Moraal van niks (2)

J.L. Heldring vindt (16 april) de moraal van Hans Boutellier een 'moraal van niks', omdat die op niets méér berust dan op de intuïtie, dat mensen elkaars respect en mededogen verdienen. Want “intuïties verdienen alleen maar het diepste wantrouwen”. Vervolgens breekt ook Marjoleine de Vos zich op 20 april het hoofd over de vraag òf moraal gefundeerd moet worden als de christelijke grondslagen nooit enige waarborg konden bieden tegen zaken als marteling, doodstraf en armoede. Ze komt tot de conclusie dat we onze waarden en normen alleen zullen hooghouden als we ze willen hooghouden.

Zonder twijfel zal deze discussie worden voortgezet door iemand die zich afvraagt waaruit die vrijwilligheid dan wel mag voortkomen. Vrijwilligerswerk wordt doorgaans toch gemotiveerd door overwegingen van morele aard die ons vertellen wàt we vrijwillig willen doen. Wat vrijwillig gebeurt hoeft nog niet goed te zijn. En dan zijn we weer terug bij af.

Zulke voortdurende verschillen van mening komen soms voort uit één of meer gezamenlijk en stilzwijgend aangenomen veronderstellingen die onvoldoende doordacht zijn. Zo zou deze controverse wel eens een gevolg kunnen zijn van de aanname, dat moreel goed handelen een zaak van gehoorzaamheid is: al dan niet vrijwillige gehoorzaamheid aan religieus of anderszins gefundeerde of te verklaren voorschriften. Maar waarop berust die aanname? De ervaring pleit er niet voor; Marjoleine de Vos wijst er al op dat gehoorzaamheid heel immorele resultaten kan hebben. Moraal die om gehoorzaamheid vraagt is bijzonder machteloos tegenover iedereen die nu net geen enkel belang bij die gehoorzaamheid heeft.

Ons inzicht in moraal zou gediend zijn met een speurtocht naar een alternatief voor gehoorzaamheid, dat wèl tot moreel goed handelen motiveert.

    • S. Samsom