Rossby-golven in oceanen sneller dan in klimaatmodellen

Rossby-golven ontstaan als gevolg van de draaiing van de aarde en komen zowel in de atmosfeer als in de oceanen voor. In de atmosfeer bepalen ze onder meer de grote meanderbogen van de straalstroom op middelbare breedte. In de oceanen spelen de golven een grote rol bij de aanpassing van het circulatiepatroon aan de grootschalige patronen in de atmosfeer. Daarom vormen ze een belangrijke parameter in modellen voor grootschalige oceanische en atmosferische circulatiepatronen.

Rossby-golven zijn moeilijk te herkennen, want hun amplitude ligt in volle zee in de orde van grootte van slechts 10 cm, terwijl hun golflengte juist zeer groot is (zo'n 500 km op 50ß8 NB en ZB, tot tienduizend kilometer of meer in de tropen). Satelliet-waarnemingen die drie jaar in beslag namen, geven aan dat de voortplantingssnelheid van deze golven op zee aanzienlijk groter is dan tot nu toe werd aangenomen (Science, 12 april). Daarom zullen diverse circulatiemodellen moeten worden aangepast.

Van hoeveel belang een goed begrip van deze golven is voor klimaatmodellen mag blijken uit het feit dat Roosbygolven die zo'n tien jaar geleden optraden in de voor het klimaat belangrijke golfstroom 'El Niño', nu anomalieën in het circulatiepatroon in het noorden van de Stille Oceaan veroorzaken en zo het weer in het noorden van de Verenigde Staten significant beïnvloeden.

Rossby-golven ontstaan in de grenszone tussen oceanen en continenten en planten zich langzaam als vrije golven in westelijke richting voort. Tot nu toe nam men aan dat die snelheid 300-400 meter per uur bedroeg (10 cm/s).

Vooral in de tropen blijken de golven veel sneller te gaan dan gedacht: zo'n 270 cm/s. Op basis van de bevindingen moet men aannemen dat de oceaan veel sneller reageert op atmosferische gebeurtenissen dan tot nu toe werd aangenomen.