Metaalwerkgever: No way tegen 36-uur

DEN HAAG, 25 APRIL. No way. Er valt met de onderhandelaar van de metaalwerkgevers Hans van den Akker absoluut niet te praten over een 36-urige werkweek. Zelfs niet over een studie naar de mogelijke effecten daarvan. Van den Akker: “Als je instemt met een studie naar de 36-urige werkweek, dan zeg je in feite dat er toch over te praten is. Dan schep je verwachtingen. Ik wil heel straight zijn in de onderhandelingen: voor ons is een 36-urige werkweek onaanvaardbaar!”

Van den Akker presenteerde vanmiddag in Zoetermeer de voorstellen van de Vereniging FME-CWM tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomsten in de metaal- en elektrotechnische industrie. Daar werken zo'n 200.000 werknemers. Hun belangrijkste vertegenwoordiger is de Industriebond FNV, die in de bedrijfstak 60.000 leden heeft, drie keer zoveel als de andere bonden bij elkaar. Van den Akker onderhandelt namens duizend werkgevers, die contractpartij zijn. Daaronder bevinden zich een paar grote bedrijven: Stork, DAF, NedCar, Begemann, Hunter Douglas en de aluminiumbedrijven van Hoogovens. De CWM is een vroegere afsplitsing van de FME (Federatie voor de Metaal- en Elektrotechnische industrie) met 860 vooral kleinere bedrijven als leden, die zich vanaf 1 januari opnieuw bij de FME heeft gevoegd. Ook Philips is lid van de Vereniging FME-CWM, maar die onderneming heeft een eigen CAO.

De CAO voor de grootmetaal, die 31 mei afloopt, is een hele belangrijke. Als daar en ook bij Unilever geen 36-urige werkweek wordt uitonderhandeld door de vakbonden, dan is het CAO-seizoen verloren, heeft CAO-coördinator Henk Krul in deze krant gezegd. Daar ziet het erg naar uit. Bij Philips werd de strijd reeds verloren. Bij Unilever ligt ook geen winst in het verschiet en de metaalwerkgevers gooiden vorig jaar november op hun ledenvergadering de deur al in het slot.

Het enige grote succes waarmee de Industriebond tot nu toe schermt, Akzo Nobel, wordt door Van den Akker gerelativeerd. “Akzo is een heel andere onderneming dan de meeste metaalbedrijven. De loonkosten zijn daar peanuts. In de chemie spelen vooral energie-, kapitaal- en grondstofkosten een rol. Bij ons heb je daarentegen bedrijven waar het loonkostenbestanddeel 50 à 60 procent van de kosten uitmaakt. Dat scheelt een slok op een borrel. Wat Akzo doet - experimenteren met een 36-urige werkweek - dat zullen wij nooit doen.

Waarom niet? Van den Akker noemt vier redenen: “Arbeidsduurverkorting levert geen extra banen op. Integendeel: het leidt tot hogere werkloosheid. Kijk maar naar Duitsland. Daar werd de gemiddelde werkweek de afgelopen jaren verkort van 38 tot 35 uur en werd in 1995 ook nog eens een looneis van 7 procent door de bonden binnengehaald. De totale loonkosten in de Duitse Metalektro namen daardoor in één jaar met 11 procent toe. Geen wonder dat ze daar nu met de hoogste werkloosheid sinds de Tweede Wereldoorlog zitten.”

“Ook het Centraal Planbureau geeft ons gelijk. Als het loon gelijk bljft leidt een gemiddelde 36-urige werkweek tot een daling van de werkgelegenheid in de marktsector met 21.000 personen. Nou, de bonden willen geen looninlevering. Die willen er juist 3 procent loon bij. Derde reden waarom wij tegen korter werken zijn: in de tweede helft van de jaren tachtig zijn er in Nederland 450.000 banen bijgekomen. Daarvan worden er door het Planbureau 415.000 toegeschreven aan loonkostenmatiging en maar 35.000 aan arbeidsduurverkorting. Bij dat laatste gaat het voornamelijk om de kwartaire sector”.

Als vierde en laatste reden voert Van den Akker de huidige situatie aan: er is volgens hem momenteel sprake van loonkostenmatiging, de werkgelegenheid neemt toe en de werkloosheid daalt. “Waarom zouden we dat in de waagschaal stellen”, zegt Van den Akker. Hij daagt de vakbonden uit één land in de wereld te noemen waar arbeidsduurverkorting tot minder werkloosheid heeft geleid. “Dat kunnen ze niet.”

De afgelopen weken is gesproken met de helft van de duizend werkgevers waarvoor hij een CAO afsluit. “Ze waren unaniem in hun afwijzing van de 36-urige werkweek”, aldus Van den Akker. “Er was er niet één die zei: doe het maar. Het liefst zouden ze nu not de 13 ATV-dagen die de werknemers sinds het begin van de jaren tachtig hebben ongedaan maken. Ze hebben hun buik vol van ATV”.

Van den Akker was het oneens met de banken, die vorig jaar overgingen tot een 36-urige werkweek. “Maar ja, die zaten in een andere situatie. Ze hadden teveel mensen, maar maakten tegelijkertijd ook veel winst. Dan is het moeilijk om te saneren. Bovendien hebben de banken geen last van internationale concurrentie. Hetzelfde geldt voor de PTT, de Spoorwegen, de ambtenaren en de politie. Die kunnen extra kosten als gevolg van korter werken gewoon doorberekenen aan hun klanten. Als u een hogere telefoonrekening krijgt doordat ze bij de PTT korter gaan werken, dan hebt u maar één mogelijkheid: betalen. U kunt dan niet zeggen: ik ga wel naar een ander. Daar zit de crux. Philips, Unilever en de FME zijn niet toevallig tegen arbeidsduurverkorting. Die kunnen hogere kosten namelijk niet zo makkelijk doorberekenen”.

Behalve een keihard “nee” tegen ATV verzetten de werkgevers in de metaal zich ook tegen volledige doorbetaling van loon bij ziekte. Ze zijn bereid collectief af te spreken om 85 procent van het loon door te betalen. Individuele bedrijven staat het vrij om meer te betalen. Het lijkt opgevoerd als wisselgeld. Een punt dat later kan worden toegegeven aan de vakbonden, zodat die ook nog wat aan hun leden te bieden hebben.

Loon wordt er niet aangeboden. “Dat zou meteen een bodem in de onderhandelingen leggen”, aldus Van den Akker. “Dat doen wij dus niet. Wij zeggen alleen: loonkostenmatiging en zien in de onderhandelingen wel waar we uitkomen”. De lonen zijn steevast het laatste punt dat wordt aangeroerd, nadat alle andere punten de revue zijn gepasseerd en de rekening kan worden opgemaakt. Maar tweemaal 3 procent loonsverhoging, zoals bij Philips, wordt het in elk geval niet. Van den Akker: “Dat zou veel te veel zijn voor de metaal- en elektrotechnische industrie. Een dergelijke kostenverhoging is namelijk bij de huidige krimpende winstmarges en scherpe prijsstelling niet door te berekenen aan de klanten”.

Het collectieve systeem van vervroegde uittreding blijft bestaan, maar wordt als het aan de werkgevers ligt aangepast en versoberd. “Daar hebben de werknemers zelf baat bij”, aldus Van den Akker. “In het huidige systeem zou de premie oplopen van 7,9 tot 12 à 13 procent aan het begin van de volgende eeuw.” Bovendien willen de werkgevers het aantal opleidings- en werkervaringsplaatsen voor langdurig werklozen (nu in totaal 3.000) volgens Van den Akker “behoorlijk uitbreiden”. “Wie doet er nu eigenlijk iets aan bestrijding van de werkloosheid”, zegt hij. “De bonden met hun eis van een 36-urige werkweek, of wij met ons pleidooi voor loonkostenmatiging, een betaalbare VUT, werkervaringsplaatsen en opleidingen voor lassers?”

Van den Akker is niet van plan de Industriebonden buiten de onderhandelingen te houden. Hetgeen bij Philips wel is gebeurd. Dat kunnen dus nog lange onderhandelingen worden, gezien de hoge en diametraal tegenovergestelde inzet van beide partijen. Er zijn vier onderhandelingsdata afgesproken: 6, 9, 21 en 28 mei. “Ik zal elke gelegenheid te baat nemen om de bonden te overtuigen dat de 36-urige werkweek niet goed is voor de werkgelegenheid”, zegt Van den Akker. Desnoods lopen de onderhandelingen over de zomervakantie heen. Van den Akker: “We hebben geen haast. De oude CAO loopt dan gewoon wat langer door.”