Een oude salonboot gaat te water; Nieuw leven voor MS Agatha

De 'Agatha' uit 1910 is met haar lengte van ruim dertien meter en breedte van een kleine drie meter een van Nederlands grootste salonboten. Ze wordt nu geheel in historische stijl hersteld.

Inlichtingen: Stichting Motorschip 'Agatha', L. Smolders, Prinseneiland 79, Amsterdam. Inl 020-6209733 of 020-6127622.

Op een verlaten parkeerterrein in Marken lag ze misschien wel voorgoed te slapen, een salonboot uit 1910. Ze was niet meer dan een verroest wrak, een kavalje dat na vele omzwervingen via Rotterdam en Venlo uiteindelijk hier was beland. Het casco dat eens een stijlvol jacht was, lag ten prooi aan weer en wind. Het motorschip 'Agatha' werd in Bolnes gebouwd. Over haar leven is niet veel bekend, evenmin hoe ze in Marken terechtkwam. Gelukkig is haar melancholisch stemmende lot nu voorbij en gaat ze aanstaande zaterdag te water. Nog niet officieel, want de inrichting is niet klaar. Wel is de romp geheel en al voltooid. De spanning zal er niet minder om zijn. Misschien ligt ze scheef, duikt ze meteen als een onderzeeër naar de bodem. Want al volgde men bij de restauratie de oude waterlijnen, het schip is toch helemaal opnieuw vormgegeven.

Op het Amsterdamse Prinseneiland wordt de 'Agatha' door bootstimmerman Oscar Meulenkamp in een gloednieuwe verschijning omgetoverd. Ze ligt verscholen in een loods van de Botenclub Westelijke Eilanden. Aanstaande zaterdag, vanaf zeven uur, wordt er aan de tewaterlating gewerkt. Want hoewel er tal van tekeningen zijn gemaakt en stipte berekeningen uitgevoerd, heeft het motorschip in haar huidige gedaante geen water aan de huid gevoeld. Met een lier en dommekrachten zal ze millimeter voor millimeter in het water van het Prinseneiland glijden. De Botenclub Westelijke Eilanden dreigde, omdat het contract met de gemeente verliep, gesloten te worden of te verdwijnen. Nu dient, dank zij goede contacten met het Beheer Binnenwateren, de loods weer waartoe ze ooit werd gebouwd: als ligplaats en restauratiewerf voor de boten van de eilandbewoners. De 'Agatha' ondergaat hier haar gedaanteverwisseling.

Op dit ogenblik varen er vijftien salonboten door de Amsterdamse grachten en over het IJ. De 'Agatha' is met haar lengte van ruim dertien meter en breedte van een kleine drie meter na de 'Ondine' de grootste, en het bijzondere aan haar is dat ze geheel in historische stijl wordt opgebouwd. Ze biedt ruimte aan zo'n twintig mensen. Tot voor de Tweede Wereldoorlog voeren er tal van salonboten over de Nederlandse wateren; ze behoorden toe aan directeuren, artsen en notarissen. Salonboten zijn ranke schoonheden, met een opbouw van gelakt hout. De 'Agatha' heeft een opvallend scherpe boeg, een klipperkop, en, zoals dat heet in de terminologie van de Westelijke Eilanden, een geveegde kont. Het achtersteven steekt dan schuin omhoog uit het water.

Voordat de 'Agatha' in de Amsterdamse werf onderdak kon vinden, moest ze in tweeën worden gezaagd. De bochten van de straatjes op het eiland zijn te nauw. Wie erdoor loopt hoort van alle kanten het klinken van scheepsbouwers; er zijn werven als De Walvis en Hoyte van Hoytema. Voor de restauratie en het in de vaart brengen van de 'Agatha' is een stichting in het leven geroepen, die het benodigde kapitaal via een omvangrijke sponsoring verzamelde. Een bedrijf als Dorned Ingenieurs en de AOT, Amsterdam Option Traders, en ook Northwest Airlines hebben de benodigde duizenden bijeengebracht. Buurtbewoners konden aandelen ter waarde van ƒ 100,- kopen; anderen verwierven een aandeel door aan de boot mee te werken. In het café 't Blauw Hooft is nu een levendige handel gaande in aandelen: de eilandbewoners zien langzaam maar zeker het schip tot voltooiing komen. Schilder Jan Sierhuis zal de uitnodigingen ontwerpen bij de officiële inwijding op 21 juni. Tapijten van Louis de Poortere, geheel in de stijl van de jaren twintig, zullen op de vloer komen te liggen. Niets in het aanzien van de boot verwijst naar de hedendaagse tijd, behalve dat er de mogelijkheid is geschapen dat de 'Agatha' eens op elektriciteit zal varen. Nu stoomt ze op de kracht van diesel.

Alles in de salon is van hout en koper, de sfeer van toen omhult de gasten. Op de Westelijke Eilanden heerst er nu al gespannenheid of burgemeester Patijn de champagnefles tegen de boeg uiteen laat springen in de zomer: “Hij wil zo graag Amsterdammer worden.” Dat zou een kroon op het werk betekenen. Geruchten gaan dat hij die dag al 'vrij heeft gehouden'. De dichter Jan Witte schreef een lang loflied op 'Agatha', de 'lady van de amsterdamse wateren'.

De 'Agatha' is nog niet af als ze aanstaande zaterdag in het water gaat. De opbouw moet nog van glas voorzien worden, de inrichting is nog niet voltooid. De stuurhut is nu alleen nog een lege ruimte. Ze wordt op het water zelf afgebouwd.

Het is een mooi, puur Amsterdams initiatief deze boot opnieuw door de grachten te laten varen. Ze zal kleine gezelschappen kunnen vervoeren, compleet met kapitein en champagne. In de botenclub speculeert men erover met de 'Agatha' de Vecht af te zakken. Ook doet het wilde plan de ronde dat er tussen Amsterdam en Almere een goede bootverbinding tot stand zou moeten komen, want de wegen raken toch overvol. In de avondzon glijden er heel wat soorten schepen over de Realengracht, de Eilandsgracht en de Prinseneilandsgracht. Dit hier is Amsterdam en tegelijk niet Amsterdam. We zijn ook in een andere tijd, die van het begin van deze eeuw, die door de 'Agatha' als ze eenmaal trots weer zal varen dichterbij wordt gehaald. Een klein wonder hoe een verroest wrak opnieuw tot leven gewekt kan worden.

    • Kester Freriks