Onderzoek 'corruptie' van Tansu Çiller

ANKARA, 25 APRIL. Het Turkse parlement heeft gisteren met een verrassende meerderheid van 232 tegen 179 stemmen een parlementair onderzoek gelast naar vermeende corruptiepraktijken van oud-premier Tansu Çiller. Daardoor staat niet alleen de politieke toekomst van Çiller zelf op het spel, maar ook het voortbestaan van de nog geen twee maanden oude, en uiterst moeizaam tot stand gekomen, rechtse regeringscoalitie in Turkije.

Binnen twee maanden moet duidelijk worden of de beschuldigen van de religieus-fundamentalistische Welvaartspartij kloppen dat de eerste vrouwelijke premier van Turkije verantwoordelijk is voor onregelmatigheden rondom contracten van het staatselectriciteitsbedrijf TEDAS. Mocht dat zo zijn dan moet Çiller voor de Hoge Raad verschijnen.

Het voorstel van de religieus-fundamentalisten om een parlementaire onderzoekscommissie in te stellen werd gisteren gesteund door ten minste 30 afgevaardigden van de rechtse Moederlandpartij (ANAP) van premier Mesut Yilmaz, die zelf afwezig was. Çiller had gedreigd dat haar Partij van het Juiste Pad (DYP) uit de rechtse minderheidscoalitie zou stappen als ANAP zich niet loyaal zou opstellen. Ze omschreef de beschuldigen aan haar adres als een poging om haar “politiek te executeren”.

De Welvaartspartij kwam bij de verkiezingen in december van het vorig jaar als de grootste partij uit de bus. Na weken van onderhandelen leek het erop dat ANAP ondanks de verkiezingsbelofte om dat niet te doen, uiteindelijk toch bereid was om samen met de religieus-fundamentalisten een regering te vormen. Çiller stak onder druk van het leger, de ondernemers en de seculiere meerderheid in het land, op het nippertje een spaak in het wiel door alsnog te accepteren dat niet zij maar Yilmaz als eerste premier werd van een rechtse regeringscoalitie. De beide partijleiders kwamen een roulerend premierschap overeen. Volgens dat plan wordt Çiller op 1 januari van het volgend jaar voor twee jaar regeringsleider.

Het Turkse parlement buigt zich evenwel op 9 mei over een tweede voorstel van de religieus-fundamentalisten voor een parlementair onderzoek. Hierbij handelt het om de verstrekkende bemoeienissen van Çiller rondom de pogingen om TOFAS, een staatsbedrijf dat auto's produceert, te privatiseren. Bovendien wil de Welvaartspartij dat ook de privé-bezittingen van Ciller en haar man en oud-bankier, Ozer Çiller, worden onderzocht. Al jarenlang worden de Çillers er van beticht hun bezit niet altijd even rechtmatig te hebben verkregen. Bovendien bevind een deel daarvan zich in de VS, ondanks oproepen van Çiller aan draagkrachtige Turken in het buitenland om in Turkije zelf te investeren.