VINCENZO TORRIANI (1919-1996); Leve het roze leven

De gisteren op 77-jarige leeftijd overleden Vincenzo Torriani was 45 jaar lang organisator van de Ronde van Italië, Milaan-Sanremo en de Ronde van Lombardije. De Italiaan, die aan een hersentumor bezweek, volgde in 1946 Amando Cougnet op en keerde het wielerpeloton in 1992 de rug toe. In dat jaar werd Torriani weduwnaar, een slag die hij niet kon verwerken.

Wie de Giro d'Italia of de twee grote Italiaanse klassiekers van dichtbij heeft gevolgd, herinnert zich Torriani als een vrij chaotische man, die met zijn wapperende grijze haardos uit het dak van de roze auto - de kleur van de organiserende krant La Gazzetta dello Sport - vlak achter de eerste renners reed. In zijn mond steevast een sigaret. Het kettingroken had zijn stem aangetast: die was hees en schor geworden.

In tegenstelling tot zijn eeuwige Franse rivaal Félix Lévitan, die zich tijdens de Tour de France president van Frankrijk waande, was Torriani eenvoudig. Het woord arrogantie kwam in zijn vocabulaire niet voor. De oude Vincenzo was populair bij journalisten, maar ook bij het Italiaanse volk. Grazie Torriani - stond er veelvuldig op spandoeken te lezen als de karavaan van de Giro door de dorpen en steden slingerde.

Torriani heeft de Giro nimmer de uitstraling kunnen geven als die van de Tour de France. Enerzijds kwam dat, omdat veel buitenlandse toprijders de Italiaanse wedstrijd lange tijd links lieten liggen. Anderzijds had Torriani, zeker in vergelijking met de geslepen zakenman Lévitan, te veel oog voor de belangen van het moment en te weinig voor de toekomst. Onder zijn leiding leed de Giro in het bijzonder in de jaren zeventig en tachtig prestigeverlies als gevolg van incidenten.

Zo kon Torriani niet verhinderen dat Laurent Fignon bij zijn duels met Francesco Moser in 1984 voortdurend werd bespuwd door het publiek en zelfs azijn in zijn gezicht kreeg gegooid. Een jaar later moest Bernard Hinault zich een weg banen tussen opdringende tifosi die hem dwongen in de beslissende tijdrit vaart te minderen. Bij de finish kon de Fransman twee op de weg gegooide flessen nauwelijks ontwijken. Het bontste maakte Torriani het in 1979, toen Knut Knudsen zich mengde in de strijd om de eindzege van de Giro. Toen de Noor de Italiaanse favorieten Moser en Beppe Saronni ernstig bedreigde, werd hij door een van de volgauto's aangereden. Een auto van de organisatie verhinderde vervolgens dat Knudsen in het peloton terugkeerde.

Als buitenlandse renners of journalisten op die gang van zaken kritiek leveren, kon de beminnelijke Torriani bijzonder opvliegend reageren. Hij kon ook rood aanlopen van woede wanneer de volgauto's te dicht bij de renners reden. Een keer maakte hij zich daarbij zo kwaad dat hij zijn vlag op een van de wagens stuk sloeg.

    • Guido de Vries