koersindex van de beurs in Madrid sloot gisteren op een historisch record, in afwachting van een daling van de belangrijkste rente-tarieven die wordt voorzien. De jubelstemming in de markt valt samen met het krachtig herstel van de peseta dat nu al maanden aanhoudt.

De gemiddelde Spanjaard kan het maar nauwelijks geloven: de peseta, Spanjes veelgeplaagde munt, is de laatste veranderd in de sterkste valuta binnen het Europese monetaire stelsel. De munt beweegt zich op een niveau dat rond de 83 peseta's per Duitse mark schommelt.

Het enthousiasme van de markt wordt verklaard uit een samenloop van een aantal omstandigheden. Belangrijk is de verwachting dat na twee maanden onderhandelen volgende week een regering van centrum-rechtse signatuur onder leiding van de voorman van de Partido Popular, José María Aznar zal worden ingesteld. Naar verwachting zal het beleid van de nieuwe regering onder leiding van José María Aznar overigens geen grote wijzigingen aanbrengen in het lopende beleid. De machtswisseling met het socialistische kabinet van Felipe González gaat gepaard met de verwachting dat Spanjes centrale bank de officiële rente van 7,75 procent verder zal verlagen. Gunstige bedrijfsresultaten hebben de feeststemming verder aangewakkerd.

De peseta staat op een niveau dat Spanje lange tijd niet meer gewend is. Vers staan nog de vernederende devaluaties voor de geest die de peseta sinds 1992 moest ondergaan en waarbij de valuta tot bijna een derde van zijn oorspronkelijke waarde moest inleveren. “De huidige opwaardering is een correctie op daling in de afgelopen jaren”, zo luidt dan ook de verklaring die hier en daar te horen valt. Spanje profiteert van de groeiende belangstelling van buitenlandse beleggers voor de “knoflook-gordel” (Portugal, Spanje en Italië).

De vertrekkende premier González laat voor zijn opvolger een inflatie achter die voor Spaanse begrippen onwaarschijnlijk laag is. Eind vorige maand bleek de inflatie op jaarbasis teruggezakt tot 3,4 procent. De scheidende staatssecretaris Manuel Conthe (economische zaken) sloot niet uit dat de inflatie deze maand verder vermindert.

De vertrekkende bewindslieden van het socialistische kabinet klopten zichzelf de afgelopen dagen met enige regelmaat op de borst over het bereikte resultaat. Bezuinigingsmaatregelen en loonmatiging worden genoemd als oorzaak van het in de hand houden van de prijzen. Van invloed is echter ook de tegenvallende economische groei en daarmee samenhangend de consumptie.

Behalve hernieuwde trots lijkt de sterke peseta Spanje eveneens op te zadelen met een aantal nieuwe ongemakken. Bij gebrek aan binnenlandse consumptie was het de laatste jaren vooral de export die de economie gaande hield. De sterke munt dreigt hier echter roet in het eten te gooien. Schrikbeeld van vormt in dit opzicht het einde van de jaren tachtig, toen de versterking van de positie van de peseta tot een stevige daling van de uitvoer leidde. Ook de effecten op de voor Spanje zo belangrijke toeristensector worden gevreesd: de sterkere peseta zal de vakantieganger in Spanje niet ontgaan. Over de vraag of de peseta in staat zal zijn om zijn huidige positie te handhaven bestaan uiteenlopende opvattingen. Sommige analisten menen dat de munt ten opzichte van de Duitse mark nog altijd licht ondergewaardeerd is. Anderzijds wordt gewezen op de nog altijd zwakke positie van de Spaanse economie, met zijn relatief hoge werkloosheid en slechts matig aantrekkende groeicijfers.