TNO-Instituut Industrie verhuist naar Eindhoven

EINDHOVEN, 25 APRIL. Met ingang van 1 juli volgend jaar wordt het instituut TNO Industrie gevestigd in de regio Eindhoven.

Daarmee zijn 400 arbeidsplaatsen gemoeid. De raad van bestuur heeft beslist tot verhuizing en de ondernemingsraad moet zich er nog over uitspreken.

Volgens voorzitter R. van de Leur stelt de ondernemingsraad “nogal wat vraagtekens bij het nut van de verhuizing. De mensen kunnen meeverhuizen, maar er zijn er die om persoonlijke redenen niet weg kunnen. We zijn dus nog niet laaiend enthousiast.”

Bedrijfsadviseur P. van Loenhout van de ontwikkelingsmaatschappij Rede in Eindhoven, die de verhuizing coördineert, meent echter dat er weinig weerstand is te verwachten. “Dat leid ik af uit de contacten met die mensen”, aldus Van Loenhout.

“We zijn”, aldus Van Loenhout, “zeer blij met de komst van het instituut omdat het de kennisstructuur, die in deze regio al sterk vertegenwoordigd is, een extra push zal geven”.

Het voornemen activiteiten te concentreren werd aangegeven in de strategienota TNO-2000. Eindhoven moest daarbij concurreren met onder meer Delft.

Het instituut TNO Industrie is een concentratie van TNO Produktiecentrum, TNO Kunstoffen en TNO Rubber Instituut/ Branchcentra, die nu nog in Delft zijn gevestigd, en van TNO Metaalinstituut in Apeldoorn. Volgens TNO biedt de regio Eindhoven een aantal voordelen.

Meer dan 50 procent van de zogenoemde maakindustrie waarop het instituut zich richt is in deze regio gevestigd. “Met de vestiging in Eindhoven onderstreept TNO de wens dicht bij de klant te zitten”, staat er in een persverklaring van de Raad van bestuur.

TNO Industrie houdt zich bezig met produktontwikkeling, produktietechnologie en materialentechnologie.

“Het kan zich samen met de technische universiteit in Eindhoven, het Centrum fabricagetechnieken en het natuurkundig laboratorium, beiden van Philips, ontwikkelen tot een excellent centrum voor de maakindustrie”, aldus de Raad van Bestuur.