Metaalwerkgevers fel tegen 36 uur

ZOETERMEER, 25 APRIL. De werkgevers in de metaal- en elektrotechnische industrie verzetten zich fel tegen de eis van de grootste vakbonden in de industrie om collectief een 36-urige werkweek in te voeren. Bovendien willen ze bij ziekte van werknemers maar 85 procent van het loon doorbetalen en de VUT-regeling versoberen.

Dit bleek vanmiddag bij de presentatie van de CAO-voorstellen door werkgeversonderhandelaar J. van den Akker. De Industriebond FNV reageert verontwaardigd op de werkgeversvoorstellen.

Een 36-urige werkweek zou volgens Van den Akker tot een “onverantwoorde loonkostenstijging” leiden. Ook zonder de kosten van een nieuwe CAO stijgen de loonkosten in de metalektro dit jaar door de harde gulden al met 1,25 procent, aldus Van den Akker. De voorzitter van de Vereniging FME-CWM noemt deze loonkostenstijging “zorgwekkend” en dringt bij de vakbonden aan op matiging van loon- en andere eisen. Tweemaal 3 procent loonsverhoging, zoals bij Philips, zal in elk geval niet worden gegeven, zegt Van den Akker vandaag in een vraaggesprek met deze krant. Van den Akker: “Dat zou veel te veel zijn voor de metaal- en elektrotechnische industrie. Een dergelijke kostenverhoging is bij de huidige krimpende winstmarges en scherpe prijsstelling niet door te berekenen aan de klanten”.

De metaalwerkgevers stellen voor gedurende het eerste jaar van ziekte van werknemers bovenop de wettelijk verplichte loondoorbetaling van 70 procent een aanvulling te verstrekken van 15 procent van het loon. Individuele werkgevers kunnen eventueel besluiten meer te geven. “Dat wordt een uitermate zwaar punt”, reageert onderhandelaar T. Hagen van de Industriebond FNV. “Dit is zo'n gevoelig onderwerp, dat we die 85 procent loondoorbetaling nooit of te nimmer zullen pikken”. Eerder stelde de rechter de bonden in het gelijk dat bij ziekte van werknemers volgens de lopende CAO, die op 31 mei afloopt, honderd procent van het loon moet worden doorbetaald. De werkgevers willen dit recht in de nieuwe CAO afzwakken.

Bovendien willen ze de regeling voor vervroegde uittreding versoberen. Op dit moment kunnen werknemers op 60-jarige leeftijd uittreden en ontvangen dan 87,5 procent van hun netto loon. Op basis van dit systeem zal de premie oplopen van 7,9 procent nu tot 12 à 13 procent in de volgende eeuw, hebben de werkgevers uitgerekend. Door te kiezen voor een “opbouwsysteem”, de uittredingsleeftijd te verhogen tot 62 jaar en het uitkeringsniveau te verlagen tot 70 procent bruto van het laatstgenoten salaris willen ze de kosten in de hand houden. Onderhandelaar Hagen van de Industriebond FNV wijst ook dit punt af. De bond wil eerst wachten op studies die momenteel naar het huidige systeem worden verricht.