Van Mierlo erkent geheim steunplan

DEN HAAG, 25 APRIL. Minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) heeft in 1981 als minister van Defensie buiten het kabinet om besloten de militaire inlichtingendienst van legerleider Bouterse te steunen. Dit antwoordt de bewindsman op vragen van de fracties van GroenLinks en VVD in de Tweede Kamer.

Sinds 1980 bestond een bewindsliedenoverleg-Suriname met de minister-president, de ministers van Buitenlandse Zaken, Defensie en Ontwikkelingssamenwerking, waarin alleen in hoofdlijnen over het Suriname-beleid werd gesproken. Indien nodig werden aan dat overleg ook andere bewindslieden toegevoegd. Van Mierlo geeft aan dat het steunen van de Surinaamse inlichtingendienst van december 1981 tot maart 1982 uitsluitend op het ministerie van Defensie ter sprake is geweest .

Van Mierlo stuurde het toenmalige hoofd van de Nederlandse landmacht-inlichtingendienst, A. Schulte, in januari 1982 naar Washington voor overleg met Amerikaanse militaire geheime dienst. Van Mierlo ontkent dat dit overleg tevens tot doel zou hebben gehad de Amerikanen ervan te weerhouden militair in te grijpen om het Bouterse-regime omver te werpen.

Van Mierlo schrijft tevens dat Den Haag op grond van afspraken van 1976 contractueel verplicht was tot levering van wapens en het geven van opleidingen aan militairen. Deze wapenleveranties gingen niet ten koste van het ontwikkelingsgeld dat Den Haag na de onafhankelijkheid van 1975 voor Paramaribo had gereserveerd. De kosten waren volgens Van Mierlo voor Suriname.

De vragenstellers Sipkes (GroenLinks) en Weisglas (VVD) zijn tevreden over de antwoorden. Nu blijkt dat er feitelijk geen directe steun aan de Surinaamse inlichtingendienst is gegeven en de wapenleveranties niet met geld van Ontwikkelingssamenwerking zijn bekostigd, hoeft Van Mierlo wat deze fracties betreft niet naar de Kamer te komen om verdere opheldering te geven.